C2C gebiedsontwikkeling

Sorry for the english readers, this post is in Dutch….

Workshop Ruimte
Donderdag 15 september 2011 in Antwerp Expo (Antwerpen, BE)

Invulling van ruimte is een complex proces. Het behelst verschillende thema’s als lucht, water, bodem, energie, materialen, openbare ruimte, werk en welzijn. De beslissingen over de invulling van ruimte worden op verschillende niveaus genomen in overleg met vele belanghebbenden. Onze droom, een gebied, een stadsdeel of bedrijventerrein volledig cradle-to-cradle (C2C) maken, is op dit moment nog niet mogelijk. Bestaande inzichten, processen, structuren of historische verontreiniging beperken de mogelijkheden. Toch willen we ‘denken in continue kringlopen’ ook vanuit een ruimtelijk perspectief realiseren. Deze dag werd georganiseerd door OVAM vanuit de twee europese programma’s C2C-Network en CityChlor.
Douwe Jan Joustra (One Planet Architecture institute) was er bij en geeft een (inhoudelijke) reflectie.

Inhoud/kennis
De Cradle to Cradle benadering van ‘Duurzame Gebieds Ontwikkeling’ is gebaseerd op het idee dat een gebied een systeem vormt. Om het systeem te begrijpen, te doorgronden, is een nieuwe manier van kijken nodig. Er worden inzichten mee vastgelegd die kunnen bijdragen aan de vormgeving van de toekomstige gebiedskwaliteit. Zeker omdat de denkwijze van C2C ook handreikingen geeft voor de processen die spelen, kan de stap naar begrip en toepassing gemaakt worden.
In de discussies tijdens de workshop Ruimte blijkt dat deze nieuwe concepten niet eenvoudig toepasbaar zijn. Ze wijken af van de wijze waarop betrokkenen de afgelopen decennia zijn opgeleid in studie en praktijk. Zo is de reflex om te werken aan efficiency zeer sterk en het denken in termen van effectiviteit erg moeilijk. Het leidt regelmatig tot ‘verdedigende’ discussies, waarbij het bestaande beleid uitgangspunt is. De kern van een effctieve aanpak is dat door ingrepen de waarde van het gebied stijgt: in biodiversiteit, culturele diversiteit, landschappelijke kwaliteit en meer. Een complexe uitdaging, dat is zeker.

Concepten
De stap naar een werkelijk duurzame gebiedsontwikkeling vraagt naast kennis ook aandacht voor nieuwe, sturende concepten. De benadering die door de gemeenten Almere en Venlo is gekozen spreekt daarbij aan: Cradle to Cradle vertalen in principles die sturend zijn voor de wijze waarop de gebiedsontwikkeling invulling krijgt. Het conceptuele kader geeft richting aan de ontwikkeling en tevens kaders voor toetsing van de kwaliteiten die het gebied heeft en krijgt. De Almere principles vormen een belangrijk voorbeeld in Nederland. Het lijkt aan te bevelen om aan de hand van de principles te zoeken naar onderliggende patronen, die uiteindelijk bijdragen aan het creëren van een handelingsperspectief.

Zes principes voor duurzame gebiedsontwikkeling
1 Diversiteit als basis voor waardecreatie
2 Flexibel bouwen voor ruimte in de toekomst
3 Bestaande waarden vormen de context
4 Grondstoffen blijven grondstoffen, energie is schoon en beschikbaar
5 Combineer natuur en cultuur en creëer verbindingen tussen gebied en omgeving
6 Ontwerp gezonde systemen

Richtinggevend zijn deze principles zeker. Dergelijke principes geven een goed kader voor keuzes, maar geven geen oplossingsrichtingen, waardoor de creativiteit van gebiedsontwikkelaars, landschapsarchitecten, stedenbouwkundigen en architecten niet belemmerd wordt. Praktisch gezien heeft Almere gewerkt met vernieuwde vormen van aanbesteding om de principles ook als leidend kader te kunnen gebruiken. Projectontwikkelaars is gevraagd om hun eigen visie op de samenhang tussen principles en project aan te geven, als eerste toetsingskader in de selectie.

Systeembenadering
De optelsom die voort komt uit deze benadering leidt tot een samenhang die ik wil kenschetsen als:een systeembenadering voor Duurzame Gebieds Ontwikkeling.
Dit draagt vooral bij aan het inzicht op gebiedsniveau van het bestaande systeem en kan benut worden om indicaties te vinden voor het ontwerp van het gebied in ontwikkeling. Dan liggen daaronder de basisbegrippen van Cradle to Cradle ten grondslag als basis:
sluit kringlopen
gebruik schone energie (van de zon) en
versterk diversiteit.

Natuurlijk is het primaire advies om voor ieder gebied een reeks ‘principles’ te benoemen. Dat is een vorm van werken die een toetsingskader biedt voor ontwerp, uitvoering en realisatie.

Hoofdlijn
In de discussies bleek dat veel uitvoerders en beleidsmakers relatief ‘vast’ zitten in het adagium: Resultaat en Rekenschap. Dat is de positie die veel overheden en andere organisaties de afgelopen decennia hebben gekozen. Het is de werkwijze/houding die bepalend is voor de kwantitatief georienteerde projectaanpak. De doelen, oplossingen en beschikbare middelen zijn sturend. Op zich is dat een adequate houding voor een projectleider, maar de vraag is of gebiedsontwikkeling als een project kan worden gezien. Het zijn de complexiteit van de aanpak, de onzekerheid over te behalen resultaten, de diversiteit in oplossingen en dergelijke die maken dat gebiedsontwikkeling meer is.

Richting en Ruimte zijn de basiselementen voor een sturing gericht op een effectieve performance. Richtinggevend een kader scheppen dat aangeeft welke kwalitatieve en kwantitatieve doelen er zijn. Ruimte geven om tot oplossingen te komen die passen bij het gebied, de richting versterkt realiseren en onverwachte uitkomsten, is voor een Cradle to Cradle benadering van groot belang.

Uiteindelijk is een omdraaiing nodig: niet resultaat en rekenschap zijn leidend, de werkwijze gaat worden: Richting, Ruimte, Resultaat en Rekenschap. Natuurlijk kent iedere aanpak grenzen, maar de grenzen van vandaag zijn morgen de grenzen van gister. Het gaat er om een toekomstgerichte, ontwikkelende, strategie te hanteren.

Houding
Als vernieuwende houdingselementen lijken in de discussies naar voren te komen: flexibiliteit, creativiteit en toekomstgerichtheid. Dergelijke competenties worden vaak genoemd. Opvallend is dat de gesprekspartners ook blijk geven van sterke visies op de kwaliteiten die in het gebied tot ontwikkeling moeten komen. Nog vaak te sterk gekleurd door ‘oude’ waarden (minder…, minder …), maar regelmatig ook door te zoeken naar de vernieuwing (nieuwe waarden). Dan is de vraag welke houding van belang is voor een hoogwaardige, duurzame, gebiedsontwikkeling.

Voor een Cradle to Cradle benadering lijken dan de volgende stappen als richtlijn te hanteren:

herken de waarde van het gebied in zijn huidige vorm
Alvorens ingrepen te doen in een gebied, kijken naar de manier waarop het nu functioneert. De patroontaal (het alfabet) geeft de basis voor analyse in het gebied op verschillende schaalniveaus. Erken de krachten die het systeem nu dragen en het herkennen van de waarde(n) betekent: ‘get native to the place’.

voel het ritme van het leven (mens en natuur) in het gebied
Identificeren van ruimtelijke en sociale patronen in het gebied helpt hierbij om tot een adequate ‘fact finding’ te komen, waarbij veldkennis en reeds bekende kennis vanuit karteringen, gebiedsanalyses, interviews en historische inzichten, leidt tot een gevoel voor het gebied. Het ritme van leven in het gebied geeft indicaties voor toekomstige ontwikkeling.

werk buiten want het gebied is echt en dat geeft voeling
Werken buiten bestaande kaders en de fysieke ervaring van aanwezigheid in het gebied gaan samen. De bestaande kaders bepalen heersende denkmodellen van betrokkenen. Openstaan voor de verschillen vraagt veel van allen. Naar buiten brengen, letterlijk en figuurlijk, maakt het bespreekbaar. Sommige modellen zullen om toetsbare redenen afvallen. Door debat en samen buiten analyseren komen de belangrijke waarden steeds meer in zicht.

wees een lerende professional die indrukken verwerkt
Gebieden zijn complexe systemen en die vragen om interpretatie. Sta open voor intuïtie en leer stap voor stap van het gebied, de patronen en de opvattingen/denkmodellen van anderen. Dat leerproces zal uit vele kleine stappen bestaan, waarbij ‘jumping to conclusions’ voorkomen moet worden. De wil om de denkrichtingen bij te stellen, gedurende het hele proces, is een belangrijke kwaliteit. Het vraagt de wil om te werken met onzekerheden en een fout-vriendelijke opstelling. Dat is de basis voor een lerende aanpak.

Identificeer en waardeer kwaliteit
‘Meten is weten’ is een dominante benadering van onze samenleving. Het geeft het idee dat meten de wezenlijke informatie verschaft voor besluitvorming. Gebiedsontwikkeling gaat over kwaliteit: de schoonheid van het landschap, de leefbaarheid van een wijk of de sociale binding van mensen met hun omgeving. Waarden zijn niet meetbaar, het meten en weten vormt hooguit een onderlegger. Durf te benoemen wat werkelijk belangrijk is. Bestaande taal blokkeert soms ook het denken (‘brownfields’, ‘blackfields’ e.d.). Overigens is aandacht voor kleine elementen belangrijk, maar de kwaliteit van het geheel staat bij gebiedsontwikkeling centraal. Waardeer kwaliteit.

kijk naar de horizon, kijk er ook overheen, zeker de tijdshorizon
Details zijn de delen van het geheel. Gebiedsontwikkeling richt zich op het geheel met respect voor details. Over de bestaande horizon heen kijken en de omstandigheden (condities) creeren voor ontwikkeling over generaties heen. Wat er is, is gegroeid in de loop der tijd. Groei en ontwikkeling van waarden vraagt tijd en zal ook naar de toekomst toe, tijd moeten krijgen. Ingrepen zetten de toon voor generaties. In het gebied spelen acties van gisteren een rol, maar ook die van vorige generaties, tientallen jaren of zelfs honderden jaren geleden. Tegelijkertijd is het belangrijk om over je eigen horizon heen te kijken en te luisteren naar het perspectief van anderen: dat werkt verrijkend. Werk dus niet alleen aan de realisatie van vandaag of morgen maar houdt ruimte voor de toekomst (cq toekomstige ontwikkelingen).

actuele opvattingen loslaten en zoek passende inzichten
Systemen die wij identificeren, vormen we naar onze eigen mentale modellen. Door interdisciplinair te werken aan identificatie van patronen (alfabet) komen meerdere mentale modellen in beeld. Durven loslaten van vaststaande waardemodellen helpt om samen tot nieuwe, passende, inzichten te komen. Interdisciplinaire processen werken als er betrokkenheid is bij het zoeken naar gedeelde of gezamenlijke waarden. De kennis is belangrijk, het samenwerken en samen leren is belangrijker.

herken complexiteit, voel de uitdaging om die aan te pakken
Gebieden zijn complexe systemen. Het herkennen van die complexiteit leidt tot verschillende reacties: beheersen, sturen, versterken en creatie van condities. Het bestaande landschap is complex en niet geheel te doorgronden. Bij gebiedsontwikkeling speelt die complexiteit een rol. Hoe ontstaat zelfsturing in een gebied, wat maakt het mooi en wat maakt het straks tot een werkend systeem? Die complexiteit herkennen en een visie durven te ontwikkelen die daar recht aan doet, inclusief de onzekerheden die er bij horen, is de grote opgave van duurzame gebiedsontwikkeling.

hanteer een richtinggevend concept
Kennis van het gebied, analyse van patronen en herkenning van interne en externe relaties leidt tot inzicht. Om tot een betekenisvolle gebiedsontwikekling te komen, is een richtinggevend ‘concept’ van belang. Dat kan een breed gekend concept zijn als Cradle to Cradle (Almere, Venlo, Haarlemmermeer) of een meer specifiek concept als het gebied daar om vraagt. Door een eigen set ‘principles’ te ontwikkelen wordt een gebiedsgebonden richtinggevend concept gegeven.

choose elegantly, be decicive in realisation
Eenzijdigheid, dominantie of directieve besluitvorming past niet bij een systeemgerichte gebiedsaanpak die een duurzame ontwikkeling mogelijk maakt. Gedragen keuze voor de richtinggevende ‘principles’ en nadere uitwerkingen is een eerste voorwaarde voor duurzame gebiedsontwikkeling. Het is zaak om vasthoudend (compromisloos maar flexibel ten aanzien van de detailoplossingen) tot realisatie te komen.

De workshop Cradle to Cradle en Ruimte (Antwerpen 15 september 2011), gaf aanleiding tot deze bespiegelingen. De discussies varieerden van fundamenteel tot zeer oplossingegerichte vragen en dilemma’s. Een inspirerende bijeenkomst voor de toehoorder en participanten. Opvallende eigenschap gedurende de dag: deelnemers die open staan voor vernieuwing in denken en doen. De doorwerking zal nog veel tijd en inspanning vragen voor ieder. Daarbij is het goed te bedenken dat in het werken aan Cradle to Cradle altijd wordt uitgegaan van tijd als een belangrijke factor. Niet vandaag zal alles veranderen, maar de eerste stappen zijn gezet.

Douwe Jan Joustra
One Planet Architecture institute

IMF or EMF?

The Ellen MacArthur Foundation (EMF) celebrates it’s one year anniversary these days. It seems much longer, but it is the exciting quantity and quality of work of the EMF that gives that impression. EMF stands for a new, circular, economy based on the principles of Cradle to Cradle. So it is one of the potential founders of the new economy and that makes is more exciting then the IMF that stands for the ‘old school economy’.
This week Ellen MacArthur will be in the Netherlands for the opening of the new building of the National Institute of Ecologic Research (NIOO). It’s build as much as possible in a Cradle to Cradle way and we look forward to the opening and first visit to this beautifull new building.
We will have a meeting with Ellen MacArthur and Ken Webster on the perspectives of TurnToo, the meaningfull way of working in a circular economy. Also we will discuss the project that OPAi runs on behalf of Agentschap NL, ‘learning by nature’.

One of the public activities of the EMF is the Evening with Alex Steffen and Ellen MacArthur, Royal Geographical Society, London. October 20th, 7-10pm

“Alex Steffen, a designing optimist, lays out the blueprint for a successful century.”
-The New York Times

Alex Steffen, leading futurist and editor of the World Changing bestseller, will be giving an evening lecture at the Royal Geographical Society on October 20th. His talk will focus on innovative business practices and positive 21st century perspectives and there will be a follow up Q&A session with Ellen.

More detail about this lecture and Alex’s work at
the EMF-website

The Change

The Change is there. It started about five years ago. Sustainable policies are mainstream now. Mainstream for governments (as well national, regional as local), companies, schools and individuals. We do not need to argue anymore except with some of the cynicists. I suggest that we stop that discussion. It take to much energy. Energy is something to handle with care: waste is a waste of time and more.

Now sustainability is mainstream in many forms: climate policies, environmental activities, energy supply and materials/resource management. It brings shift in thinking and even new paradigms start to get reality. This is what we identify as systems innovations. These are far more important for change then technological innovations. Let me get in to systemsthinking a bit more.

Working on energy efficiency in a neighborhood renovation does not improve the social insecurity. It is a single-issue approach.  Sustainable development is always multi-issue oriented, which means that we should look at the whole. Partial solutions lead to ‘patchy’ work. Crucial for creating a real “leap” towards sustainable development is a complete system approach. This, however, is like entering a world of abstract science, which makes it far from easier.

Systems come in various sizes and types. Mainly there are two distinct approaches. First the system thinkers who assume a mechanical approach to reality which is led by generally accepted principles or laws. A system exists in this perspective of a complex set of elements, each ‘doing what they should do. We might be able to create an app that counts the results of interventions in a mechanical result. See for instance the game ‘Alchemy‘ for your Iphone or Android. But there are systems thinkers who rely on a dynamic approach. Here we have the vision of modern science, with the central element is the idea that multiple systems or domains intersect. Establish relationships based on intuition is a basic. A real leap to sustainability is aimed at breaking the existing standards and develop new ideas. In addition, both systems concepts – mechanical and dynamic – a role. Some fundamentals for systemsapproach on sustaining your city, area or street:

Rest and unrest

Every system has elements that are related to each other. Fortunately, there are a number of generic processes to be appointed, who can bring order into this chaos. So each system has its own dynamics. This applies to a postwar neighborhood but also a network of professionals. In all cases it is useful to examine the dynamic system and see what is peculiar. Dynamics can be identified and even more we can make a distinction between the ‘natural dynamics’  of a system and the ‘external dynamics’. Then you might see what type of intervention that requires. Be attentive to see what’s reenforcing the natural dynamics and what you do as ‘external added dynamics’. These should be handled with care as we can learn from nature. This involves the added external dynamics, such as a higher authority or an interest group. Rest is a relative term in this perspective, it represents the absence of external interventions. Unrest represents the externally added dynamics that leads to disruption, or at least flattening: disruptive change.

Practical utilization 

Systems thinking seems complicated, but this is especially apparent. Philosopher Edward de Bono made it clear with his suggestion to our main questions to be converted from ‘what is this’ to where does this lead to or what new value is created’. This puts the system -de Bono- thinking immediately in the position where the most used value: the practice. From the principle that sustainable development must be seen primarily in the context of human added dynamics, it is possible to achieve a practical tool with principles for a system-oriented sustainable development. “Where does this lead?“, The key question of Bono, can be directly linked to the interests of sustainable development, as well in ecological, economic and social sense.

Suggestions for control

Any intervention in a system leads to change. Sustainable development therefore means the careful handling systems. To control has three basic rules of interest:

1. Provide rest in methodology

Interventions are a disturbance of the existing order. Sometimes it is necessary within a system ‘to shake the cushions’. Proper dosing is important and also is connecting with the players in the system necessary.

2. Border based

Transitions, borders or gradients bring differences with them. This applies to the sloping shore along the city water, but also for the fringes of a neighborhood. That is, in any recognizable system. Hard transitions lead to “collisions”. Soft limits offer opportunities for different development. Boundaries bring diversity. Not only to the development of diversity, but also to transitions in interests, and lifestyles (social and ecological) networks. When managing transitions is important to have an open eye for developments along the borders of its own domain.

3. Construction takes time, degradation can be in the ‘blink of an eye’

In every system is a development to recognized. Before any intervention is undertaken leading to degradation of components, a reflection on the added value is needed. Structure requires careful control, degradation is a relatively “dumb” instrument. With small steps you will eventually accomplished a lot.

Added value

Through these basic rules in the work of a practical application one can start operating in a system approach. Partly as a methodological framework and partly as a way of looking at ‘the system’ in which you work. The urban renewal (post war dwellings) is an example where systems thinking has added value. Systems thinking seems to be a powerful leverage for sustainable development a step.

Leren van de natuur

In opdracht van Agentschap NL begint OPAi aan het opbouwen van een ‘consortium’ rond het thema ‘Leren van de natuur’. Hierbij kijken we naar de natuur als leermeester. Zoals in biomimicry wordt gekeken naar biologische fenomenen die als voorbeeld kunnen dienen voor product- of materiaalontwikkeling. In Cradle to Cradle wordt gebruik gemaakt van een reeks fundamentele ecologische processen (kringloop, successie, diversiteit en resilience), voor produktontwikkeling en bouw/architectuur. Ook op systeemniveau kunnen we nog veel leren van de natuur: stedelijke ontwikkelingen en gebiedsontwikkeling. Daarbij staan fundamentele en functionele ontwikkelingen centraal: welke oplossingen en mechanismen functioneren in de natuur, die ons inzicht kunnen geven voor hoogwaardige, duurzame, ontwikkelingen.

Er is een omslag gaande in de relatie tussen duurzame ontwikkeling en economie. Tot eind 20e eeuw stond de technologische ontwikkeling centraal met daarnaast aandacht voor behoud en beheer van sociale en ecologische waarden. Nu vormen discussies over een circulaire economie en een nieuwe verhouding van cultuur, natuur en techniek vrijwel dagelijks een punt van aandacht. Vooral de verhouding economie-ecologie lijkt een basis voor maatschappelijke vernieuwing. Daarbij is de vraag op welke wijze de verhouding invulling krijgt. Beheer en behoud (wise-use) krijgen veel aandacht terwijl ontwikkelingsgerichte discussies veel minder prominent zijn.

Ken Webster en Craig Johnson publiceerden hun boek Sense & Sustainablity in het Verenigd Koninkrijk in 2009, waarna de Nederlandse vertaling in 2010 verscheen onder de titel ‘Leren van de natuur, inspiratie voor een duurzame toekomst’. Die laatste titel vraagt om meer. Daarvoor wordt de aanzet in het boek nadrukkelijk gegeven, maar nu vraagt om implementatie in de Nederlandse samenleving en economie. Er zijn verschillende manieren om van de natuur te leren. Daarin hebben we in Nederland nog niet een echte traditie. Natuurlijk zijn er incidentele voorbeelden te noemen, zoals het ‘haaienpak’ voor wedstrijdzwemmers, het ontwerp voor een energy-sufficient datacentrum (Ozzo: inspiratie bijenkorf) en andere.

Agentschap NL, het programma LvDO en NME, liet het boek van Webster en Johnson vertalen en voorziet dat er in de komende jaren veel tijd en energie nodig is om tot een nieuwe Nederlandse traditie te komen. Het ontwikkelen van zo’n nieuwe traditie vraagt investeringen in kennis en ervaring, innovatie en vooral in het verbinden van mensen en organisaties.

OPAi ziet mogelijkheden om tot deze nieuwe verbindingen te komen.