the Hitchhiker’s guide to the Circular Economy

Op het Nationaal Sustainability Congres 2011 organiseerden The Natural Step NL en het One Planet Architecture institute in samenwerking met DHV, een workshop over de impact en aanpak van concepten als The Natural Step, Cradle to Cradle, Biomimicry en TurnToo voor Nederland: bedrijven, overheden, onderwijs en andere organisaties en personen. Te kort natuurlijk, zo’n workshop en de belangstelling was overweldigend. Deze workshop was eenmooie stap om de onderwerpen en kansen voor verschillende spelers te identificeren. Er is nu merkbaar ruimte voor ondernemerschap en vooral leiderschap met visie op een duurzame toekomst. We krijgen samen een kans om vorm te geven aan een nieuwe, duurzame, economie. Voor de partijen die er in slagen de nieuw ontstane koppelingen te maken en samen met anderen hier vorm aan geven is er de belofte van onderscheidende business modellen en bijbehorende
waardecreatie.
De oorspronkelijke titel van dit rapport was ‘Verslag Workshop’ en naarmate het schrijven van dit rapport steeds weer nieuwe perspectieven aan het licht bracht, werd het duidelijk dat deze titel de lading al lang niet meer dekte. Na het voltooien van het rapport kwamen we tot de ontdekking dat de inhoud en vooral de ontwikkelingen rondom de Circulaire Economie steeds meer gelijkenis vertoonde met de ontwikkelingen rondom het boek ‘The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy’ van Douglas Adams. Alle media en bewerkingen van dit boek volgen in grote lijnen dezelfde plot, maar wijken toch in veel details van elkaar af. Dit omdat Adams het verhaal voor elke bewerking herschreef. Belangrijke verschillen zijn vaak dat bepaalde gebeurtenissen in de verschillende bewerkingen in een andere volgorde of binnen een andere context plaatsvinden.
Dit zien de auteurs ook terug in de ontwikkelingen rondom de circulaire economie. De plot, in onze context een duurzame samenleving, blijft hetzelfde maar de manier waarop we daar gaan komen blijft onderhevig aan ontwikkelingen door innovaties, economische veranderingen, politiek klimaat en de urgentie die zich in de komende jaren rondom bepaalde deelonderwerpen (grondstofschaarste, natuurrampen, conjunctuurschommelingen) zullen manifesteren. Gebeurtenissen en feedback-loops met positieve en negatieve lading. OPAI gaat daarbij sterk uit van de mogelijkheden om de toekomst mee vorm te geven: rethink and redesign is het motto. Vooruitkijken en opnieuw beginnen, zo lijkt het. Dat is niet helemaal waar. Het opnieuw beginnen is in onze optiek vooral een zaak van herontwerpen van bestaande producten en systemen. De beschaving van de afgelopen eeuwen heeft veel goeds gebracht, de uitdaging is er nog veel meer goeds aan toe te voegen. Dat vraagt nieuwe manieren van kijken. Een omslag in denken die voor OPAi belangrijk is om tot de circulaire economie te komen is: van eigendom naar gebruik. De eindgebruiker krijgt grondstoffen in de vorm van een product, tijdelijk, in gebruik voor een bepaalde prestatie: u krijgt licht in plaats van een lamp, is daarvan een sprekend voorbeeld.

Dit rapport geeft een inkijk in de uitdagingen die een circulaire economie met zich meebrengt. De zienswijzen, acties, doelen en strategieën zullen in de komende jaren zeker veranderen maar de ‘end game’ blijft hetzelfde. Een duurzame samenleving met een circulaire economie kan alleen vorm krijgen als deze zich ontwikkelt binnen de grenzen van het systeem aarde: one planet. Met andere woorden; dat we nieuwe zienswijzen hanteren bij iedere ontwikkeling die tot doel heeft om een circulaire economie mogelijk te maken. Door deze open houding is het mogelijk om steeds meer zienswijzen en invloeden van diverse belanghebbenden in deze transitie mee te nemen. Diversiteit en flexibiliteit zijn kenmerken die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken en ,principieel, dat we daarbij steeds werken aan de waarde die onze acties toevoegen aan de maatschappij – sociaal, maatschappelijk, ecologisch en economisch -.
Hett rapport is samengesteld door stichting The Flexible Platform /The Natural Step NL in samenwerking met het One Planet Architecture institute (OPAi) en DHV.

opvragen van het rapport ‘The Hitchhiker’s Guide to the Circular Economy via mail: djj@opai.eu

tijdelijk ook hier te downloaden

Circulaire economie, perspectief

Een kans om onze economische toekomst te heroverwegen, zo introduceert Ellen MacArthur het rapport over circulaire economie dat deze week is verschenen. Zij nodigt de lezers uit, zich voor te stellen dat een nieuwe economie mogelijk is. Een economie waarin de goederen van morgen de middelen zijn die de vorming van een positieve spiraal realiseert, die welvaart bevordert in een wereld van eindige hulpbronnen.

Deze verandering in perspectief is belangrijk om veel van de fundamentele hedendaagse uitdagingen aan te pakken. Traditionele lineaire consumptiepatronen (‘take-make-dispose”) lopen nu aan tegen de beperkingen van de beschikbaarheid van grondstoffen. De uitdagingen worden nog verergerd door de stijgende vraag van de groeiende wereldbevolking en een steeds welvarender bevolking. Als gevolg hiervan zien we een niet-duurzaam overmatig gebruik van grondstoffen, hogere prijsniveaus en nog veel meer volatiliteit in de vele markten.

Als onderdeel van ‘onze’ strategie voor Europa 2020, heeft de Europese Commissie gekozen om op deze uitdagingen te reageren door te streven naar een economisch systeem dat aanzienlijke en duurzame verbeteringen van onze productiviteit aanjaagt, met oog voor grondstoffen. Het is ook onze keuze hoe, en hoe snel, we deze onvermijdelijke overgang willen en kunnen realiseren. Goed beleid biedt op korte en lange termijn economische, sociale en ecologische voordelen. Maar succes in het vergroten van onze algemene veerkracht hangt uiteindelijk af van het vermogen van de private sector om deze uitdaging op te pakken en het winstgevend ontwikkelen van relevante nieuwe business modellen.

De Ellen MacArthur Foundation (EMF) schetst in het rapport een duidelijk beeld: onze lineaire ‘take-make-dispose’ aanpak leidt tot schaarste, volatiliteit, en prijsstelling niveaus voor grondstoffen die onbetaalbaar zijn voor productie en de kwaliteit van onze economie.

Als een overtuigende antwoord op deze uitdagingen pleit het rapport voor het realiseren van een circulaire economie. Het biedt een breed palet aan praktijkvoorbeelden, het geeft een stevig kader en een aantal leidende principes om dat te doen. Door middel van analyse van een aantal specifieke (praktijk-)voorbeelden geeft het onderzoek ook directe, en relatief gemakkelijk te implementeren, mogelijkheden. Een schatting op basis van de huidige technologieën en trends, van de netto materiële kostenbesparende voordelen van een meer circulaire benadering, behelst meer dan USD 600 miljard dollar per jaar in 2025, na aftrek van de materiaalkosten opgelopen tijdens de ‘reverse-cycle’ aanpak. MacArthur signaleert daarbij een verschuiving van kopen en verkopen naar ‘performance’. Het is niet meer eigendom dat telt, de gevraagde en geleverde prestatie staat centraal. Het initiatief van Thomas Rau, OPAi en anderen wordt gezien als een zeer sterk model. Het ontwerpen van producten voor de regeneratie van grondstoffen en het leveren van prestatie, kent ook positieve secundaire effecten: een golf van innovaties en werkgelegenheid in groeisectoren van de economie.
Veel bedrijfsleiders geloven dat de innovatie-inspanning van deze eeuw zal zijn om de welvaart te bevorderen in een wereld van eindige hulpbronnen. Het bedenken van antwoorden op deze uitdaging leidt tot concurrentievoordeel.

Het rapport van de EMF heeft een Europees perspectief, alhoewel ik denk dat de lessen van belang zijn op een mondiaal niveau. Het zal niet mogelijk zijn voor de opkomende economieën van de ontwikkelde wereld het niveau van de levensstandaard te delen en voor toekomstige generaties te bieden, tenzij we drastisch veranderen de manier waarop we nu werken in de wereldwijde economie.

Het rapport biedt een frisse kijk op wat een transitiepad naar een circulaire economie op wereldschaal zou kunnen zijn. Het is tijd om ‘mainstream’ van de circulaire economie als een geloofwaardig, krachtig en duurzaam antwoord op onze huidige en toekomstige groei en grondstofgebruik neer te zetten.

Ellen MacArthur nodigt u uit om na te gaan op welke wijze u (waar en hoe) kunt bijdragen aan een nieuw tijdperk van economische kansen.

Nederlandse bedrijven werken ook aan ‘de omslag’ en worden ook gepresenteerd op de bijbehorende website: TurnToo, Oneplanet architecture institute en bijvoorbeeld ook Except. Zie hier

OPAi Douwe Jan Joustra, is aanspreekpunt voor de activiteiten van de Ellen MacArthur Foundation in Nederland. Neem voor meer informatie contact met hem op.

Evaluation (local) sustainability

AN INTER-SUBJECTIVE APPROACH

–below in dutch–

Review of policies is presently done in several ways: monitoring, evaluating qualitative and quantitative results, scientific research and policy analysis. Municipalities invest in these monitoring tools which can contribute to gaining insight into the effectiveness of policies. These instruments have a common characteristic, namely the pursuit of an objective analysis. For the ‘public review’ and ‘public debate’ these instruments hardly give the appropriate information and at least need an adequate communicative translation.

What authorities persue is an interaction with society. Then feelings, individual value and estimations of results do effect the debate. Thus I will give a new, specific, way of looking at this evaluation. An instrument that uses these estimations, feelings and results. This creates a form of ‘inter-subjective testing’, which seems to be consistent with the administrative and social reality of the “energetic society”. Energetic because people, organizations and businesses are not waiting anymore: they start acting!

Sustainability
In this blog I see local sustainability and local climatepolicies as interconnected.
Both are ill-defined concepts, which means that there is no scientific (hard) definition. It is the context in which the terms are used, that determines the content, depth and quality of interpretation. This makes sustainable development and climatepolicies not only ill-defined but also multifaceted: the diversity of definitions, approaches, translated into daily practice (thinking and acting) make it to relatively elusive concepts.

Local, sustainable and climateproof
What are the main issues in working on sustaining the city and making the city climateneutral? For local governments, the following six basic criteria are important to assess:

* use of good materials and their re- or upcycling;
* use renewable energy
* strengthening local involvement through citizenship en entrepreneurship;
* enhancing quality of life: cultural and biological diversity;
* contribution to learning of life’s principles and
* enhancement of the circular economy.

These issues are a good basis for dialogue between citizens and government. Nowadays we think it is essential for the ‘energy of the city’ to gain cooperation between citizens, institutions and businesses.
This approach is largely still in its infancy.
The choice of a multi-track approach makes it difficult to recognize whether the municipality is actually on its way to sustainability, or are only at level of detail involved in nice, but harmless, activities. Existing instruments have mostly a focus on benchmarks of municipalities and are aimed at monitoring results (administrative concept). Instruments that meet the basic principles of sustainable development and lead to a public debate on current developments in the Netherlands are not available. I see that a more public debate on progres is needed.

Keys in the public debate
To opt for an inter-subjective approach leads to debate. This prevents discussion to arise about the naming of parameters for an effective review of the results of the sustainability policy. The real review is in the opinion of different stakeholders on the percieved progres. Find these, compare them, bring the results in the public debate through newspapers or internet and the discussion will start.

Basis for such an approach is a relatively simple assessment tool with which opinions on progres are identified. The basis for this is found in the methodology used in Seattle (USA) in the early nineties. Through questions and displaying opinions, the sustainability progres is pinpointed.

Method
It is logical to assume four phases as the basis for the described method of testing in the public debate.
Phase 1: the first verdict: Capturing assessment of progress with sustainable development by representatives of local-council, residents, community organizations and businesses;
Phase 2: enlarge: publication of the opinions expressed by a global analysis of the differences in evaluation;
Stage 3: the reaction: Initiate public debate, focused on analysis, appraisal, exchanging views and providing areas for improvement based on dialogue and
Phase 4: the current view: displays the results of the debate in the press and in a report to the council.

the first assessment
A selected group of local representatives will receive a brief scorecard presented which prompted positive / negative scoring (scale 0 – 10) on a number of areas relating to the proposed local sustainable development.
These areas should be related to these six issues:
* use of good materials and their re- or upcycling;
* use renewable energy
* strengthening local involvement through citizenship en entrepreneurship;
* enhancing quality of life: cultural and biological diversity;
* contribution to learning of life’s principles and
* enhancement of the circular economy.

Magnify
In a journalistic approach, the above assessment of Representatives will be published. Identifying salient differences, analyzing the data relating them to formulated policy goals and commitment to sustainable development. Goal is an active search for public input (dynamic) in the analysis.

Reaction: public debate
The debate focuses on starting a public dialogue that is not going to condemn, but to assess and improve policy and implementation. The public debate can be arranged in different ways.

Display
Based on the appraisals and the substantive discussion taking place in the ‘debate’ a report on sustainable development of the municipality (or county or ..) in the past year can be made. This report provides an analysis of the results and a reflection of a consultant / expert on the data results and sustainable perspective that emerges.
This report can then be presented to the City Council, the local press and other relevant fora.

The KEY
The effect of the evaluation is done based on the local characteristics that are important for the desired progress of policies and through this approach it bring an inter-subjective result. Valuable for (local) politicians and policymakers. Ofcourse it is possible to take more along in the evaluation: the activities of civilians, companies, schools and other local institutions.
A powerful tool for enhancing the quality of sustainable development.

Douwe Jan Joustra

——–DUTCH——

TOETSEN VAN DUURZAAMHEID: LOKAAL
via inter-subjectieve toetsing

Toetsen
Toetsing van beleid kan op verschillende manieren plaatsvinden: monitoring, evaluatie kwalitatief en kwantitatief, wetenschappelijk onderzoek en beleidsanalyses. In gemeenten worden hiervoor monitoringsinstrumenten ontwikkeld die kunnen bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in de effectiviteit van beleid. Instrumenten die een gemeenschappelijk kenmerk in zich hebben, namelijk het streven naar een objectieve analyse (als beleidsinstrument). Voor de ‘publieke beoordeling’ en het ‘publieke debat’ zijn deze instrumenten echter nauwelijks geschikt . Beter lijkt het om het debat te benutten voor toetsing van vooruitgang.

Er ontstaat dan een vorm van ‘inter-subjectieve toetsing’, die lijkt aan te sluiten bij de bestuurlijke en maatschappelijke werkelijkheid van de energieke samenleving.

Duurzaamheid
Duurzaamheid is het streven naar een duurzame ontwikkeling, waar het gaat om het vinden van een balans tussen economische-, ecologische- en sociaal-maatschappelijke belangen. Belangrijk daarbij is het element tijd als vormende factor. Duurzaamheid wordt beschouwd als een ill-defined concept, hetgeen zoveel wil zeggen als dat er geen wetenschappelijke (harde) definitie is. Het is de context waarin de term gehanteerd wordt, die mede bepalend is voor de inhoud, diepgang en kwaliteit van de invulling. Daarmee is het niet alleen ill-defined maar ook pluriform: de diversiteit aan definities, benaderingswijzen, vertaling naar de dagelijkse praktijk (denken en handelen) maakt dat het een betrekkelijk ongrijpbaar concept is.

Lokaal duurzaam
In de discussies rondom duurzaamheid op lokaal niveau wordt veel gebruik gemaakt van de volgende invalshoeken als referentie voor beleid. Lokale duurzaamheid draagt bij aan:
* gebruik van goede materialen en beheer van grondstoffen;
* gebruik van duurzame energie;
* versterken van de ‘energieke samenleving’;
* versterken van kwaliteit van leven door culturele- en biodiversiteit;
* bijdragen aan het leren (life’s principles) en
* realiseren van de circulaire economie.

Dat laat zich ook vertalen in een aantal basisreferenties die benut kunnen worden om tot goede toetsingscriteria te komen voor de duurzame lokale ontwikkeling.

Daarnaast lijkt duurzaamheid ook een werkwijze in de relatie tussen burger en bestuur te omvatten. De gemeente Tilburg constateerde in haar reeks gesprekken over duurzaamheid dat ‘de winst ligt bij anderen’. Het is de samenleving die het streven naar duurzaamheid heeft opgenomen. De keuze voor een meersporen-aanpak (bestuurlijk op politiek niveau en maatschappelijk) maakt het moeilijk om vooruitgang te herkennen. Is de gemeente daadwerkelijk op weg naar duurzaamheid of slechts op detailniveau bezig met leuke, doch ongevaarlijke, activiteiten. Bestaande instrumenten richten zich of op vergelijking tussen gemeenten of zijn gericht op het monitoren van resultaten (bestuurlijk concept).
Instrumenten die tegemoet komen aan de basisprincipes van duurzame ontwikkeling en die leiden tot een publiek debat over de actuele ontwikkelingen worden in Nederland nog niet toegepast. Toetsing van de voortgang van de lokale duurzame ontwikkeling hoeft niet objectief gemaakt te worden, een inter-subjectieve benadering, waarbij meningen expliciet worden gemaakt lijkt effectiever.

Toetsen in publiek debat
Bewust kiezen voor een inter-subjectieve aanpak heeft tot gevolg dat debat mogelijk wordt. Daarmee wordt voorkomen dat discussie blijft ontstaan over het benoemen van effectieve parameters voor toetsing van de doelmatigheid van het duurzaamheidsbeleid. Het publieke debat is het instrument waarmee communicatie tussen verschillende partners over de voortgang van duurzame ontwikkeling mogelijk wordt. Daarbij heeft dit als effect dat bewustwording van de effectiviteit van maatregelen en besluitvorming ontstaat.

Grondslag voor een dergelijke benadering is een betrekkelijk eenvoudig toetsingsinstrument waarmee meningen worden gevraagd. De basis hiervoor is te vinden in de werkwijze die in Seattle (USA) in het begin van de jaren negentig. Door middel van het vragen en weergeven van meningen, krijgt de duurzaamheidstoets inhoud. Daarmee ontstaat een werkwijze die op langere termijn een steeds verfijndere toepassing krijgt, doordat de motivatie van de meningen in belang groeit. De reflectie op de effectiviteit van het beleid, via een openbaar debat, maakt zorgvuldigheid in meningen noodzakelijk.

Over de werkwijze en uitvoering, is een uitgebreidere versie van dit blog op te vragen bij

Douwe Jan Joustra
djj@opai.eu

deze methode is bedacht door Douwe Jan Joustra en Wil Ronken (toen beiden: novioconsult)

2012

(ENG)———————
Vaclav Havel died in 2011. He was a great thinker and politician who realized real changes. His thoughts inspire us at the One Planet Architecture institute. We like to share his thought as a personal wish for 2012:

“The only option is a change in the sphere of the spirit, in the sphere of human conscience. It is not enough to invent new machines, new regulations, new institutions. We must develop a new understanding of the true purpose of our existence on this Earth. Only through such a fundamental shift we will be able to create new behavioural models and a new set of values for the planet.”

We see the year 2012, like the Maja’s did, as an important year of change: though we prefer a change to sustainability based on a circular economy. It is thrilling to work on this.

We look forward to meet you on our common work!

(NL) ………………..
Vaclav Havel stierf in 2011. Hij gaf ons al eerder een gedachte mee die voor OPAi als een leitmotiv gezien kan worden en die we u graag meegeven als persoonlijke wens voor 2012:

“De enige optie is een verandering in de ruimte van de geest, in de ruimte van het bewustzijn. Het is niet genoeg nieuwe machines te bedenken, nieuwe regels, nieuwe instituties. We moeten een nieuw verstaan ontwikkelen van onze ware bestemming van ons bestaan op deze aarde. Alleen door zo’n fundamentele verschuiving zullen we in staat zijn nieuwe gedragsmodellen te creëren en een nieuwe verzameling van waarden voor de planeet.”

We zien 2012, net als de Maja’s, als een belangrijk jaar, maar wij zoeken naar een duurzame ontwikkeling. Daartoe werken we waar mogelijk aan het mede-ontwikkelen van de circulaire economie.

Hopelijk komen we elkaar tegen in dit werk!

Thomas Rau
Douwe Jan Joustra

Area development: a systems approach

english, dutch below

New sites for building: work and living, are still being developed, despite the downfall of the economy. These days I had some meetings on these issues. In Russia, on an Indian project and some discussions in the Netherlands. When I read an article on the new way to work on area development, by professor Jan Rotmans, I realized that it is more then theory. Rotmans states that area should not be planned any more, it is all about an almost natural development. Understanding and working with the qualities of the systems seems to be the way to go. From a systems approach the following may be expected of the professionals:

recognize the value of the area in its present form
Before attempting to work in an area, look at the way it operates. The patterns of the area provide the basis for analysis at different scales. Recognize the forces that have borne the system and recognize the value(s) means “get native to the place“.

Feel the rhythm of life (human and natural) in the area
Thinking in patterns can help to create an adequate ‘fact finding’. OPAi is part of the “Pattern Initiative” (Pi) that is creating a Pattern Language for Area Development. Now focus on the qualities of the area with field knowledge and expertise from known mappings, field surveys, interviews and historical insights, leading to a feeling for the area. See the structures, and connective (dependency) relationships in the area that make the system powerful. The rhythm of life in the area gives indications for future development.

work outside because the area is real
Work outside existing frameworks and the experience of physical presence in the area go together. The existing frameworks determine prevailing paradigms of those involved. Embracing the differences requires a lot of energy. Bring ideas out, literally and figuratively, makes the discussion. Through discussion and analysis together outside, in the field, the major patterns will become visible.

be a learning professional
Areas are complex systems and patterns require interpretation. Be open to intuition and learn step by step from the area, the patterns and beliefs/mental models of others. This learning process will consist of many small steps and “jumping to conclusions” should be avoided. The will to open your mind-set during the whole process is an important quality. It requires the will to work with uncertainty and error-friendly setup. This is the basis for a learning approach.

Identify and appreciate quality
“Knowledge is power” is a dominant approach of our society. It gives the idea that measuring the essential information makes decision making possible. Area development is about quality: the beauty of the landscape, the viability of a neighborhood or the social ties of people with their environment. Values ​​are not measurable, measurement and knowledge is at best a mat. Dare to identify what is really important. Moreover, attention to small elements are important, but the quality of the whole heart is in area. Appreciate quality.

look at the horizon, look over there, especially the time horizon
Details are the parts of the whole. Area development focuses on the whole with respect to details. Over the horizon, looking beyond the existing conditions is the first step to create development across generations. What is grown over time? Growth and development of values ​​takes time and will in the future, time should be given. Interventions set the tone for generations. In the area the existing is result of actions yesterday and at the same time those of previous generations, decades or even hundreds of years ago. It is also important to have your own horizon to look and listen to the perspective of others: that works enriching.

current beliefs and letting go, to find appropriate insights
Systems we identify are formed through our own mental models. Through interdisciplinary work on identifying qualities in the area, multiple mental models come in the picture. Dare to let go of ‘bold’ value models, together, to help new and appropriate insights. Interdisciplinary processes work when there is involvement in the search for shared or common values. The knowledge is important, working together and learning together is even more important.

recognize complexity, feel the challenge of dealing with them
Areas are complex systems. Recognizing this complexity leads to different reactions: control, strengthening and creation of conditions. The existing landscape is complex and not completely to understand. In areas that complexity plays a role. How do values relate in an area, what makes it beautiful and what will soon make it into a working system? Recognize this complexity and a vision to develop with the courage to do it right, including the uncertainties related to it, is the great challenge of sustainable area development.

adopt a guiding concept
Knowledge of the area, analysis of patterns and recognition of internal and external relations leads to insight. To achieve a meaningful development for the area to come, a guiding ‘concept is important. This is a broad concept known as ‘Cradle to Cradle’ (Almere, Venlo, Haarlemmermeer) or a more specific like ‘permaculture’ as the basis for Eva Lanxmeer in Culemborg (NL). By its own set of ‘principles’, an area-based guiding concept can be realized.

elegantly choose, be decicive in realization
One-sidedness, directive or decision dominance does not fit in a system-oriented approach. The choice for guiding ‘principles’ and elaborations is a prerequisite for sustainable area development. It is important to be tenacious (but flexible in compromises regarding the detailed solutions) to come to high quality, sustainable, realization.

  • Dutch:
  • Gebiedsontwikkeling: werken vanuit systeembenadering

    Gebiedsontwikkeling gaat door. In Nederland maar ik kwam ook in discussies over projecten in Belgie, Rusland en India terecht. Binnenkort ronden we het project ‘Patroontaal voor duurzame gebiedsontwikkeling’ af. Een project voor het ministerie van I&M door het “Patroontaal initiatief” (Pi). Daarover eind van deze maand meer. Nu las ik dit weekend het essay ‘Crisis als kans’ van prof Jan Rotmans. In de kern genomen geeft hij aan dat gebiedsontwikkeling niet meer een zaak van zorgvuldig plannen is, maar van een min of meer natuurlijke ontwikkeling. Dan komt het nadenken over het gebied als systeem tevoorschijn. Onderstaand een aantal kwaliteiten die van belang zijn voor het werken aan gebiedsontwikkeling vanuit een systeemperspectief.

    herken de waarde van het gebied in zijn huidige vorm
    Alvorens ingrepen te doen in een gebied, kijken naar de manier waarop het nu functioneert. Kijken naar patronen geeft de basis voor analyse in het gebied op verschillende schaalniveaus. Erken de krachten die het systeem nu dragen en het herkennen van de waarde(n) betekent: ‘get native to the place’.

    voel het ritme van het leven (mens en natuur) in het gebied
    Zoeken naar patronen helpt hierbij om tot een adequate ‘fact finding’ te komen, waarbij veldkennis en reeds bekende kennis vanuit karteringen, gebiedsanalyses, interviews en historische inzichten, leidt tot een gevoel voor het gebied. Zie de structuren, verbindingen en (afhankelijkheids-)relaties die het systeem in het gebied krachtig maken. Het ritme van leven in het gebied geeft indicaties voor toekomstige ontwikkeling.

    werk buiten want het gebied is echt en dat geeft voeling
    Werken buiten bestaande kaders en de fysieke ervaring van aanwezigheid in het gebied gaan samen. De bestaande kaders bepalen heersende denkmodellen van betrokkenen. Openstaan voor de verschillen vraagt veel van allen. Naar buiten brengen, letterlijk en figuurlijk, maakt het bespreekbaar. Sommige modellen zullen om toetsbare redenen afvallen. Door debat en samen buiten analyseren komen de belangrijke patronen steeds meer in zicht.

    wees een lerende professional die indrukken verwerkt
    Gebieden zijn complexe systemen en de patronen vragen om interpretatie. Sta open voor intuïtie en leer stap voor stap van het gebied en de opvattingen/denkmodellen van anderen. Dat leerproces zal uit vele kleine stappen bestaan, waarbij ‘jumping to conclusions’ voorkomen moet worden. De wil om de denkrichtingen bij te stellen, gedurende het hele proces, is een belangrijke kwaliteit. Het vraagt de wil om te werken met onzekerheden en een fout-vriendelijke opstelling. Dat is de basis voor een lerende aanpak.

    Identificeer en waardeer kwaliteit
    ‘Meten is weten’ is een dominante benadering van onze samenleving. Het geeft het idee dat meten de wezenlijke informatie verschaft voor besluitvorming. Gebiedsontwikkeling gaat over kwaliteit: de schoonheid van het landschap, de leefbaarheid van een wijk of de sociale binding van mensen met hun omgeving. Waarden zijn niet meetbaar, het meten en weten vormt hooguit een onderlegger. Durf te benoemen wat werkelijk belangrijk is. Overigens is aandacht voor kleine elementen belangrijk, maar de kwaliteit van het geheel staat bij gebiedsontwikkeling centraal. Waardeer kwaliteit.

    kijk naar de horizon, kijk er ook overheen, zeker de tijdshorizon
    Details zijn de delen van het geheel. Gebiedsontwikkeling richt zich op het geheel met respect voor details. Over de bestaande horizon heen kijken en de omstandigheden (condities) creeren voor ontwikkeling over generaties heen. Wat er is, is gegroeid in de loop der tijd. Groei en ontwikkeling van waarden vraagt tijd en zal ook naar de toekomst toe, tijd moeten krijgen. Ingrepen zetten de toon voor generaties. In het gebied spelen acties van gisteren een rol, maar tegelijkertijd ook die van vorige generaties, tientallen jaren of zelfs honderden jaren geleden. Tegelijkertijd is het belangrijk om over je eigen horizon heen te kijken en te luisteren naar het perspectief van anderen: dat werkt verrijkend.

    actuele opvattingen loslaten en zoek passende inzichten
    Systemen die wij identificeren, vormen we naar onze eigen mentale modellen. Door interdisciplinair te werken aan identificatie van patronen komen meerdere mentale modellen in beeld. Durven loslaten van vaststaande waardemodellen helpt om samen tot nieuwe, passende, inzichten te komen. Inter- of zelfs transdisciplinaire processen werken als er betrokkenheid is bij het zoeken naar gedeelde of gezamenlijke waarden. De kennis is belangrijk, het samenwerken en samen leren is belangrijker.

    herken complexiteit, voel de uitdaging om die aan te pakken
    Gebieden zijn complexe systemen. Het herkennen van die complexiteit leidt tot verschillende reacties: beheersen, sturen, versterken en creatie van condities. Het bestaande landschap is complex en niet geheel te doorgronden. Bij gebiedsontwikkeling speelt die complexiteit een rol. Hoe ontstaat zelfsturing in een gebied, wat maakt het mooi en wat maakt het straks tot een werkend systeem? Die complexiteit herkennen en een visie durven te ontwikkelen die daar recht aan doet, inclusief de onzekerheden die er bij horen, is de grote opgave van duurzame gebiedsontwikkeling.

    hanteer een richtinggevend concept
    Kennis van het gebied, analyse van patronen en herkenning van interne en externe relaties leidt tot inzicht. Om tot een betekenisvolle gebiedsontwikekling te komen, is een richtinggevend ‘concept’ van belang. Dat kan een breed gekend concept zijn als Cradle to Cradle (Almere, Venlo, Haarlemmermeer) of een meer specifieke als permacultuur die de basis vormt voor Eva Lanxmeer (Culemborg). Door een eigen set ‘principles’ te ontwikkelen wordt een gebiedsgebonden richtinggevend concept gegeven.

    choose elegantly, be decicive in realisation
    Eenzijdigheid, dominantie of directieve besluitvorming past niet bij een systeemgerichte gebiedsaanpak die een duurzame ontwikkeling mogelijk maakt. Gedragen keuze voor de richtinggevende ‘principles’ en nadere uitwerkingen is een eerste voorwaarde voor duurzame gebiedsontwikkeling. Het is zaak om vasthoudend (compromisloos maar flexibel ten aanzien van de detailoplossingen) tot realisatie te komen.

    Cradle to Cradle in motion

    Towards an action program Cradle to Cradle (C2C) was the theme of the conference in the provincial house in Leuven (B) on 26 October 2011. About 60 people from business, government, research institutions, civil society and education met. It provided interesting conversations about topics such as the role of government), education programs, area development, the power of networks and the roles of the various ‘parties’. Some topics were discussed and the key was:

  • Governance: let it go and be supporter instead of an attendant;
  • Education: focus on basic knowledge (learning from nature?)

  • Areal development: the search for new approaches, connect people and areas;
  • Networks: active learning and activating;

  • Knowledge institutions: Find the fundamental values that strengthen the quality of work on C2C;

    Actually, it’s mostly a matter of learning from each other, organise it as a social learning process: open, communicative, in depth, reflective and a mutual search for meaning and renewal.

    Looking and listening to the debates, I heard some elements that I like to clarify. In the form of four questions in the background (and sometimes very directly in the foreground) these insights emerged:

    1. C2C is a truth and the sole solution?

    The message of Michael Braungart is still very literally taken in Flanders. This makes the discussions sometimes unnecessarily harsh. Cradle to Cradle is a powerful concept, for people and companies because it provides a perspective for direct action. A product can be redesigned in a C2C approach, quite directly: clean, re-useable resources and further high-quality use. The C2C lab Venlo has a seven-step approach, which works instantly for users. This approach, says Roy Vercoulen (roy@c2cexpolab.eu) of the C2C-lab, is available to interested parties. Work with these seven steps is quite different from C2C certification, but for a company is the first possibility to move forward.
    For me, the strength of Cradle to Cradle is above all:
    Learning to see: a linear to a circular approach;
    change: from guilt management to value orientation (what value do you/your product add to the system?)
    Reflection: work on efficiency (bit better) becomes working on effectiveness (doing good) and
    thinking: new solutions, different design or innovation at the system level.

    2 Trust?
    Classic environmental policy is based on distrust and thus has much controlling instruments. What does ‘trust’ in the C2C approach mean for me:
    trust in the power of natural processes
    trust in the creative power of people and
    trust in the power or impact of C2C.
    This allows us to let the strategy of defending or attacking behind us. Growth is the natural process, inspiration reinforces thinking about new forms of creation (and redesign) and the effect will be as a “slow tsunami” development.

    3 Tools?
    Many policies are built on piles of legislation or other directive policies. That’s what some of the discussion was about: finding databases, regulatory and financing. In my opinion C2C enables us to focus on socially useful tools:
    a new way of thinking requires a new approach (which shows the traditional instruments they are;
    See, hear and recognize gives understanding, and it enhances often a kind of “enlightened self-interest” feeling for companies and institutions;
    Funding is limited and focused on “accelerating transition interventions’ (from masterclass to pubications, field visits to design laboratory, etc);
    work on innovation, such as procurement of products and housing/infrastructure (now: Design, Build, Finance and Maintain (DBFM) but later also Service: DBFMS?) and
    The government as launching customer gives leaders in business an incentive for their efforts. This is also known as: innovative contracting. The importance is that this gives a market incentive to innovative and active organisations.

    4 roles & expectations?
    During the discussions in Leuven there were also talks about ‘the’ other. It is a line of thinking that does not really fit in the Belgian mores, so it was not very strong present. A few reflections fit in well here:
    government is not in the lead, entrepreneurs and enterprising citizens have (the Energetic Society);
    use knowledge that is highly available, but it probably requires some “reframing”;
    Create the conditions that enhance development of C2C (eg by working with area characteristics and principles);
    education has primarily a task when it comes to basic ecological knowledge (life’s principles, learning from nature) and only secondary as a display of C2C solutions
    businesses feel increasingly responsible on sustainability and innovation towards C2C: the circular economy is growing steadily.

    tell the story
    appreciate the wonder and
    The story focuses on the listener.

    Reading tip:
    Sense and Sustainability
    Ken Webster and Craig Johnson, 2008
    ISBN 978-0-9559831-0-8

  • Klimaatbeleid 2.0

    Afgelopen week had ik verschillende discussies over de aanpak van lokaal klimaatbeleid. De contouren van ‘Klimaatbeleid 2.0′ worden steeds duidelijker. Dat is waar we naar zoeken en over spreken.
    Dat gaat zowel bestuurders als hun ondersteuners/uitvoerders aan. In de gesprekken kwamen ze ook allemaal tevoorschijn. Waar is de bestuurder zonder meedenkende ambtenaren en waar zijn de ambtenaren zonder meedenkende bestuurders?

    Kern van klimaatbeleid 2.0 is de analyse die gemaakt is in de Duurzaamheidsagenda van het kabinet:
    Duurzaamheid in samenleving
    Inmiddels zien we dat het belang van duurzame ontwikkeling leeft in de samenleving. Acht op de tien Nederlanders vinden het (heel) belangrijk dat bedrijven zich richten op duurzaamheid.6 Consumenten kopen ook meer en meer duurzame producten. Burgers opereren in toenemende mate als duurzame producenten en richten bijvoorbeeld samen lokale energiebedrijven op. Bij veel maatschappelijke organisaties, op scholen en bij kennisinstellingen staat duurzaamheid hoog op de agenda. Een toenemend aantal grote en kleine Nederlandse bedrijven geeft duurzaamheid een centrale plaats in zijn bedrijfsvoering. Oplossingen van duurzaamheidvraagstukken vormen een sterk groeiende markt en zijn al lang niet meer alleen een zaak voor de koplopers. Een groot middenveld aan bedrijven ziet de kansen van duurzaam ondernemen, ziet dat het economisch rendabel kan zijn, dat duurzaam produceren niet duurder hoeft te zijn en concurrentievoordeel kan opleveren. Succesvolle voorbeelden zijn er in overvloed. Sectoren van het Nederlands bedrijfsleven profiteren volop van duurzame keuzes. Meer nuttig gebruik van afval leidt tot groei van de recyclingsector. Agrarische ondernemers bieden met succes biologische producten aan. Het marktaandeel van chemische producten op basis van biomassa neemt toe. Dit succes van duurzame diensten en producten leidt tot verdere verbreding van de basis voor duurzaam ondernemen en consumeren. Naast de rijksoverheid spelen decentrale overheden een steeds belangrijkere rol bij het stimuleren en ondersteunen van maatschappelijke initiatieven.

    Koppelen groene groei en energieke samenleving
    Het PBL adviseert in haar Signalenrapport “de energieke samenleving” om de hiervoor geschetste ontwikkelingen aan elkaar te koppelen. Groene groei kan worden gerealiseerd door gebruik te maken van de inventiviteit, betrokkenheid en het oplossend vermogen van de hele samenleving. Het PBL noemt dit de energieke samenleving€Ÿ.
    Het kabinet erkent de waarde van een dergelijke koppeling. Het wil de basis voor duurzaamheid die in de maatschappij is gegroeid verstevigen en stimuleren zodat de dynamiek in de samenleving nog sterker wordt gericht op verduurzaming. Het kabinet onderkent daarbij het belang van kennis en competenties van consumenten, producenten, werknemers en onderwijsinstellingen op het gebied van groene groei. Het wil de mogelijkheden van dynamische, duurzame, groei bevorderen, de regelgeving benutten en met maatschappelijke partijen in overleg treden over richtinggevende lange termijndoelen.

    In de toelichting op de begroting 2012 stelt minister Schulz:

    Op het decentrale niveau hebben gemeenten, provincies en waterschappen klimaatprogrammas€™ opgesteld. Het kabinet ondersteunt deze initiatieven en stelt met de klimaatambassadeurs van de drie medeoverheden de Lokale Klimaatagenda 2011-2014 op. Deze gaat nog dit najaar naar de Tweede Kamer.

    In de agenda richt het Rijk zich vooral op het wegnemen van belemmeringen bij gemeentelijke klimaatinitiatieven. Lokale ambassadeurs mobiliseren andere gemeenten, om zo met elkaar tot een regionale aanpak te komen.
    De nationale routekaart voor het klimaat met richtjaar 2050 geeft aan hoe Nederland de komende decennia een klimaatneutrale samenleving kan realiseren. Het kabinet kiest naar eigen zeggen voor een pragmatische aanpak. Een die haalbaar en betaalbaar is en waarbij Europese en mondiale afspraken leidend zijn.

    Daarmee wordt naar mijn idee, de toon gezet:
    - De ‘energieke sameneving’ als uitgangspunt;
    - lokaal klimaatbeleid is een belangrijke pijler onder klimaataanpak;
    - decentrale energie is een essentieel thema;
    - van een lifestyle-strategie naar een aanpak die te karakteriseren is als ‘businesswise’;
    - overheid biedt de juiste condities (omstandigheden) voor succesvol ondernemen;
    - klimaatprobleem is mondiaal complex, lokaal hanteerbaar en uitvoerbaar;
    - lokale overheden zoeken meer en meer naar ‘onorthodoxe’ maatregelen;
    - de competente burger realiseert meer dan de ‘instrumentloze’ overheid;
    - proces- en systeeminnovaties geven kracht door onverwachte allianties, handelsmodellen, ondernemerskracht en
    - focus verschuift van technologische innovatie naar innovatie in kennis, circulaire economie en verschuiven verantwoordelijkheden.

    In zijn blog heeft Thijs de la Court (wethouder Lochem) al eens een mooie beschrijving gegeven van de kracht die in de lokale samenleving aanwezig is en actief wordt. Dat is niet voorbehouden aan de grote steden, maar ook aan andere gemeenschappen (dorpen, wijken, regio’s). Het is het ragfijne spel van geven en (niet-)nemen. De gemeente geeft ondersteuning waar nodig, trekt zich terug waar mogelijk en wenselijk, treedt naar buiten indien gewenst door lokale initiatiefnemers, legt contat en verbindt dus allererst mensen, dan initiatieven en pas daarna kunnen verbindingen worden gemaakt met andere spelers in het energiedomein (netbeheerder e.d.) en/of financiers (banken e.a.). De gemeente zorgt voor goede groei-omstandigheden, de juiste condities voor de energieke samenleving, die misschien alweer vervangen moet worden door de ‘ondernemende samenleving’.

    We hebben dus een idee over de ontwikkeling van klimaat 2.0 maar de aanpak die er bij hoort, de rol van de overheid (nationaal en lokaal) is nog onduidelijk, de nieuwe ondernemerskansen zijn nog beperkt in beeld (vnl lokale energiebedrijven) en de combinatie van techniek, proces en nieuwe zienswijzen is ook nog ter discussie. Kortom reden genoeg om op het Klimaatcongres van 02 november 2011 tot een goede discussie te komen.

    Ideeen genoeg overigens, al komt dat niet altijd direct tot uiting. In een gesprek dat ik vorige week voerde met een lokale Rabo-bank kwamen binnen een uur een drie-vier nieuwe businessmodellen voor hen tevoorschijn die niet alleen een nieuw verdienmodel betekenen maar ook nog een bijdrage leveren aan de lokale economie en last but not least aan de energie- en klimaatdoelstellingen die we hebben. Dat gesprek liet mij zien dat door een gezamenlijke analyse van deze vragen, nieuwe antwoorden gevonden kunnen en zullen worden.

    Om een beeld te krijgen van wat ‘klimaatbeleid 2.0′ is, zullen we tijdens een workshop op het Klimaatcongres de vragen stellen, die nu aan de orde zijn (en wellicht ook alvast wat antwoorden programmeren):
    - Wat nodig is om de klimaatambities op lange termijn waar te maken;
    - Wat anders is dan het huidige klimaatbeleid;
    - Wat eventuele randvoorwaarden zijn;
    - Wat vraagt dit van lokale overheden, maar ook van andere spelers?

    Uiteindelijk doel is een set van aanbevelingen te formuleren waar ook andere gemeenten met ambities mee aan de slag kunnen.

    C2C gebiedsontwikkeling

    Sorry for the english readers, this post is in Dutch….

    Workshop Ruimte
    Donderdag 15 september 2011 in Antwerp Expo (Antwerpen, BE)

    Invulling van ruimte is een complex proces. Het behelst verschillende thema’s als lucht, water, bodem, energie, materialen, openbare ruimte, werk en welzijn. De beslissingen over de invulling van ruimte worden op verschillende niveaus genomen in overleg met vele belanghebbenden. Onze droom, een gebied, een stadsdeel of bedrijventerrein volledig cradle-to-cradle (C2C) maken, is op dit moment nog niet mogelijk. Bestaande inzichten, processen, structuren of historische verontreiniging beperken de mogelijkheden. Toch willen we ‘denken in continue kringlopen’ ook vanuit een ruimtelijk perspectief realiseren. Deze dag werd georganiseerd door OVAM vanuit de twee europese programma’s C2C-Network en CityChlor.
    Douwe Jan Joustra (One Planet Architecture institute) was er bij en geeft een (inhoudelijke) reflectie.

    Inhoud/kennis
    De Cradle to Cradle benadering van ‘Duurzame Gebieds Ontwikkeling’ is gebaseerd op het idee dat een gebied een systeem vormt. Om het systeem te begrijpen, te doorgronden, is een nieuwe manier van kijken nodig. Er worden inzichten mee vastgelegd die kunnen bijdragen aan de vormgeving van de toekomstige gebiedskwaliteit. Zeker omdat de denkwijze van C2C ook handreikingen geeft voor de processen die spelen, kan de stap naar begrip en toepassing gemaakt worden.
    In de discussies tijdens de workshop Ruimte blijkt dat deze nieuwe concepten niet eenvoudig toepasbaar zijn. Ze wijken af van de wijze waarop betrokkenen de afgelopen decennia zijn opgeleid in studie en praktijk. Zo is de reflex om te werken aan efficiency zeer sterk en het denken in termen van effectiviteit erg moeilijk. Het leidt regelmatig tot ‘verdedigende’ discussies, waarbij het bestaande beleid uitgangspunt is. De kern van een effctieve aanpak is dat door ingrepen de waarde van het gebied stijgt: in biodiversiteit, culturele diversiteit, landschappelijke kwaliteit en meer. Een complexe uitdaging, dat is zeker.

    Concepten
    De stap naar een werkelijk duurzame gebiedsontwikkeling vraagt naast kennis ook aandacht voor nieuwe, sturende concepten. De benadering die door de gemeenten Almere en Venlo is gekozen spreekt daarbij aan: Cradle to Cradle vertalen in principles die sturend zijn voor de wijze waarop de gebiedsontwikkeling invulling krijgt. Het conceptuele kader geeft richting aan de ontwikkeling en tevens kaders voor toetsing van de kwaliteiten die het gebied heeft en krijgt. De Almere principles vormen een belangrijk voorbeeld in Nederland. Het lijkt aan te bevelen om aan de hand van de principles te zoeken naar onderliggende patronen, die uiteindelijk bijdragen aan het creëren van een handelingsperspectief.

    Zes principes voor duurzame gebiedsontwikkeling
    1 Diversiteit als basis voor waardecreatie
    2 Flexibel bouwen voor ruimte in de toekomst
    3 Bestaande waarden vormen de context
    4 Grondstoffen blijven grondstoffen, energie is schoon en beschikbaar
    5 Combineer natuur en cultuur en creëer verbindingen tussen gebied en omgeving
    6 Ontwerp gezonde systemen

    Richtinggevend zijn deze principles zeker. Dergelijke principes geven een goed kader voor keuzes, maar geven geen oplossingsrichtingen, waardoor de creativiteit van gebiedsontwikkelaars, landschapsarchitecten, stedenbouwkundigen en architecten niet belemmerd wordt. Praktisch gezien heeft Almere gewerkt met vernieuwde vormen van aanbesteding om de principles ook als leidend kader te kunnen gebruiken. Projectontwikkelaars is gevraagd om hun eigen visie op de samenhang tussen principles en project aan te geven, als eerste toetsingskader in de selectie.

    Systeembenadering
    De optelsom die voort komt uit deze benadering leidt tot een samenhang die ik wil kenschetsen als:een systeembenadering voor Duurzame Gebieds Ontwikkeling.
    Dit draagt vooral bij aan het inzicht op gebiedsniveau van het bestaande systeem en kan benut worden om indicaties te vinden voor het ontwerp van het gebied in ontwikkeling. Dan liggen daaronder de basisbegrippen van Cradle to Cradle ten grondslag als basis:
    sluit kringlopen
    gebruik schone energie (van de zon) en
    versterk diversiteit.

    Natuurlijk is het primaire advies om voor ieder gebied een reeks ‘principles’ te benoemen. Dat is een vorm van werken die een toetsingskader biedt voor ontwerp, uitvoering en realisatie.

    Hoofdlijn
    In de discussies bleek dat veel uitvoerders en beleidsmakers relatief ‘vast’ zitten in het adagium: Resultaat en Rekenschap. Dat is de positie die veel overheden en andere organisaties de afgelopen decennia hebben gekozen. Het is de werkwijze/houding die bepalend is voor de kwantitatief georienteerde projectaanpak. De doelen, oplossingen en beschikbare middelen zijn sturend. Op zich is dat een adequate houding voor een projectleider, maar de vraag is of gebiedsontwikkeling als een project kan worden gezien. Het zijn de complexiteit van de aanpak, de onzekerheid over te behalen resultaten, de diversiteit in oplossingen en dergelijke die maken dat gebiedsontwikkeling meer is.

    Richting en Ruimte zijn de basiselementen voor een sturing gericht op een effectieve performance. Richtinggevend een kader scheppen dat aangeeft welke kwalitatieve en kwantitatieve doelen er zijn. Ruimte geven om tot oplossingen te komen die passen bij het gebied, de richting versterkt realiseren en onverwachte uitkomsten, is voor een Cradle to Cradle benadering van groot belang.

    Uiteindelijk is een omdraaiing nodig: niet resultaat en rekenschap zijn leidend, de werkwijze gaat worden: Richting, Ruimte, Resultaat en Rekenschap. Natuurlijk kent iedere aanpak grenzen, maar de grenzen van vandaag zijn morgen de grenzen van gister. Het gaat er om een toekomstgerichte, ontwikkelende, strategie te hanteren.

    Houding
    Als vernieuwende houdingselementen lijken in de discussies naar voren te komen: flexibiliteit, creativiteit en toekomstgerichtheid. Dergelijke competenties worden vaak genoemd. Opvallend is dat de gesprekspartners ook blijk geven van sterke visies op de kwaliteiten die in het gebied tot ontwikkeling moeten komen. Nog vaak te sterk gekleurd door ‘oude’ waarden (minder…, minder …), maar regelmatig ook door te zoeken naar de vernieuwing (nieuwe waarden). Dan is de vraag welke houding van belang is voor een hoogwaardige, duurzame, gebiedsontwikkeling.

    Voor een Cradle to Cradle benadering lijken dan de volgende stappen als richtlijn te hanteren:

    herken de waarde van het gebied in zijn huidige vorm
    Alvorens ingrepen te doen in een gebied, kijken naar de manier waarop het nu functioneert. De patroontaal (het alfabet) geeft de basis voor analyse in het gebied op verschillende schaalniveaus. Erken de krachten die het systeem nu dragen en het herkennen van de waarde(n) betekent: ‘get native to the place’.

    voel het ritme van het leven (mens en natuur) in het gebied
    Identificeren van ruimtelijke en sociale patronen in het gebied helpt hierbij om tot een adequate ‘fact finding’ te komen, waarbij veldkennis en reeds bekende kennis vanuit karteringen, gebiedsanalyses, interviews en historische inzichten, leidt tot een gevoel voor het gebied. Het ritme van leven in het gebied geeft indicaties voor toekomstige ontwikkeling.

    werk buiten want het gebied is echt en dat geeft voeling
    Werken buiten bestaande kaders en de fysieke ervaring van aanwezigheid in het gebied gaan samen. De bestaande kaders bepalen heersende denkmodellen van betrokkenen. Openstaan voor de verschillen vraagt veel van allen. Naar buiten brengen, letterlijk en figuurlijk, maakt het bespreekbaar. Sommige modellen zullen om toetsbare redenen afvallen. Door debat en samen buiten analyseren komen de belangrijke waarden steeds meer in zicht.

    wees een lerende professional die indrukken verwerkt
    Gebieden zijn complexe systemen en die vragen om interpretatie. Sta open voor intuïtie en leer stap voor stap van het gebied, de patronen en de opvattingen/denkmodellen van anderen. Dat leerproces zal uit vele kleine stappen bestaan, waarbij ‘jumping to conclusions’ voorkomen moet worden. De wil om de denkrichtingen bij te stellen, gedurende het hele proces, is een belangrijke kwaliteit. Het vraagt de wil om te werken met onzekerheden en een fout-vriendelijke opstelling. Dat is de basis voor een lerende aanpak.

    Identificeer en waardeer kwaliteit
    ‘Meten is weten’ is een dominante benadering van onze samenleving. Het geeft het idee dat meten de wezenlijke informatie verschaft voor besluitvorming. Gebiedsontwikkeling gaat over kwaliteit: de schoonheid van het landschap, de leefbaarheid van een wijk of de sociale binding van mensen met hun omgeving. Waarden zijn niet meetbaar, het meten en weten vormt hooguit een onderlegger. Durf te benoemen wat werkelijk belangrijk is. Bestaande taal blokkeert soms ook het denken (‘brownfields’, ‘blackfields’ e.d.). Overigens is aandacht voor kleine elementen belangrijk, maar de kwaliteit van het geheel staat bij gebiedsontwikkeling centraal. Waardeer kwaliteit.

    kijk naar de horizon, kijk er ook overheen, zeker de tijdshorizon
    Details zijn de delen van het geheel. Gebiedsontwikkeling richt zich op het geheel met respect voor details. Over de bestaande horizon heen kijken en de omstandigheden (condities) creeren voor ontwikkeling over generaties heen. Wat er is, is gegroeid in de loop der tijd. Groei en ontwikkeling van waarden vraagt tijd en zal ook naar de toekomst toe, tijd moeten krijgen. Ingrepen zetten de toon voor generaties. In het gebied spelen acties van gisteren een rol, maar ook die van vorige generaties, tientallen jaren of zelfs honderden jaren geleden. Tegelijkertijd is het belangrijk om over je eigen horizon heen te kijken en te luisteren naar het perspectief van anderen: dat werkt verrijkend. Werk dus niet alleen aan de realisatie van vandaag of morgen maar houdt ruimte voor de toekomst (cq toekomstige ontwikkelingen).

    actuele opvattingen loslaten en zoek passende inzichten
    Systemen die wij identificeren, vormen we naar onze eigen mentale modellen. Door interdisciplinair te werken aan identificatie van patronen (alfabet) komen meerdere mentale modellen in beeld. Durven loslaten van vaststaande waardemodellen helpt om samen tot nieuwe, passende, inzichten te komen. Interdisciplinaire processen werken als er betrokkenheid is bij het zoeken naar gedeelde of gezamenlijke waarden. De kennis is belangrijk, het samenwerken en samen leren is belangrijker.

    herken complexiteit, voel de uitdaging om die aan te pakken
    Gebieden zijn complexe systemen. Het herkennen van die complexiteit leidt tot verschillende reacties: beheersen, sturen, versterken en creatie van condities. Het bestaande landschap is complex en niet geheel te doorgronden. Bij gebiedsontwikkeling speelt die complexiteit een rol. Hoe ontstaat zelfsturing in een gebied, wat maakt het mooi en wat maakt het straks tot een werkend systeem? Die complexiteit herkennen en een visie durven te ontwikkelen die daar recht aan doet, inclusief de onzekerheden die er bij horen, is de grote opgave van duurzame gebiedsontwikkeling.

    hanteer een richtinggevend concept
    Kennis van het gebied, analyse van patronen en herkenning van interne en externe relaties leidt tot inzicht. Om tot een betekenisvolle gebiedsontwikekling te komen, is een richtinggevend ‘concept’ van belang. Dat kan een breed gekend concept zijn als Cradle to Cradle (Almere, Venlo, Haarlemmermeer) of een meer specifiek concept als het gebied daar om vraagt. Door een eigen set ‘principles’ te ontwikkelen wordt een gebiedsgebonden richtinggevend concept gegeven.

    choose elegantly, be decicive in realisation
    Eenzijdigheid, dominantie of directieve besluitvorming past niet bij een systeemgerichte gebiedsaanpak die een duurzame ontwikkeling mogelijk maakt. Gedragen keuze voor de richtinggevende ‘principles’ en nadere uitwerkingen is een eerste voorwaarde voor duurzame gebiedsontwikkeling. Het is zaak om vasthoudend (compromisloos maar flexibel ten aanzien van de detailoplossingen) tot realisatie te komen.

    De workshop Cradle to Cradle en Ruimte (Antwerpen 15 september 2011), gaf aanleiding tot deze bespiegelingen. De discussies varieerden van fundamenteel tot zeer oplossingegerichte vragen en dilemma’s. Een inspirerende bijeenkomst voor de toehoorder en participanten. Opvallende eigenschap gedurende de dag: deelnemers die open staan voor vernieuwing in denken en doen. De doorwerking zal nog veel tijd en inspanning vragen voor ieder. Daarbij is het goed te bedenken dat in het werken aan Cradle to Cradle altijd wordt uitgegaan van tijd als een belangrijke factor. Niet vandaag zal alles veranderen, maar de eerste stappen zijn gezet.

    Douwe Jan Joustra
    One Planet Architecture institute

    IMF or EMF?

    The Ellen MacArthur Foundation (EMF) celebrates it’s one year anniversary these days. It seems much longer, but it is the exciting quantity and quality of work of the EMF that gives that impression. EMF stands for a new, circular, economy based on the principles of Cradle to Cradle. So it is one of the potential founders of the new economy and that makes is more exciting then the IMF that stands for the ‘old school economy’.
    This week Ellen MacArthur will be in the Netherlands for the opening of the new building of the National Institute of Ecologic Research (NIOO). It’s build as much as possible in a Cradle to Cradle way and we look forward to the opening and first visit to this beautifull new building.
    We will have a meeting with Ellen MacArthur and Ken Webster on the perspectives of TurnToo, the meaningfull way of working in a circular economy. Also we will discuss the project that OPAi runs on behalf of Agentschap NL, ‘learning by nature’.

    One of the public activities of the EMF is the Evening with Alex Steffen and Ellen MacArthur, Royal Geographical Society, London. October 20th, 7-10pm

    “Alex Steffen, a designing optimist, lays out the blueprint for a successful century.”
    -The New York Times

    Alex Steffen, leading futurist and editor of the World Changing bestseller, will be giving an evening lecture at the Royal Geographical Society on October 20th. His talk will focus on innovative business practices and positive 21st century perspectives and there will be a follow up Q&A session with Ellen.

    More detail about this lecture and Alex’s work at
    the EMF-website

    The Change

    The Change is there. It started about five years ago. Sustainable policies are mainstream now. Mainstream for governments (as well national, regional as local), companies, schools and individuals. We do not need to argue anymore except with some of the cynicists. I suggest that we stop that discussion. It take to much energy. Energy is something to handle with care: waste is a waste of time and more.

    Now sustainability is mainstream in many forms: climate policies, environmental activities, energy supply and materials/resource management. It brings shift in thinking and even new paradigms start to get reality. This is what we identify as systems innovations. These are far more important for change then technological innovations. Let me get in to systemsthinking a bit more.

    Working on energy efficiency in a neighborhood renovation does not improve the social insecurity. It is a single-issue approach.  Sustainable development is always multi-issue oriented, which means that we should look at the whole. Partial solutions lead to ‘patchy’ work. Crucial for creating a real “leap” towards sustainable development is a complete system approach. This, however, is like entering a world of abstract science, which makes it far from easier.

    Systems come in various sizes and types. Mainly there are two distinct approaches. First the system thinkers who assume a mechanical approach to reality which is led by generally accepted principles or laws. A system exists in this perspective of a complex set of elements, each ‘doing what they should do. We might be able to create an app that counts the results of interventions in a mechanical result. See for instance the game ‘Alchemy‘ for your Iphone or Android. But there are systems thinkers who rely on a dynamic approach. Here we have the vision of modern science, with the central element is the idea that multiple systems or domains intersect. Establish relationships based on intuition is a basic. A real leap to sustainability is aimed at breaking the existing standards and develop new ideas. In addition, both systems concepts – mechanical and dynamic – a role. Some fundamentals for systemsapproach on sustaining your city, area or street:

    Rest and unrest

    Every system has elements that are related to each other. Fortunately, there are a number of generic processes to be appointed, who can bring order into this chaos. So each system has its own dynamics. This applies to a postwar neighborhood but also a network of professionals. In all cases it is useful to examine the dynamic system and see what is peculiar. Dynamics can be identified and even more we can make a distinction between the ‘natural dynamics’  of a system and the ‘external dynamics’. Then you might see what type of intervention that requires. Be attentive to see what’s reenforcing the natural dynamics and what you do as ‘external added dynamics’. These should be handled with care as we can learn from nature. This involves the added external dynamics, such as a higher authority or an interest group. Rest is a relative term in this perspective, it represents the absence of external interventions. Unrest represents the externally added dynamics that leads to disruption, or at least flattening: disruptive change.

    Practical utilization 

    Systems thinking seems complicated, but this is especially apparent. Philosopher Edward de Bono made it clear with his suggestion to our main questions to be converted from ‘what is this’ to where does this lead to or what new value is created’. This puts the system -de Bono- thinking immediately in the position where the most used value: the practice. From the principle that sustainable development must be seen primarily in the context of human added dynamics, it is possible to achieve a practical tool with principles for a system-oriented sustainable development. “Where does this lead?“, The key question of Bono, can be directly linked to the interests of sustainable development, as well in ecological, economic and social sense.

    Suggestions for control

    Any intervention in a system leads to change. Sustainable development therefore means the careful handling systems. To control has three basic rules of interest:

    1. Provide rest in methodology

    Interventions are a disturbance of the existing order. Sometimes it is necessary within a system ‘to shake the cushions’. Proper dosing is important and also is connecting with the players in the system necessary.

    2. Border based

    Transitions, borders or gradients bring differences with them. This applies to the sloping shore along the city water, but also for the fringes of a neighborhood. That is, in any recognizable system. Hard transitions lead to “collisions”. Soft limits offer opportunities for different development. Boundaries bring diversity. Not only to the development of diversity, but also to transitions in interests, and lifestyles (social and ecological) networks. When managing transitions is important to have an open eye for developments along the borders of its own domain.

    3. Construction takes time, degradation can be in the ‘blink of an eye’

    In every system is a development to recognized. Before any intervention is undertaken leading to degradation of components, a reflection on the added value is needed. Structure requires careful control, degradation is a relatively “dumb” instrument. With small steps you will eventually accomplished a lot.

    Added value

    Through these basic rules in the work of a practical application one can start operating in a system approach. Partly as a methodological framework and partly as a way of looking at ‘the system’ in which you work. The urban renewal (post war dwellings) is an example where systems thinking has added value. Systems thinking seems to be a powerful leverage for sustainable development a step.