Klimaatbeleid 2.0

Afgelopen week had ik verschillende discussies over de aanpak van lokaal klimaatbeleid. De contouren van ‘Klimaatbeleid 2.0′ worden steeds duidelijker. Dat is waar we naar zoeken en over spreken.
Dat gaat zowel bestuurders als hun ondersteuners/uitvoerders aan. In de gesprekken kwamen ze ook allemaal tevoorschijn. Waar is de bestuurder zonder meedenkende ambtenaren en waar zijn de ambtenaren zonder meedenkende bestuurders?

Kern van klimaatbeleid 2.0 is de analyse die gemaakt is in de Duurzaamheidsagenda van het kabinet:
Duurzaamheid in samenleving
Inmiddels zien we dat het belang van duurzame ontwikkeling leeft in de samenleving. Acht op de tien Nederlanders vinden het (heel) belangrijk dat bedrijven zich richten op duurzaamheid.6 Consumenten kopen ook meer en meer duurzame producten. Burgers opereren in toenemende mate als duurzame producenten en richten bijvoorbeeld samen lokale energiebedrijven op. Bij veel maatschappelijke organisaties, op scholen en bij kennisinstellingen staat duurzaamheid hoog op de agenda. Een toenemend aantal grote en kleine Nederlandse bedrijven geeft duurzaamheid een centrale plaats in zijn bedrijfsvoering. Oplossingen van duurzaamheidvraagstukken vormen een sterk groeiende markt en zijn al lang niet meer alleen een zaak voor de koplopers. Een groot middenveld aan bedrijven ziet de kansen van duurzaam ondernemen, ziet dat het economisch rendabel kan zijn, dat duurzaam produceren niet duurder hoeft te zijn en concurrentievoordeel kan opleveren. Succesvolle voorbeelden zijn er in overvloed. Sectoren van het Nederlands bedrijfsleven profiteren volop van duurzame keuzes. Meer nuttig gebruik van afval leidt tot groei van de recyclingsector. Agrarische ondernemers bieden met succes biologische producten aan. Het marktaandeel van chemische producten op basis van biomassa neemt toe. Dit succes van duurzame diensten en producten leidt tot verdere verbreding van de basis voor duurzaam ondernemen en consumeren. Naast de rijksoverheid spelen decentrale overheden een steeds belangrijkere rol bij het stimuleren en ondersteunen van maatschappelijke initiatieven.

Koppelen groene groei en energieke samenleving
Het PBL adviseert in haar Signalenrapport “de energieke samenleving” om de hiervoor geschetste ontwikkelingen aan elkaar te koppelen. Groene groei kan worden gerealiseerd door gebruik te maken van de inventiviteit, betrokkenheid en het oplossend vermogen van de hele samenleving. Het PBL noemt dit de energieke samenleving€Ÿ.
Het kabinet erkent de waarde van een dergelijke koppeling. Het wil de basis voor duurzaamheid die in de maatschappij is gegroeid verstevigen en stimuleren zodat de dynamiek in de samenleving nog sterker wordt gericht op verduurzaming. Het kabinet onderkent daarbij het belang van kennis en competenties van consumenten, producenten, werknemers en onderwijsinstellingen op het gebied van groene groei. Het wil de mogelijkheden van dynamische, duurzame, groei bevorderen, de regelgeving benutten en met maatschappelijke partijen in overleg treden over richtinggevende lange termijndoelen.

In de toelichting op de begroting 2012 stelt minister Schulz:

Op het decentrale niveau hebben gemeenten, provincies en waterschappen klimaatprogrammas€™ opgesteld. Het kabinet ondersteunt deze initiatieven en stelt met de klimaatambassadeurs van de drie medeoverheden de Lokale Klimaatagenda 2011-2014 op. Deze gaat nog dit najaar naar de Tweede Kamer.

In de agenda richt het Rijk zich vooral op het wegnemen van belemmeringen bij gemeentelijke klimaatinitiatieven. Lokale ambassadeurs mobiliseren andere gemeenten, om zo met elkaar tot een regionale aanpak te komen.
De nationale routekaart voor het klimaat met richtjaar 2050 geeft aan hoe Nederland de komende decennia een klimaatneutrale samenleving kan realiseren. Het kabinet kiest naar eigen zeggen voor een pragmatische aanpak. Een die haalbaar en betaalbaar is en waarbij Europese en mondiale afspraken leidend zijn.

Daarmee wordt naar mijn idee, de toon gezet:
- De ‘energieke sameneving’ als uitgangspunt;
- lokaal klimaatbeleid is een belangrijke pijler onder klimaataanpak;
- decentrale energie is een essentieel thema;
- van een lifestyle-strategie naar een aanpak die te karakteriseren is als ‘businesswise’;
- overheid biedt de juiste condities (omstandigheden) voor succesvol ondernemen;
- klimaatprobleem is mondiaal complex, lokaal hanteerbaar en uitvoerbaar;
- lokale overheden zoeken meer en meer naar ‘onorthodoxe’ maatregelen;
- de competente burger realiseert meer dan de ‘instrumentloze’ overheid;
- proces- en systeeminnovaties geven kracht door onverwachte allianties, handelsmodellen, ondernemerskracht en
- focus verschuift van technologische innovatie naar innovatie in kennis, circulaire economie en verschuiven verantwoordelijkheden.

In zijn blog heeft Thijs de la Court (wethouder Lochem) al eens een mooie beschrijving gegeven van de kracht die in de lokale samenleving aanwezig is en actief wordt. Dat is niet voorbehouden aan de grote steden, maar ook aan andere gemeenschappen (dorpen, wijken, regio’s). Het is het ragfijne spel van geven en (niet-)nemen. De gemeente geeft ondersteuning waar nodig, trekt zich terug waar mogelijk en wenselijk, treedt naar buiten indien gewenst door lokale initiatiefnemers, legt contat en verbindt dus allererst mensen, dan initiatieven en pas daarna kunnen verbindingen worden gemaakt met andere spelers in het energiedomein (netbeheerder e.d.) en/of financiers (banken e.a.). De gemeente zorgt voor goede groei-omstandigheden, de juiste condities voor de energieke samenleving, die misschien alweer vervangen moet worden door de ‘ondernemende samenleving’.

We hebben dus een idee over de ontwikkeling van klimaat 2.0 maar de aanpak die er bij hoort, de rol van de overheid (nationaal en lokaal) is nog onduidelijk, de nieuwe ondernemerskansen zijn nog beperkt in beeld (vnl lokale energiebedrijven) en de combinatie van techniek, proces en nieuwe zienswijzen is ook nog ter discussie. Kortom reden genoeg om op het Klimaatcongres van 02 november 2011 tot een goede discussie te komen.

Ideeen genoeg overigens, al komt dat niet altijd direct tot uiting. In een gesprek dat ik vorige week voerde met een lokale Rabo-bank kwamen binnen een uur een drie-vier nieuwe businessmodellen voor hen tevoorschijn die niet alleen een nieuw verdienmodel betekenen maar ook nog een bijdrage leveren aan de lokale economie en last but not least aan de energie- en klimaatdoelstellingen die we hebben. Dat gesprek liet mij zien dat door een gezamenlijke analyse van deze vragen, nieuwe antwoorden gevonden kunnen en zullen worden.

Om een beeld te krijgen van wat ‘klimaatbeleid 2.0′ is, zullen we tijdens een workshop op het Klimaatcongres de vragen stellen, die nu aan de orde zijn (en wellicht ook alvast wat antwoorden programmeren):
- Wat nodig is om de klimaatambities op lange termijn waar te maken;
- Wat anders is dan het huidige klimaatbeleid;
- Wat eventuele randvoorwaarden zijn;
- Wat vraagt dit van lokale overheden, maar ook van andere spelers?

Uiteindelijk doel is een set van aanbevelingen te formuleren waar ook andere gemeenten met ambities mee aan de slag kunnen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>