Leren van de natuur

In opdracht van Agentschap NL begint OPAi aan het opbouwen van een ‘consortium’ rond het thema ‘Leren van de natuur’. Hierbij kijken we naar de natuur als leermeester. Zoals in biomimicry wordt gekeken naar biologische fenomenen die als voorbeeld kunnen dienen voor product- of materiaalontwikkeling. In Cradle to Cradle wordt gebruik gemaakt van een reeks fundamentele ecologische processen (kringloop, successie, diversiteit en resilience), voor produktontwikkeling en bouw/architectuur. Ook op systeemniveau kunnen we nog veel leren van de natuur: stedelijke ontwikkelingen en gebiedsontwikkeling. Daarbij staan fundamentele en functionele ontwikkelingen centraal: welke oplossingen en mechanismen functioneren in de natuur, die ons inzicht kunnen geven voor hoogwaardige, duurzame, ontwikkelingen.

Er is een omslag gaande in de relatie tussen duurzame ontwikkeling en economie. Tot eind 20e eeuw stond de technologische ontwikkeling centraal met daarnaast aandacht voor behoud en beheer van sociale en ecologische waarden. Nu vormen discussies over een circulaire economie en een nieuwe verhouding van cultuur, natuur en techniek vrijwel dagelijks een punt van aandacht. Vooral de verhouding economie-ecologie lijkt een basis voor maatschappelijke vernieuwing. Daarbij is de vraag op welke wijze de verhouding invulling krijgt. Beheer en behoud (wise-use) krijgen veel aandacht terwijl ontwikkelingsgerichte discussies veel minder prominent zijn.

Ken Webster en Craig Johnson publiceerden hun boek Sense & Sustainablity in het Verenigd Koninkrijk in 2009, waarna de Nederlandse vertaling in 2010 verscheen onder de titel ‘Leren van de natuur, inspiratie voor een duurzame toekomst’. Die laatste titel vraagt om meer. Daarvoor wordt de aanzet in het boek nadrukkelijk gegeven, maar nu vraagt om implementatie in de Nederlandse samenleving en economie. Er zijn verschillende manieren om van de natuur te leren. Daarin hebben we in Nederland nog niet een echte traditie. Natuurlijk zijn er incidentele voorbeelden te noemen, zoals het ‘haaienpak’ voor wedstrijdzwemmers, het ontwerp voor een energy-sufficient datacentrum (Ozzo: inspiratie bijenkorf) en andere.

Agentschap NL, het programma LvDO en NME, liet het boek van Webster en Johnson vertalen en voorziet dat er in de komende jaren veel tijd en energie nodig is om tot een nieuwe Nederlandse traditie te komen. Het ontwikkelen van zo’n nieuwe traditie vraagt investeringen in kennis en ervaring, innovatie en vooral in het verbinden van mensen en organisaties.

OPAi ziet mogelijkheden om tot deze nieuwe verbindingen te komen.