Resultaten IKS

Innovatieprogramma Klimaatneutrale Steden

8 gemeenten werken sinds begin 2011 aan de uitvoering van hun projecten in het kader van het Innovatieprogramma Klimaatneutrale Steden (IKS). De deelnemende gemeenten zijn: Amsterdam Zuid, Breda, Rotterdam, Tilburg, Heerhugowaard, Nijmegen, Lochem en Wageningen.

De ambitie van het IKS-programma is het experimenteren met proces- en systeeminnovaties. Uitgangspunt is dat technische innovaties veelal buiten de scope van de gemeente vallen en met name in het energiedomein volop gaande zijn in de industrie, bouw en mobiliteit. De gemeenten hebben er allemaal voor gekozen om de aanpak van het klimaat vooral te doen via energiemaatregelen. Daarbij zijn de proces- en systeeminovaties vooral:

  • nieuwe vormen van samenwerking / alliantievorming
  • versterken van burgerparticipatie, zowel individuele burgers als organisaties;
  • versterken van ondernemerschap;
  • identificeren en uitproberen van nieuwe vormen van governance;
  • ontwikkelen van financieringsmodellen en
  • versterken van autonome ontwikkelingen.

Praktisch gezien heeft dit geleid tot ondermeer:

  • oprichting Duurzame Lokale Energie Bedrijven (Lochem, Amsterdam Zuid, Wageningen en in zekere mate Tilburg);
  • doelgerichte en doelmatige concessieverlening OV en productie Groen Gas (Nijmegen);
  • grootschalige plaatsing zonne-pv op kantoren en andere bedrijfsgebouwen (Wageningen);
  • samenwerking met grondgebonden ondernemers (boeren) om tot ‘energielandschappen’ te komen (Lochem);
  • fundamentele bottom-based initiatieven/aanpak (Amsterdam, Lochem, Tilburg e.a.);
  • lokale bedrijvennetwerken die initiatiefnemers worden (Tilburg);
  • signalering technologische onvolkomenheden decentraal, opstarten experimenten: Low Voltage woning (Heerhugowaard);
  • leefstijl-gerichte communicatie (Breda);
  • inzicht in financiering/investeringsmogelijkheden (Lochem, Tilburg, Amsterdam, Heerhugowaard e.a.) en
  • signalering van insitutionele en regelgevingsbelemmeringen (Lochem, Amsterdam, Nijmegen, Tilburg, Wageningen).

Daarmee is IKS aanjager geworden van decentrale energie-aanpak (-opwekking). De oprichting van E-decentraal mag in zekere mate aan IKS-partners worden toegeschreven, alsmede de signalering dat het huidige systeem met betrekking tot saldering en zelflevering een faalfactor is.

Conditiesturing

In de gesprekken met de IKS-gemeenten wordt veel aandacht besteed aan de condities, de omstandigheden, die van invloed zijn op de kracht van autonome ontwikkelingen. Daarbij wordt bestaande regelgeving en belastingen met betrekking tot de saldering en zelflevering geidentificeerd als een falende omstandigheid. Enerzijds beperkt het particuliere initiatiefnemers in hun investeringsbereidheid en anderszijds werkt het een beperkte omvang van installaties in de hand. Overcapaciteit op het eigen dak is te weinig ‘lonend’ om te realiseren. Het gebrek aan mogelijkheden om electriciteit buiten de eigen meter om, op te wekken (bijvoorbeeld op het dak van een school of bedrijf in de buurt) is toe te schrijven aan de bestaande regelgeving met betrekking tot zelflevering. Kostprijs en verdienmarges liggen te dicht bij elkaar (of zelfs negatief) door de huidige tariefstellingen en daardoor het ontbreken van een incentive op decentrale duurzam energie.

Dit thema is inmiddels herkend en erkend bij de betrokken ministeries en de Tweede Kamer. Vanuit de IKS-ervaring is te signaleren dat het ontbreken van een goede basis, de stevige ontwikkeling in de weg staat.

Het idee dat decentrale opwek een fundamentele en relatief forse bijdrage kan leveren aan de gewenste transitie mbt duurzame energie was bij aanvang van IKS landelijk vrijwel niet erkend. Inmiddels is het tot een thema in het politieke en ambtelijke debat geworden. De IKS-gemeenten hebben daar aan bijgedragen, Lochem en Amsterdam Zuid hebben daarin een actieve rol. Tilburg speelt een rol mede doordat de wethouder (Berend de Vries) klimaatambassadeur is.

Oplossingen

De kracht van lokale innovatieve initiatieven is dat de realisatie daadwerkelijk tot stand komt. Praktische vragen worden opgelost, ruimtelijke obstakels overwonnen en waar nodig worden onorthodoxe maatregelen getroffen. Daarmee geeft de praktijk kracht aan de agendering van decentrale energie op politiek niveau. De fundamentelere oplossingen van de huidige belemmeringen in wet- en regelgeving en belastingen vragen om politieke oplossingen.

In de verschillende IKS-projecten is zichtbaar geworden dat het streven naar de klimaatneutrale gemeente bijdraagt aan versterking van de lokale economie. De eigen energie-opweking heeft niet alleen een individuele economische waarde. Er is sprake van bredere maatschappelijke kosten en baten. Ieder “Duurzaam Lokaal Energie Bedrijf” (LDEB) draagt bij aan versterking van de lokale economie. Dit inzicht heeft geleid tot de politiek-bestuurlijke vraag naar een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA).

De fundamentele oplossingen zijn nooit simpele oplossingen, doordat verschillende belangen spelen. Het ambtelijk proces is ook gaande, gericht op het wegnemen van belemmeringen maar weerstand komt ondermeer vanuit ‘financien’. Overigens heeft dat ook weer geleid tot discussies over het ‘verdienmodel’ voor de overheid in decentrale en duurzame energie.

Niet alleen ‘salderen’ is een belemmering in de huidige situatie maar ook blijkt de lage tariefstelling voor grootverbruikers een (onverwacht) probleem te zijn. Dat maakt de ‘rekenkundige benadering’ van grote daken voor zon moeilijk. Er is voor bedrijven vrijwel geen incentive te verwachten, door de lage tariefstelling voor grootverbruikers.

Energieke samenleving

Toen het gelijknamige rapport van het PBL verscheen, half 2011, werd het door IKS-gemeenten ervaren als een beschrijven van de processen die in hun projecten tevoorschijn komen. Waar PBL zich trendgevoelig toont, lijken de IKS-gemeenten de trend te ervaren en te zetten.

Er is veel geleerd in IKS als het gaat om het versterken van de energieke samenleving. Een nieuwe vorm van governance lijkt nodig. Dat is gebaseerd op het herkennen van de competente samenleving die op iedere plek in Nederland aanwezig is en die initiatiefnemers vertrouwen geven. Het herkennen van de competente samenleving op lokaal niveau is niet gegarandeerd leidend tot succes. Karakteristiek voor een versterkende governance is:

  • identificeren van competente burgers door te mobiliseren (bijvoorbeeld via een informatiebijeenkomst of andere werkvormen) en te inspireren;
  • ruimte bieden om de nieuwe organisatie en samenwerking op te bouwen, zowel fysiek (vergaderrruimte) als financieel (onkosten dekken) als mentaal (door te werken als ‘meewerkend voorman’ en kennis beschikbaar te stellen);
  • richting geven is een belangrijke bijdrage vanuit de lokale bestuurders. Zij zien het lange termijn perspectief, kennen de klimaatdoelstellingen en geven daarmee een stevige koers. Daarbij is duidelijk geworden, in de projecten in Lochem, Amsterdam Zuid en Wageningen, dat richting geven niet verward mag worden met sturing. Er is een directe relatie tussen het sterke gevoel van autonomie bij burgers en bedrijven en het richtinggeven versus een afwachtende houding bij een meer directieve houding van bestuur en ambtelijke uitvoerders.
  • Vernieuwing speelt een belangrijke rol. Ook de gemeente is een organisatie uit het ‘verleden’, dat wil zeggen dat procedures, regelingen en besluitvorming aan regels gebonden zijn. Dat alles loslaten en in een andere richting sturen is lastig voor gemeenten. Interne processen werken dan vaak tegen (Amsterdam, Lochem). In deze gemeenten is getracht om te werken vanuit het idee van ‘positieve discriminatie’ als vorm van experiment: proceduretijd verkorten, flexibiliteit versterken: onorthodoxe maatregelen als kern voor nieuwe rol. Hoezo europees aanbesteden als het plan van cooperatie is tussen burgers, bedrijven en overheid? Naar binnen toe is durf ontwikkeld om nieuwe procedures af te dwingen (Tilburg).
  • Flexibiliteit kenmerkend voor IKS. Intern, bij gemeenten, vergunnngen en financieen benaderen vanuit flexibiliteit, wordt ook moeilijk als het gaat om verantwoording aan de gemeenteraad, die veelal SMART opereren. Het zoeken naar ruimte is dan aan de orde. Het vraagt open gesprekken met de ‘remmers in vaste dienst’ en controllers (raad). Dat is een beweging die nu komt. Deze benadering vraagt ook vakmanschap in programmasturing (Tilburg).
  • Procesmatige benadering is kenmerkend voor de IKS-aanpak. De mooie combinatie van harde doelen (opwekking) en procesaanpak (relatief soft), botst ook regelmatig met verwachtingen van partijen. Het is een combinatie van de technologische ontwikkeling en de sociologische aspecten en die combinatie blijkt moeilijk in praktijk. Bestuurder moet resultaat zien/leveren: wat wordt het? Zon of wind? Vertrouwen is hierbij vaak het issue (Lochem, Amsterdam, Tilburg). Overigens blijkt in de IKS-projecten dat het een misvatting is dat een procesaanpak niet-resultaatgericht zou zijn: alleen het kunnen andere resultaten zijn dan gedacht. De IKS-projecten laten zien dat er ook een afweging moet zijn van vertrouwen in partners: daadkracht, doorzettingskracht, technische kwaliteit initiatiefnemers speelt een rol. Overigens signaleren de gemeenten ook dat niet ieder resultaat goed hoeft te zijn, in die zin hoort het leren ‘nee’ zeggen er ook bij;
  • be supportive’ is een belangrijke eigenschap van de gemeente gebleken. Dat impliceert gebruik van gemeentelijke faciliteiten, beschikbaar stellen van kennis, steun bij procedures en als volwaardige partner op te treden voor iniatiefnemers als het gaat om contacten met grote spelers in het spel: banken, energiebedrijven, institutionele investeerders e.d.
  • podium bieden hoort hier zeker bij. Zowel in poltitieke zin door regelmatig contact te organiseren met de lokale politiek en initiatiefnemers. Daarnaast is de steun van de gemeente een zeker garantie/keurmerk voor burgers en organisaties/bedrijven voor de betrouwbaarheid vn dergelijke nieuwe burgerinitiatieven.
  • coöperatief organiseren is een sterk element in de ontstane initiatieven van burgers en bedrijven. De duurzame lokale energiebedrijven die ontstaan hebben veelal een coöperatief karakter.

Niet alles is even soepel gegaan. Er blijkt in enkele gevallen een spanning te zijn tussen de ‘traditionele’ opvattingen over de verhouding bestuur-burger. Daar waar de burger slechts ‘draagvlak’ mag leveren ontstaat argwaan, afstand en afwijzing (triple-A). De burger zet zijn hakken in het zand, negeert of voelt zich slecht geïnformeerd. Dit is geconstateerd bij in ieder geval één project. De uitvoering van IKS werd belegd in een stuurgroep waarin instituties met belangen in het betrokken gebied of een inhoudelijke (eigen-) belang de beslissingen gaan nemen. Dat leidde inderdaad tot de nodige fricties, die pas kort geleden zijn benoemd en nu voor een hernieuwde aanpak een basis legt. De spanning tussen institutionele aansturing en het activeren van de energieke samenleving werd duidelijk.

leerzame ‘mislukkingen’

Hoewel het woord ‘mislukking’ hier niet al te letterlijk moet worden genomen, is er wel een aantal leerpunten te benoemen die voortkomen uit veranderende omstandigheden. De belangrijkste:

  • stagnerende verkopen bij nieuwbouwprojecten, vragen fundamentele heroverwegingen van de aanpak. Intensivering van communicatie is de primaire reflex maar leidt slechts tot minimale beweging in de markt. Nieuwe concepten als gebruik in plaats van eigendom of het realiseren en aanbieden van woondiensten, vraagt een systeeminnovatie die voor individuele gemeenten lastig te realiseren is. Men kan (nog) niet terugvallen op ‘casebased’ ervaringen (o.a. Heerhugowaard);
  • de spanning tussen institutionele belangen en bottom-based benadering is voor burgers moeilijk te doorgronden noch werkelijk aan te pakken. Hier past een nieuwe visie op de rol van de gemeente (o.a. Rotterdam-Heijplaat);
  • innoveren is lastig. Allereerst al het signaleren van de noodzaak tot technische-, proces- of systeeminnovaties. Dat vraagt een vorm van reflectie op stagnerende ontwikkelingen die gekarakteriseerd kan worden als ‘reflexief’ en ‘out-of-the-box-denken’. De waarde van externe coaching en reflectie is dan groot en verhoogt de kans op doorbraken in denken en doen (o.a. Wageningen en Heerhugowaard);
  • bottombased werken, gebaseerd op een werkwijze die gekarakteriseerd kan worden als een ‘grassroots’ benadering, vraagt veel tijd en capaciteit. Hierbij is een professionele procesbegeleiding wenselijk om van praten en denken naar doen te komen (o.a. Amsterdam Zuid en Lochem). Ook vraagt het een bestuurlijke ‘houding’ die uitgaat van vertrouwen in de competente samenleving. Terughoudendheid in sturing en organisatie van bestuur en gemeentelijke apparaat is daarbij van grote waarde gebleken (Lochem). Het belangrijkste leerpunt daarbij is: Stel de eindgebruiker centraal, dan kristalliseren belangen zich wel uit en participeren allen beter. En
  • De diversiteit van lokale initiatieven maakt grootschaligheid in de lokale aanpak moeilijk (o.a. Lochem, Tilburg en Amsterdam Zuid).

leerpunten innovatie

Op het domein van IKS, de proces- en systeeminnovaties, zijn belangrijke stappen gezet. Een specifieke analyse zal nog plaats vinden (o.a. door PBL) en in de rapportages van de gemeenten worden deze punten uitgebreid toegelicht. In de procesinnovatie gaat het vooral om nieuwe vormen van samenwerking en de vorming van nieuwe allianties. De systeeminnovaties liggen in nieuwe perspectieven op de aanpak op lange termijn. De gesignaleerde, doorsnijdende, innovaties:

  • Marktsturing als publieke interventie: in Nijmegen is de concessieverlening OV benut om tot een marktvraag naar Groen Gas te komen. Dat is een relatieve zekerheid voor producenten van Groen Gas in de regio die investeringen moeten doen om tot opwekking te komen. Nijmegen heeft een systematiek ontwikkeld die dit mogelijk maakte, zodat een zichzelf-versterkende ontwikkeling op gang is gebracht;
  • Marktordening als publieke interventie: in Tilburg zijn forse stappen gezet in het publiek-privaat organiseren van de energie- en klimaataanpak. Van servicebureau voor individuele burgers en ondernemers tot organisatie van samenwerking in verschillende gremia. De gemeente treedt op als initiator, bedrijvennetwerken nemen vervolgens de verantwoordelijkheid en sturing over. Het ‘klimaatschap’ is de werktitel, die goed aangeeft dat corporatieve structuren kunnen en zullen ontstaan, zeker als vanuit het publieke belang door de gemeente facilitering wordt geregeld;
  • marktontwikkeling als (semi-)publieke interventie: de ambitie om ‘zonnestad’ te worden met gebruik van daken van bedrijven, instituten en publieke instellingen werkt als er een semi-publiek orgaan is waarin alle partijen een stem hebben of kunnen krijgen. Door bundeling van kracht kan inkoop geregeld worden, door bundeling van kennis kunnen nieuwe projecten snel gerealiseerd worden. In Wageningen is hier ervaring mee opgedaan. Daarbij komen belemmeringen in ontwikkeling ook snel en zichtbaar naar voren. Die oplossen door innovatieve en bestuurlijke interventies blijkt een moeilijk terrein te zijn. Dat vraagt innovatief vermogen van de partners;
  • marktsupport als publieke interventie is van grote waarde gebleken. Initiatiefnemers op lokaal niveau kennen in aanvang een relatief lage organisatiegraad en hebben geen ‘trackrecord’ waar het gaat om investeren en realiseren. De gemeente kan hierbij de stabiele factor zijn die gesprekspartners een zekere garantie geeft op resultaat. Institutionele gesprekspartners (investeerders, netwerkbeheerders e.a.) maar ook burgers hechten hier veel waarde aan (Tilburg, Lochem, Wageningen, Amsterdam Zuid);
  • awareness vanuit publieke domein heeft een zekere mate van objectiviteit. Gebleken is dat aanhaken in de communicatie bij karakteristieken van groepen, helpt. Daarmee wordt een herkenbaarheid bij bestaande leefstijlen gevonden. Kracht van ontmoetingen wordt steeds sterker en de publieke belangstelling groeit (Breda, Lochem, Amsterdam Zuid).

Door de IKS gemeenten is een aantal wezenlijke kantelpunten geidentificeerd: schep de condities, is hierbij als hoofdpunt genoemd. Ondermeer door het opheffen van het verschil tussen groot- en kleinverbruikers. Lokaal blijkt er een grote groep kleine grootverbruikers (huis met zwembad, MKB etc) te bestaan. Dat zou een prioritaire groep kunnen zijn maar de gemeenten signaleren dat voor deze groep een incentive ontbreekt. Ook al omdat geen groene voorwaarde aan de grootverbruikersvoorwaarden verbonden is.

kennisoverdracht

In de IKS projecten is veel aandacht gegeven aan kennisoverdracht. De initiatieven verschillen, maar op hoofdlijn zijn de volgende elementen zichtbaar:

  • peer to peer communicatie en leren is het krachtigst gebleken. Gemeenten met vergelijkbare ambities vinden de acht IKS gemeenten om de opgebouwde ervaringen te benutten. Deze informele vormen van kennisoverdracht zijn tevens de belangrijkste gebleken. Dankzij de IKS-financiering zijn de acht gemeenten in staat geweest om vele vragen, werkbezoeken, themabijeenkomsten en dergelijke te doen. Essentieel is de koploperspositie die de IKS gemeenten hebben kunnen realiseren dankzij IKS financiering. Er lijkt sprake van een ‘factor 10’ effect: de acht gemeenten hebben ieder minimaal 10 gemeenten versterkt in hun aanpak door een gerichte kennisoverdracht. Dit effect van IKS maakt dat zeker 80 gemeenten actief gebruik hebben kunnen maken van de innovaties in de acht gemeenten;
  • instrumenten die zijn ontwikkeld in IKS-projecten, worden actief gedeeld met partnergemeenten en regio’s. Rekenmodellen, organisatie-doorbraken, analyses (o.a. actief inzetten duurzaam inkopen) zijn beschikbaar voor anderen via websites of direct contact. In de landelijke netwerken en -communicatie is dit bekend en voor vele gemeenten een hulpmiddel om tot versnelde uitvoer te komen (Wageningen, Amsterdam Zuid, Nijmegen);
  • regionale kennisdeling vindt in vrijwel alle projecten actief plaats. Ambtelijk en bestuurlijk in regionale samenwerkingsfora (Heerhugowaard, Amsterdam Zuid, Wageningen, Lochem) en enkele projecten hebben regionaal facilitering ingericht voor collega-gemeenten (Tilburg, Nijmegen). Dit proces leidt tot autonome ontwikkeling op regionaal niveau, waarbij elementen in gezamenlijkheid worden opgepakt.
  • (nieuwe) media worden door de gemeenten actief ingezet om bij te dragen aan de kennisoverdracht. Publiciteit is gezocht in publieksgerichte media, maar ook in vakbladen. De websites vormen in een aantal gevallen een bron van inspiratie en ervaringen voor andere gemeenten (Wageningen, Nijmegen).

signalering

Op basis van de gemeenschappelijke ervaringen en discussies van de IKS-gemeenten is een aantal thema’s te benoemen die aandacht vragen en wellicht een omslag. Het zijn aanbevelingen aan het Rijk. De wezenlijke kantelpunten voor de klimaat- en energietransitie in Nederland, groot en klein:

* opheffen split incentive

Split incentive staat voor het verschijnsel dat de ‘opbrengst’ niet bij de ‘investeerder’ terecht komt. Dat geldt zowel voor utiliteits-bouw als woningbouw (huursector). Het staat ook voor het wegnemen van ‘perverse koppelingen’ die een systematische aanpak in de weg staan. Door dergelijke ‘perverse koppelingen’  aan te pakken, ontstaat een beweging die zichzelf stuurt omdat er voor de initiatiefnemer(-s) een directe incentive verbonden is aan de investering.

* van efficiency gericht beleid naar beleid gericht op effectief&efficient (koppeling)

Efficiency is het isoleren van gebouwen, spaarlampen of het beroep doen op gebruikersgedrag. Effectief is de (eigen) opwekking van schone energie. Zodra er sprake is van een coöperatief verband waarbij de gebruiker ook eigenaar is, zal het streven naar efficient gebruik ook een impuls krijgen (Hollandse koopmansgeest: hoe minder je zelf gebruikt hoe meer je kunt verkopen). Dan gaan effectiviteit en efficiency hand in hand. De IKS-gemeenten doen hier veel ervaring mee op en stimuleren coöperatieve energie bedrijven.

* realiseren van saldering en zelflevering

Door de IKS gemeenten ruim geagendeerd, zowel bij de ministeries als politiek (TK) als in het maatschappelijk debat. Ook zijn voorstellen tot Green Deals voorgelegd waarin IKS-projecten de primaire partner of participant zijn. Vanuit IKS is daarbij zichtbaar geworden dat de economische impact groot is. Dat is niet alleen in het energiedomein, maar door nieuwe/veranderende geldstromen ook in andere domeinen. Een brede maatschappelijke, economische, analyse zal laten zien dat de verdieneffecten veel verder gaan. De IKS gemeenten dragen bij aan de vraagstelling en vorm die een dergelijke Maatschappelijk Kosten Baten Analyse (MKBA) kan krijgen.

*versterken van investering in nieuwe technologie:  

In IKS projecten wordt veelal gewerkt met bekende, bestaande, technologie. Tegelijkertijd wordt zichtbaar dat deze bestaande technieken veelal zijn gebaseerd op ‘oude’ inzichten. Technologische innovaties als low-voltage, gelijkstroom, opslag en nieuwe vormen van opwekking als ‘diepe geothermie’ zijn nodig om echte doorbraken te realiseren.

  • Kapitaalsinvesteringen blijven hangen door risicoperceptie

De IKS-projecten merken dagelijks deze perceptie bij institutionele investeerders als de pensioenfondsen. Garantstellingen helpen, continuiteit in beleid helpt evenals opschaling van coöperatieve samenwerking. Dit vraagt innovatieve ontwikkelingen in governance and finance.

  • Inzetten op de human resources, competenties en vaardigheden

Het werken vanuit proces- en systeeminnovaties en de daarbij horende nieuwe aanpakken, vragen nieuwe competenties die de energieke samenleving versterken. Het gaat daarbij om inrichten van coöperaties, nieuwe financieringsvormen, kennis en inzicht in de energiemarkt en analytisch vermogen om energiepotentieel op lokaal niveau te herkennen en tot ontwikkeling te brengen.

  • Nog een doorbraak die nodig is: bouwen zonder gebruiksaanwijzing

De technieken die gebruikt worden domineren het energiesysteem, zien de IKS-gemeenten. De installateur doet goede zaken en ‘wij’  moeten de gebruiker leren op welke wijze zij er mee om moeten gaan. Dit komt uit vele monitoringsonderzoeken tevoorschijn: het gedrag van de gebruiker is niet in balans met de mogelijkheden van de installaties. Nu is de vraag op welke wijze gebruikers-proof gebouwd kan worden: de eerste bewoner/gebruiker is slechts de eerste. Gemiddeld zullen 5-7 mutaties plaatsvinden voor de eerste grootschalige renovatie plaatsvindt. Dan moet dus 5-7x die gebruikersinstructie plaatsvinden. Dat kan beter. Of door natuurlijke processen te benutten (inspelen op menselijke reflexen), door betere en kortere feedbackloops te gebruiken of door regel-arme installaties/gebouwen te maken. Het resultaat is dan: bouwen zonder gebruiksaanwijzing voor de gebruiker/bewoner.

IKS afgerond, maar niet afgelopen

Argumenten voor doorgaan met een nieuw Innovatieprogramma Klimaatneutrale Steden:

  • als je wilt dat ‘gedrag’ verandert bij gemeenten en anderen, dat is consistentie belangrijk, het signaal dat proces- en systeeminnovatie belangrijk is (I&M)
  • Instrument van bestuurlijke vernieuwing: je nodigt uit tot ‘hersengymnastiek’ om nieuwe oplossingen te creeren: het helpt; (I&M)

 

Opgesteld door

Douwe Jan Joustra

One Planet Architecture institute

Coach IKS projecten 2011 / 2012

 

gebaseerd op signalen en inzichten die tevoorschijn zijn gekomen in de coachingsgesprekken met de acht IKS gemeenten in 2011/2012



De Olympische aanpak

Tussen droom en daad, staat de werkelijkheid. Dat karakteriseert de discussie die we op de laatste dag van de Olympische Spelen in Londen, voerden met een groep van zo’n 70 inspirerende denkers, doeners en sporters. Een bijzondere combinatie van wetenschappers, ondernemers, ambtenaren, sporters en anderen. Op initiatief van het Rijk, dat een sterke rol ziet voor zichzelf. We zoeken de weg die kan leiden tot een succesvol ‘bid’ ergens rond 2020, voor de spelen in 2028.

Het lijkt een ‘Big Hairy Goal‘: het voelt goed, knuffelbaar, we hebben nog weinig misverstanden en de energie stroomt volop. Toch zit er ook wel wrijving onder de oppervlakte. Sprekers die het hebben over versnippering in plaats van de waarde van diversiteit. Ook in de discussies zit het nodige. Zo wordt de burger nog al eens genoemd en niet altijd als een bron van inspiratie en vol competenties. Not in my Backyard (NIMBY) is een gevreesd verschijnsel. Gelukkig ging het al snel over de vraag hoe dat kan omdraaien naar het uitgangspunt ‘In everybodies Backyard’ (IEBY) of zelfs PIMBY (Please in my Backyard)? Iedere burger zal begrijpen dat er een Olympisch Plan zal moeten komen, waarbij niet iedereen een actieve rol kan of zal spelen. Zestien miljoen bondscoaches begrijpen tenslotte ook wel dat er maar één echte bondscoach is. Maar als er dan vervolgens wordt gesproken over ‘draagvlak‘, dan begint de rechtgeaarde Nederlander al attent te worden: kennelijk is er iets gaande dat omstreden is…
Natuurlijk is er ook nu al veel weerstand, om een drietal redenen voor zover ik kan nagaan. Over alle drie geef ik graag een mening:
  1. Het kost geld, veel geld: dat is natuurlijk zo. Maar dat wil niet zeggen dat het allemaal ons spaargeld is of weggegooid geld. Laat ik er een paar, wellicht relativerende, opmerkingen over maken. Allereerst is het zo, dat waar veel geld stroomt er ook veel gerealiseerd moet worden en dat betekent “werk” voor velen. Ten tweede is het voor een groot deel ook investeren in blijvende zaken, die ons ten goede komen op lange termijn (in 1928 was dat de ring die we nog steeds gebruiken rond Amsterdam, in 2028 welllicht de vaste oeververbinding tussen Amsterdam en Almere of de bebouwing van de Rotterdamse Stadshavens). Ten derde krijgen we een evenement waar we nog decennia trots op kunnen zijn, zeker als we het ‘the Dutch way’ kunnen doen. Overigens staan er ook heel behoorlijke inkomsten tegenover.
  2. Nederland is al vol en het nieuwe is geen garantie voor beter: ook dat is natuurlijk allebei in zekere zin waar. Maar we kunnen veel doen op tijdelijke basis, een paar weken wat voller is niet heel erg, dat kunnen we wel aan. Het vraagt natuurlijk zorgvuldige ontwerpen, creatieve oplossingen en laat dat nu een kracht van ons land zijn. Natuurlijk moet het nieuwe ook waarde toevoegen aan het bestaande. Dat is een principe uit de Cradle to Cradle benadering die ook al is toegepast in de wereldtentoonstelling, de Floriade, en zal over 10-16 jaar nog veel beter tot zijn recht kunnen komen. Het nieuwe is gegarandeerd beter dan het bestaande, lijkt mij de opgave die we aankunnen en aan willen gaan.
  3. Het is een speeltje voor mensen die het toch al goed hebben: tja, die vervelende topsporters? Of de bobo’s van IOC of NOC? Of …? Natuurlijk gaat het hier niet over een noodsituatie die offers vraagt van iedereen. De vraag is of we hier moeten spreken over offers, het gaat hier om een aanpak die goed is voor de ‘jeugd van tegenwoordig’, zij zijn de sporters van 2028! Daar kunnen we nu al aan werken en ook de vruchten van plukken. Iedere sportvereniging kan een Olympische uitstraling krijgen, ook nu al! En die bobo’s? Tja die maken het ook voor een belangrijk deel mogelijk dat de Olympische Spelen zijn uitgegroeid tot het belangrijkste sportevenement voor sporters, kijkers, professionals en eigenlijk voor ons allemaal. Het volk wil brood en spelen, is de spreekwijze. Het brood hebben we, de spelen kunnen we verdienen.
Tijdens de genoemde bijeenkomst gaf ik de Elfstedentocht als voorbeeld. Ook omdat dat een tijdelijk iets is, waar de kracht van de Nederlander zichtbaar wordt. 16000 sporters hebben ineens onderdak of vervoer naar het startpunt, honderdduizenden vinden hun weg naar het parcours en het is een groot feest dat deskundig in beeld wordt gebracht. De tijdelijkheid wordt alleen doorbroken door de brug bij Bartlehiem, die kunt u vandaag ook bekijken.
OPAi heeft het initiatief genomen om te komen tot een “New Olympics Incubator”, de broedplaats waar we innovaties ontwikkelen, advies geven aan maatschappeljke organisaties en overheden of bedrijven. Natuurlijk hanteren we daarbij een paar uitgangspunten, die u vast niet zullen verrassen:
- werk met de ‘energieke samenleving’, mensen maken het verschil;
- gebruik energie van de zon;
- werk met hernieuwbare of herbruikbare grondstoffen;
- kies voor de circulaire economie als basis;
- voeg waarde toe aan het bestaande en
- geniet van diversiteit en versterk het.
Daarmee kunnen we de mooiste ontwerpuitdaging aanpakken die er in het verschiet ligt voor Nederland, dat kunnen we, dat willen we (hopelijk) en wie weet, mogen we het ook daadwerkelijk gaan doen!

Hybrid, signs of a soft revolution?

Circular Economy, the sequel part 2

When I made a tweet on: ‘is it bottom-up or do we need to talk about bottom-based?’, it brought some interesting reflections. In the Netherlands we characterize the change as the “Energetic Society”. People, individuals are not waiting anymore for initiatives by governments or companies, they start their own cooperative company on car-sharing, care, maintenance, energy-suply and other issues. It is the joint feeling of independency that is a hughe driver for these initiatives. Be independent from large companies, like the energy-companies, be independent from unreliable partners (f.i natural gaz supply from Russia) and being independent of the large financial system, that seems to be the collective feeling that brings people together.

Those, mostly local, initiatives strive for self-sufficiency but now they still need the national grid for continious energy-supply and that is the same in many domains. So organize locally, use national partners: it has characteristics of an hybrid situation.

What’s so special on these hybrid situations? Well, they are a sign of change and change needs to outgrow the old system and needs to grow to a mature new system. Let me explain a bit more:

The dominant system in energy is a centralized system: powerplants, national grids and so on. It has advantages: low prices based on scale, reliability and continious quality. It also has disadvantages: dependency, centralized price mechanisms, strongly based on traditional resources (fossil fuels) and uncontrollability for the individual customer.

The new system can be characterized as a decentralized system. This also has some advantages: local producers of energy (sun, wind, geothermal and bio), client as partner in production and consumption, local grids, autonomy. Ofcourse there are also some disadvantages: maintaining continuity in supply, need of new organisation-models and gaining the right quantities in supply.

The actual system is a hybrid solution: use the advantages of both systems, deminishing the disadvantages. One could say that it is like the change in ships: steamvessels (new) with sails (old) in the 19th and early 20th century. By the way: we see this change nowadays appearing again. In the energysystem we see the same movement: from local energyfactories in the early 20th century to a completely centralised system in the early days of the 21th century and now we turn this around again.

The hybrid situation is part of the transition: we use the good elements of the old system to compensate the first failures of the new system. It is all about reliability.

So when a change is dawning from the actual linear economy to a circular economy, we tend to look for hybrid solutions. In the Netherlands there are initiatives to create a ‘Resources Roundabout’. That sounds circular and it has the intention to be the basis of a circular system but we organise it as a new solution for the failures of the ‘old’ linear economy. The name says it already: roundabouts are not intended to change the system of logistics in trafficmanagement, it is just a solution for the vulnerability of the crossroads of lines, roads. It helps traffic streaming more efficiently and safe. Not bad but also not a fundamental change. Maybe in the long term it will evolve or adapt to the new circular system.

The most difficult part of such a transition, from linear to circular, is to find the new ways of wheeling and dealing. What’s new? We see some initatiatives that found a new way: forget ownership of the customer, pay for performance, (collective) ownership of resources, growing attention on services etc. We will need to find more and fundamental solutions in the new, circular, system. That’s what we at OPAi are working on these days: new businessmodels, new valuecreation, new systems solutions and help/advise on implementing of the new, circular, economy in businesses and organisations/institutes.

For the moment we see a lot of hybrid solutions. Don’t worry, that’s a good thing: the existing has value, new values need to be developed and such a transition doesn’t need to be a deadly revolution, better might be the evolutionairy road. I would say, we need a revolutionair evolution. Why revolutionary? Because we need speed. Speed in innovation, new businessmodels, new economic values, new contracts and everything that is part of the new circular economy.

Kantelpunten energie

Een tijdje geleden was ik bij een overleg waar de ‘Klimaat agenda’ werd gepresenteerd. Te lang geleden om die nu weer helemaal in herinnering te kunnen roepen, maar mijn reactie was toen duidelijk: kunnen we niet veel directer werken aan de kantelpunten die we kunnen identificeren?

Daarover nadenkend kom je al snel tot de wezenlijke kantelpunten met betrekking tot de energie- en klimaattransitie in NL. Het is dus een eerste lijst, met bij enkele van de punten een kleine toelichting. Het is voorlopig ook een ongewogen lijstje, groot en klein gaan gebroederlijk samen:

* opheffen split incentive

Split incentive staat voor het thema dat de ‘opbrengst’ niet bij de ‘investeerder’ terecht komt. Dat geldt zowel voor Utiliteits-bouw als woningbouw (huursector). Het staat ook voor het wegenemen van ‘perverse koppelingen’ die een systematische aanpak in de weg staan. Door dergelijke ‘perverse koppelingen’  aan te pakken, ontstaat een beweging die zichzelf stuurt omdat er voor de initaitiefnemer een directe incentive verbonden is aan de investering. Er wordt dan vaak gesproken over een ‘woonlasten-benadering’. Dat is volgens mij nog niet voldoende omdat dat begrip weer een negatieve connotatie heeft. Het gaat veel meer om ‘performancebased’ werken. In de reisbranche bekend als de all-inclusive reizen, in de huursector zie je het al bij studentenkamers, de prijs is inclusief woonruimte, warmte, electrisch, kabel, internet etc. De gebruiker krijgt geen extra rekeningen, tenzij hij/zij extravangant gedrag vertoont in verbruik van energie/internet. Dit loopt nu vast op wetgeving die gebaseerd is op de woningwet van 1901, maar nu zitten we in de 21e eeuw: dat kan dus beter. Natuurlijk worden er al ingenieuze oplossingen bedacht, maar dat zijn de aanpakken die gebruik maken van mazen in het huidige systeem. Dat kan inderdaad beter.

* van efficiency gericht beleid naar beleid gericht op effectief&efficient (koppeling)

efficiency is het isoleren van gebouwen, spaarlampen of led indraaien en het beroep doen op gebruikersgedrag. Effectief is de (eigen) opwekking van schone energie. Zodra er sprake is van een cooperatief verband waarbij de gebruiker ook eigenaar is, zal het streven naar efficient gebruik ook een impuls krijgen (hollandse koopmansgeest: hoe minder je zelf gebruikt hoe meer je kunt verkopen). Hoewel er niks mis is met gebruik van duurzame energie, zul je dus zien dat effectiviteit en efficiency dan hand in hand gaan.

* realiseren van saldering en zelflevering

bekend thema, waarbij nu nog teveel in sectorale verdiensten wordt gerekend. Een brede maatschappelijke, economische, analyse zal laten zien dat de verdieneffecten veel verder gaan. Principe: geld stroomt… Dus als mensen verdienen op hun energie, zullen ze het op andere manieren gaan besteden.

* gelijke markten voor klein- en grootverbruikers in prijsstelling energie en leverantie

* klimaatbeleid daar waar energiebeleid vorm krijgt

van klimaatbeleid dat veelal nog gezien wordt als een inspanning op milieu en duurzaamheid naar werkelijk energie en klimaat beleid dat gedragen wordt door de verantwoordelijken voor de economische aspecten van de uitvoering.

*versterken van investering in nieuwe technologie:  

10 diepe geothermie electriciteits centrales ipv 1 gas/olie/kolencentrale. Een strategie waar Nederland nog vrijwel niets aan doet. Ook andere technologie-ideeën vragen verdere ontwikkeling: alle rest-energie in Nederland benutten?

* Kapitaalsinvesteringen blijven hangen door risicoperceptie bij institutionele investeerders als de pensioenfondsen. Garantstellingen helpen

* inzetten op de human resources, competenties en vaardigheden die de energieke samenleving versterken.

* schep de juiste condities. Het scheppen van de condities maakt beweging echt mogelijk.  We weten ook al heel lang dat als de balans tussen de kennis en houding en het handelen niet goed is, dat er dan in de marge wel het een en ander gaat gebeuren, maar de kanteling vraagt de ‘grotere’  beweging. Dat vraagt om aandacht voor de juiste condities…

* Nog een doorbraak die nodig is: bouwen zonder handleiding… 

De technieken die gebruikt worden domineren het energiesysteem. De installateur doet goede zaken en ‘wij’  moeten de gebruiker leren op welke wijze zij er mee om moeten gaan. Dit komt uit vele monitoringsonderzoeken tevoorschijn: het gedrag van de gebruiker is niet in balans met de mogelijkheden van de installaties. Nu is de vraag op welke wijze kun je een gebruikers-proof gebouw realiseren: de eerste bewoner/gebruiker is slechts de eerste. Gemiddeld zullen 5-7 mutaties plaatsvinden voor de eerste grootschalige renovatie plaatsvindt. Dan moet je dus 5-7x die gebruikers instrueren. Dat kan beter. Of door natuurlijke processen te benutten (inspelen op menselijke reflexen), door betere en kortere feedbackloops te gebruiken of door regel-arme installaties/gebouwen te maken.

* Feedbackloops vormen ook nog een interessant thema. Koppeling van gedrag en energierekening is niet erg ‘slim’  omdat er dan geen directe terugkoppeling is. Er zit veel tijd tussen en dan nog is de vraag in hoeverre de energierekening als feedback functioneert: ligt het aan mijn gedrag, het huis of de leverancier met zijn prijsstelling? Korte feedbackloops zijn wellicht te realiseren door een nieuw soort thermostaat die door led-lichtjes op een lijn van – naar + aangeeft hoe je presteert (rood-oranje-groen). Vraagt wel weer extra technische voorzieningen of is dit gewoon de echt slimme meter?. Of is daar ook iets slimmers op te organiseren?

Ik hoop dat jullie dit willen zien als een eerste bijdrage aan het scherp krijgen van de werkelijke klimaat agenda die we nodig hebben om doorbraken te krijgen in de transitie naar een klimaatneutraal Nederland wat betreft energie.

Reactie? ja graag!

Another ‘Rough guide..’

Afgelopen week was er in Lochem de Duurzaamheidsdag van de regio Stedendriehoek. Niks bijzonders zou je zeggen, maar dat is toch echt anders. Niet alleen deugde het programma, ook het aantal deelnemers, hun ambities en de sfeer deugden. Misschien wel meer dan dat. Naar mijn inschatting kwamen zo’n 500-600 belangstellenden naar het Staring College om deel te nemen aan verschillende workshops en ‘s avonds te luisteren naar inleidingen van oud-minister Jacqueline Cramer en duurzaamheidsondernemer Ruud Koornstra.
Maar de echte vraag is natuurlijk: ‘wat was er nou zo bijzonder?’ Dat zit vooral in de energie die sprak uit de bijeenkomst. De energie in de samenleving kwam naar boven, liet zich voelen en er werd afspraak na afspraak gemaakt om tot handelen over te gaan. “Lochem Energie” is het lokale energiebedrijf dat snel wint aan vertrouwen in de stad en het land. Boeren worden energieproducent en ook de burgers schrikken daar niet voor terug. Intussen kwam Berkelmilieu (Circulus/afval) ook nog even vertellen dat zij de omslag van afval naar grondstoffen stevig inzetten. Uiteindelijk rest er nog maar een kilo of 10 werkelijk onbruikbaar afval van iedere burger: de rest komt als grondstof terug in het productiesysteem.

De energieke samenleving is al gesignaleerd in dit rapport van het Planbureau voor de Leefomgeing, maar krijgt in Lochem en de Stedendriehoek daadwerkelijk gestalte. Klagen, wachten of roepen, is niet meer van deze tijd, zo toont de energie in Lochem aan: burger, ondernemer en bestuurders gaan samen werken aan realisering van doelen: doen is het motto.

Dat leeft in Lochem en de gemeente Lochem heeft een goede weg gevonden om er mee om te gaan: vertrouw in de competenties van de initiatiefnemers, vertrouw op de kwaliteit van ondernemers en geef support waar nodig. Dat is iets anders dan plannen maken als gemeente en de burger mee zien te krijgen. Nu is het vooral de uitdaging neerleggen bij de samenleving, de eerste ontmoetingen faciliteren en vervolgens goed luisteren en handelen ter ondersteuning waar nodig. De kern van wat we tegenwoordig klimaat 2.0 noemen.

Voor een overzicht van de workshops die er gegeven zijn (en de inhoud) zie de website van de dag van de duurzaamheid 2012. Daar tref je ook mijn samenvatting en signaleringen over de middagbijeenkomst aan: hier.

Intussen is het niet specifiek voor Lochem, noch voor Texel, Haarlem, Tilburg, Wageningen en vele vele andere plaatsen in Nederland. Dit weekend werd ik via twitter attent gemaakt op de ontwikkeling in het United Kingdom. In dat artikel in de Guardian wordt gesproken over de ‘The Rough Guide to Community Energy’ waarin een goede analyse wordt gegeven over de wenselijkheid, mogelijkheden en ideeen over decentrale energie opwekking. Natuurlijk specifiek voor de Britse context, maar toch een leerzaam document.

Overigens was de inleiding van Jacqueline Cramer zeer de moeite waard en onderschreef zij de waarde van lokale initiatieven in een wereld waar klimaatvraagstukken worden gekenmerkt door complexiteit en verschillen in belangen. Ruud Koornstra wist niet alleen de lachers op zijn hand te krijgen, maar liet ook op indrukwekkende wijze zien dat ondernemen met een beetje risico en vooral veel doorzettingsvermogen tot prachtige resultaten kan leiden. Hij wist zelfs te vertellen dat veel van de nieuwe ontwikkelingen een basis in Lochem hebben, zoals de eerste elektrische auto’s in Nederland (gemaakt door Willem van der Kooij). De eerste LED-lampen komen uit een schuur in Eefde. Kortom, nooit denkekn dat innovaties alleen maa uit grote laboratoria komen, die komen veel vaker uit mensen met een idee en het lef om er mee aan de gang te gaan.

Zo’n avond laat zien dat de kracht van de samenleving onweerstaandbaar is!

the Hitchhiker’s guide to the Circular Economy

Op het Nationaal Sustainability Congres 2011 organiseerden The Natural Step NL en het One Planet Architecture institute in samenwerking met DHV, een workshop over de impact en aanpak van concepten als The Natural Step, Cradle to Cradle, Biomimicry en TurnToo voor Nederland: bedrijven, overheden, onderwijs en andere organisaties en personen. Te kort natuurlijk, zo’n workshop en de belangstelling was overweldigend. Deze workshop was eenmooie stap om de onderwerpen en kansen voor verschillende spelers te identificeren. Er is nu merkbaar ruimte voor ondernemerschap en vooral leiderschap met visie op een duurzame toekomst. We krijgen samen een kans om vorm te geven aan een nieuwe, duurzame, economie. Voor de partijen die er in slagen de nieuw ontstane koppelingen te maken en samen met anderen hier vorm aan geven is er de belofte van onderscheidende business modellen en bijbehorende
waardecreatie.
De oorspronkelijke titel van dit rapport was ‘Verslag Workshop’ en naarmate het schrijven van dit rapport steeds weer nieuwe perspectieven aan het licht bracht, werd het duidelijk dat deze titel de lading al lang niet meer dekte. Na het voltooien van het rapport kwamen we tot de ontdekking dat de inhoud en vooral de ontwikkelingen rondom de Circulaire Economie steeds meer gelijkenis vertoonde met de ontwikkelingen rondom het boek ‘The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy’ van Douglas Adams. Alle media en bewerkingen van dit boek volgen in grote lijnen dezelfde plot, maar wijken toch in veel details van elkaar af. Dit omdat Adams het verhaal voor elke bewerking herschreef. Belangrijke verschillen zijn vaak dat bepaalde gebeurtenissen in de verschillende bewerkingen in een andere volgorde of binnen een andere context plaatsvinden.
Dit zien de auteurs ook terug in de ontwikkelingen rondom de circulaire economie. De plot, in onze context een duurzame samenleving, blijft hetzelfde maar de manier waarop we daar gaan komen blijft onderhevig aan ontwikkelingen door innovaties, economische veranderingen, politiek klimaat en de urgentie die zich in de komende jaren rondom bepaalde deelonderwerpen (grondstofschaarste, natuurrampen, conjunctuurschommelingen) zullen manifesteren. Gebeurtenissen en feedback-loops met positieve en negatieve lading. OPAI gaat daarbij sterk uit van de mogelijkheden om de toekomst mee vorm te geven: rethink and redesign is het motto. Vooruitkijken en opnieuw beginnen, zo lijkt het. Dat is niet helemaal waar. Het opnieuw beginnen is in onze optiek vooral een zaak van herontwerpen van bestaande producten en systemen. De beschaving van de afgelopen eeuwen heeft veel goeds gebracht, de uitdaging is er nog veel meer goeds aan toe te voegen. Dat vraagt nieuwe manieren van kijken. Een omslag in denken die voor OPAi belangrijk is om tot de circulaire economie te komen is: van eigendom naar gebruik. De eindgebruiker krijgt grondstoffen in de vorm van een product, tijdelijk, in gebruik voor een bepaalde prestatie: u krijgt licht in plaats van een lamp, is daarvan een sprekend voorbeeld.

Dit rapport geeft een inkijk in de uitdagingen die een circulaire economie met zich meebrengt. De zienswijzen, acties, doelen en strategieën zullen in de komende jaren zeker veranderen maar de ‘end game’ blijft hetzelfde. Een duurzame samenleving met een circulaire economie kan alleen vorm krijgen als deze zich ontwikkelt binnen de grenzen van het systeem aarde: one planet. Met andere woorden; dat we nieuwe zienswijzen hanteren bij iedere ontwikkeling die tot doel heeft om een circulaire economie mogelijk te maken. Door deze open houding is het mogelijk om steeds meer zienswijzen en invloeden van diverse belanghebbenden in deze transitie mee te nemen. Diversiteit en flexibiliteit zijn kenmerken die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken en ,principieel, dat we daarbij steeds werken aan de waarde die onze acties toevoegen aan de maatschappij – sociaal, maatschappelijk, ecologisch en economisch -.
Hett rapport is samengesteld door stichting The Flexible Platform /The Natural Step NL in samenwerking met het One Planet Architecture institute (OPAi) en DHV.

opvragen van het rapport ‘The Hitchhiker’s Guide to the Circular Economy via mail: djj@opai.eu

tijdelijk ook hier te downloaden

Circulaire economie, perspectief

Een kans om onze economische toekomst te heroverwegen, zo introduceert Ellen MacArthur het rapport over circulaire economie dat deze week is verschenen. Zij nodigt de lezers uit, zich voor te stellen dat een nieuwe economie mogelijk is. Een economie waarin de goederen van morgen de middelen zijn die de vorming van een positieve spiraal realiseert, die welvaart bevordert in een wereld van eindige hulpbronnen.

Deze verandering in perspectief is belangrijk om veel van de fundamentele hedendaagse uitdagingen aan te pakken. Traditionele lineaire consumptiepatronen (‘take-make-dispose”) lopen nu aan tegen de beperkingen van de beschikbaarheid van grondstoffen. De uitdagingen worden nog verergerd door de stijgende vraag van de groeiende wereldbevolking en een steeds welvarender bevolking. Als gevolg hiervan zien we een niet-duurzaam overmatig gebruik van grondstoffen, hogere prijsniveaus en nog veel meer volatiliteit in de vele markten.

Als onderdeel van ‘onze’ strategie voor Europa 2020, heeft de Europese Commissie gekozen om op deze uitdagingen te reageren door te streven naar een economisch systeem dat aanzienlijke en duurzame verbeteringen van onze productiviteit aanjaagt, met oog voor grondstoffen. Het is ook onze keuze hoe, en hoe snel, we deze onvermijdelijke overgang willen en kunnen realiseren. Goed beleid biedt op korte en lange termijn economische, sociale en ecologische voordelen. Maar succes in het vergroten van onze algemene veerkracht hangt uiteindelijk af van het vermogen van de private sector om deze uitdaging op te pakken en het winstgevend ontwikkelen van relevante nieuwe business modellen.

De Ellen MacArthur Foundation (EMF) schetst in het rapport een duidelijk beeld: onze lineaire ‘take-make-dispose’ aanpak leidt tot schaarste, volatiliteit, en prijsstelling niveaus voor grondstoffen die onbetaalbaar zijn voor productie en de kwaliteit van onze economie.

Als een overtuigende antwoord op deze uitdagingen pleit het rapport voor het realiseren van een circulaire economie. Het biedt een breed palet aan praktijkvoorbeelden, het geeft een stevig kader en een aantal leidende principes om dat te doen. Door middel van analyse van een aantal specifieke (praktijk-)voorbeelden geeft het onderzoek ook directe, en relatief gemakkelijk te implementeren, mogelijkheden. Een schatting op basis van de huidige technologieën en trends, van de netto materiële kostenbesparende voordelen van een meer circulaire benadering, behelst meer dan USD 600 miljard dollar per jaar in 2025, na aftrek van de materiaalkosten opgelopen tijdens de ‘reverse-cycle’ aanpak. MacArthur signaleert daarbij een verschuiving van kopen en verkopen naar ‘performance’. Het is niet meer eigendom dat telt, de gevraagde en geleverde prestatie staat centraal. Het initiatief van Thomas Rau, OPAi en anderen wordt gezien als een zeer sterk model. Het ontwerpen van producten voor de regeneratie van grondstoffen en het leveren van prestatie, kent ook positieve secundaire effecten: een golf van innovaties en werkgelegenheid in groeisectoren van de economie.
Veel bedrijfsleiders geloven dat de innovatie-inspanning van deze eeuw zal zijn om de welvaart te bevorderen in een wereld van eindige hulpbronnen. Het bedenken van antwoorden op deze uitdaging leidt tot concurrentievoordeel.

Het rapport van de EMF heeft een Europees perspectief, alhoewel ik denk dat de lessen van belang zijn op een mondiaal niveau. Het zal niet mogelijk zijn voor de opkomende economieën van de ontwikkelde wereld het niveau van de levensstandaard te delen en voor toekomstige generaties te bieden, tenzij we drastisch veranderen de manier waarop we nu werken in de wereldwijde economie.

Het rapport biedt een frisse kijk op wat een transitiepad naar een circulaire economie op wereldschaal zou kunnen zijn. Het is tijd om ‘mainstream’ van de circulaire economie als een geloofwaardig, krachtig en duurzaam antwoord op onze huidige en toekomstige groei en grondstofgebruik neer te zetten.

Ellen MacArthur nodigt u uit om na te gaan op welke wijze u (waar en hoe) kunt bijdragen aan een nieuw tijdperk van economische kansen.

Nederlandse bedrijven werken ook aan ‘de omslag’ en worden ook gepresenteerd op de bijbehorende website: TurnToo, Oneplanet architecture institute en bijvoorbeeld ook Except. Zie hier

OPAi Douwe Jan Joustra, is aanspreekpunt voor de activiteiten van de Ellen MacArthur Foundation in Nederland. Neem voor meer informatie contact met hem op.

2012

(ENG)———————
Vaclav Havel died in 2011. He was a great thinker and politician who realized real changes. His thoughts inspire us at the One Planet Architecture institute. We like to share his thought as a personal wish for 2012:

“The only option is a change in the sphere of the spirit, in the sphere of human conscience. It is not enough to invent new machines, new regulations, new institutions. We must develop a new understanding of the true purpose of our existence on this Earth. Only through such a fundamental shift we will be able to create new behavioural models and a new set of values for the planet.”

We see the year 2012, like the Maja’s did, as an important year of change: though we prefer a change to sustainability based on a circular economy. It is thrilling to work on this.

We look forward to meet you on our common work!

(NL) ………………..
Vaclav Havel stierf in 2011. Hij gaf ons al eerder een gedachte mee die voor OPAi als een leitmotiv gezien kan worden en die we u graag meegeven als persoonlijke wens voor 2012:

“De enige optie is een verandering in de ruimte van de geest, in de ruimte van het bewustzijn. Het is niet genoeg nieuwe machines te bedenken, nieuwe regels, nieuwe instituties. We moeten een nieuw verstaan ontwikkelen van onze ware bestemming van ons bestaan op deze aarde. Alleen door zo’n fundamentele verschuiving zullen we in staat zijn nieuwe gedragsmodellen te creëren en een nieuwe verzameling van waarden voor de planeet.”

We zien 2012, net als de Maja’s, als een belangrijk jaar, maar wij zoeken naar een duurzame ontwikkeling. Daartoe werken we waar mogelijk aan het mede-ontwikkelen van de circulaire economie.

Hopelijk komen we elkaar tegen in dit werk!

Thomas Rau
Douwe Jan Joustra