Circular Economy basics

At the moment we (OPAi) do quite some presentations on the Circular Economy. We do like to share some of the reactions we see and get on the issues of realisation and implementation of the Circular Economy.

Thomas Rau is well known because of his intense, creative and often unexpected vision on changes that we see. Is it about energy or resources? What can we expect to see in the near future in the economy? The development of TurnToo gives him a very good businesscase and an interesting example to see how the Circular Economy works for an entrepreneur. What happens to his public is great to observe. In some keywords:

acknowledgement: almost everybody understands that there is a resource-issue in the world;

astonishment: since not all see immediately that we do not have an energyproblem, since all were educated with the idea of an energycrisis somewhere ahead in time;

curiousity: on understanding his line of thinking that brings some major shifts in the economy: performance based transactions;

insecurity: when the audience starts to understand that he is serious about changing ownership in ‘usership’;

enthousiasm:  as soon as people see the new perspective for home, for business, for education and policies.

It results in many questions and these questions help us to  think and rethink the way we work. That is almost the most exciting of it: everyday we, at OPAi, see the impact of the approach that is the fundament of TurnToo and the Circular Economy.

Douwe Jan Joustra focusses on the systemsapproach that is the fundament of the Circular Economy. In his presentations some key-elements are basic. Douwe Jan sees three fundamental spheres that give a real understanding of the Circular Economy: ecology (symbiotic relations and closed loops), thermo-dynamics (entropy) and biology (the 3.5 blj years of innovation). This leads to the Circular Economy that has clear feedbackloops and handles the externalities. The public has a little different reactions:

accelarated learning: as the listeners start to grasp that for most of them old knowledge is coming alive. Knowledge that we gained during science classes at school, now becomes functional;

recognition: in different steps in the group: some see it instantly, others look for the real meaning;

reluctance: in accepting that we need a new perspective on the economy, sustainability and the way we have to adjust our actual systems and the difficulties that the listeners see;

change of mind: is what most listeners encounter during the examples, the circular character and the appeal to human intellect that he gives;

openess to change is what happens in the end, people start seeing the possibilities of the circular economy, the need of ‘learning by nature’ and the first ideas for changes in (own) businesscases starts.

This brings questions and discussions. We at OPAi like that. For instance: is the circular economy a self steering system? Do we need much steering by governments? Are the feedbackloops indeed so well that all (companies) will feel the consequences of their actions? We think so, but we need more and more casebased evidence to anwer these questions. The first examp[les show us that the circular economy enhances:

  • energy-efficiency;
  • product innovation;
  • cradle to cradle in companies
  • profit for the companies.

Working on the realisation of the circular economy is thrilling, creative and a strong step forward on creation of a sustainable economic system. The One Planet Architecture institute supports the change where ever we can. Want advice or support? Contact us!

the Hitchhiker’s guide to the Circular Economy

Op het Nationaal Sustainability Congres 2011 organiseerden The Natural Step NL en het One Planet Architecture institute in samenwerking met DHV, een workshop over de impact en aanpak van concepten als The Natural Step, Cradle to Cradle, Biomimicry en TurnToo voor Nederland: bedrijven, overheden, onderwijs en andere organisaties en personen. Te kort natuurlijk, zo’n workshop en de belangstelling was overweldigend. Deze workshop was eenmooie stap om de onderwerpen en kansen voor verschillende spelers te identificeren. Er is nu merkbaar ruimte voor ondernemerschap en vooral leiderschap met visie op een duurzame toekomst. We krijgen samen een kans om vorm te geven aan een nieuwe, duurzame, economie. Voor de partijen die er in slagen de nieuw ontstane koppelingen te maken en samen met anderen hier vorm aan geven is er de belofte van onderscheidende business modellen en bijbehorende
waardecreatie.
De oorspronkelijke titel van dit rapport was ‘Verslag Workshop’ en naarmate het schrijven van dit rapport steeds weer nieuwe perspectieven aan het licht bracht, werd het duidelijk dat deze titel de lading al lang niet meer dekte. Na het voltooien van het rapport kwamen we tot de ontdekking dat de inhoud en vooral de ontwikkelingen rondom de Circulaire Economie steeds meer gelijkenis vertoonde met de ontwikkelingen rondom het boek ‘The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy’ van Douglas Adams. Alle media en bewerkingen van dit boek volgen in grote lijnen dezelfde plot, maar wijken toch in veel details van elkaar af. Dit omdat Adams het verhaal voor elke bewerking herschreef. Belangrijke verschillen zijn vaak dat bepaalde gebeurtenissen in de verschillende bewerkingen in een andere volgorde of binnen een andere context plaatsvinden.
Dit zien de auteurs ook terug in de ontwikkelingen rondom de circulaire economie. De plot, in onze context een duurzame samenleving, blijft hetzelfde maar de manier waarop we daar gaan komen blijft onderhevig aan ontwikkelingen door innovaties, economische veranderingen, politiek klimaat en de urgentie die zich in de komende jaren rondom bepaalde deelonderwerpen (grondstofschaarste, natuurrampen, conjunctuurschommelingen) zullen manifesteren. Gebeurtenissen en feedback-loops met positieve en negatieve lading. OPAI gaat daarbij sterk uit van de mogelijkheden om de toekomst mee vorm te geven: rethink and redesign is het motto. Vooruitkijken en opnieuw beginnen, zo lijkt het. Dat is niet helemaal waar. Het opnieuw beginnen is in onze optiek vooral een zaak van herontwerpen van bestaande producten en systemen. De beschaving van de afgelopen eeuwen heeft veel goeds gebracht, de uitdaging is er nog veel meer goeds aan toe te voegen. Dat vraagt nieuwe manieren van kijken. Een omslag in denken die voor OPAi belangrijk is om tot de circulaire economie te komen is: van eigendom naar gebruik. De eindgebruiker krijgt grondstoffen in de vorm van een product, tijdelijk, in gebruik voor een bepaalde prestatie: u krijgt licht in plaats van een lamp, is daarvan een sprekend voorbeeld.

Dit rapport geeft een inkijk in de uitdagingen die een circulaire economie met zich meebrengt. De zienswijzen, acties, doelen en strategieën zullen in de komende jaren zeker veranderen maar de ‘end game’ blijft hetzelfde. Een duurzame samenleving met een circulaire economie kan alleen vorm krijgen als deze zich ontwikkelt binnen de grenzen van het systeem aarde: one planet. Met andere woorden; dat we nieuwe zienswijzen hanteren bij iedere ontwikkeling die tot doel heeft om een circulaire economie mogelijk te maken. Door deze open houding is het mogelijk om steeds meer zienswijzen en invloeden van diverse belanghebbenden in deze transitie mee te nemen. Diversiteit en flexibiliteit zijn kenmerken die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken en ,principieel, dat we daarbij steeds werken aan de waarde die onze acties toevoegen aan de maatschappij – sociaal, maatschappelijk, ecologisch en economisch -.
Hett rapport is samengesteld door stichting The Flexible Platform /The Natural Step NL in samenwerking met het One Planet Architecture institute (OPAi) en DHV.

opvragen van het rapport ‘The Hitchhiker’s Guide to the Circular Economy via mail: djj@opai.eu

tijdelijk ook hier te downloaden

Cradle to Cradle in motion

Towards an action program Cradle to Cradle (C2C) was the theme of the conference in the provincial house in Leuven (B) on 26 October 2011. About 60 people from business, government, research institutions, civil society and education met. It provided interesting conversations about topics such as the role of government), education programs, area development, the power of networks and the roles of the various ‘parties’. Some topics were discussed and the key was:

  • Governance: let it go and be supporter instead of an attendant;
  • Education: focus on basic knowledge (learning from nature?)

  • Areal development: the search for new approaches, connect people and areas;
  • Networks: active learning and activating;

  • Knowledge institutions: Find the fundamental values that strengthen the quality of work on C2C;

    Actually, it’s mostly a matter of learning from each other, organise it as a social learning process: open, communicative, in depth, reflective and a mutual search for meaning and renewal.

    Looking and listening to the debates, I heard some elements that I like to clarify. In the form of four questions in the background (and sometimes very directly in the foreground) these insights emerged:

    1. C2C is a truth and the sole solution?

    The message of Michael Braungart is still very literally taken in Flanders. This makes the discussions sometimes unnecessarily harsh. Cradle to Cradle is a powerful concept, for people and companies because it provides a perspective for direct action. A product can be redesigned in a C2C approach, quite directly: clean, re-useable resources and further high-quality use. The C2C lab Venlo has a seven-step approach, which works instantly for users. This approach, says Roy Vercoulen (roy@c2cexpolab.eu) of the C2C-lab, is available to interested parties. Work with these seven steps is quite different from C2C certification, but for a company is the first possibility to move forward.
    For me, the strength of Cradle to Cradle is above all:
    Learning to see: a linear to a circular approach;
    change: from guilt management to value orientation (what value do you/your product add to the system?)
    Reflection: work on efficiency (bit better) becomes working on effectiveness (doing good) and
    thinking: new solutions, different design or innovation at the system level.

    2 Trust?
    Classic environmental policy is based on distrust and thus has much controlling instruments. What does ‘trust’ in the C2C approach mean for me:
    trust in the power of natural processes
    trust in the creative power of people and
    trust in the power or impact of C2C.
    This allows us to let the strategy of defending or attacking behind us. Growth is the natural process, inspiration reinforces thinking about new forms of creation (and redesign) and the effect will be as a “slow tsunami” development.

    3 Tools?
    Many policies are built on piles of legislation or other directive policies. That’s what some of the discussion was about: finding databases, regulatory and financing. In my opinion C2C enables us to focus on socially useful tools:
    a new way of thinking requires a new approach (which shows the traditional instruments they are;
    See, hear and recognize gives understanding, and it enhances often a kind of “enlightened self-interest” feeling for companies and institutions;
    Funding is limited and focused on “accelerating transition interventions’ (from masterclass to pubications, field visits to design laboratory, etc);
    work on innovation, such as procurement of products and housing/infrastructure (now: Design, Build, Finance and Maintain (DBFM) but later also Service: DBFMS?) and
    The government as launching customer gives leaders in business an incentive for their efforts. This is also known as: innovative contracting. The importance is that this gives a market incentive to innovative and active organisations.

    4 roles & expectations?
    During the discussions in Leuven there were also talks about ‘the’ other. It is a line of thinking that does not really fit in the Belgian mores, so it was not very strong present. A few reflections fit in well here:
    government is not in the lead, entrepreneurs and enterprising citizens have (the Energetic Society);
    use knowledge that is highly available, but it probably requires some “reframing”;
    Create the conditions that enhance development of C2C (eg by working with area characteristics and principles);
    education has primarily a task when it comes to basic ecological knowledge (life’s principles, learning from nature) and only secondary as a display of C2C solutions
    businesses feel increasingly responsible on sustainability and innovation towards C2C: the circular economy is growing steadily.

    tell the story
    appreciate the wonder and
    The story focuses on the listener.

    Reading tip:
    Sense and Sustainability
    Ken Webster and Craig Johnson, 2008
    ISBN 978-0-9559831-0-8

  • C2C gebiedsontwikkeling

    Sorry for the english readers, this post is in Dutch….

    Workshop Ruimte
    Donderdag 15 september 2011 in Antwerp Expo (Antwerpen, BE)

    Invulling van ruimte is een complex proces. Het behelst verschillende thema’s als lucht, water, bodem, energie, materialen, openbare ruimte, werk en welzijn. De beslissingen over de invulling van ruimte worden op verschillende niveaus genomen in overleg met vele belanghebbenden. Onze droom, een gebied, een stadsdeel of bedrijventerrein volledig cradle-to-cradle (C2C) maken, is op dit moment nog niet mogelijk. Bestaande inzichten, processen, structuren of historische verontreiniging beperken de mogelijkheden. Toch willen we ‘denken in continue kringlopen’ ook vanuit een ruimtelijk perspectief realiseren. Deze dag werd georganiseerd door OVAM vanuit de twee europese programma’s C2C-Network en CityChlor.
    Douwe Jan Joustra (One Planet Architecture institute) was er bij en geeft een (inhoudelijke) reflectie.

    Inhoud/kennis
    De Cradle to Cradle benadering van ‘Duurzame Gebieds Ontwikkeling’ is gebaseerd op het idee dat een gebied een systeem vormt. Om het systeem te begrijpen, te doorgronden, is een nieuwe manier van kijken nodig. Er worden inzichten mee vastgelegd die kunnen bijdragen aan de vormgeving van de toekomstige gebiedskwaliteit. Zeker omdat de denkwijze van C2C ook handreikingen geeft voor de processen die spelen, kan de stap naar begrip en toepassing gemaakt worden.
    In de discussies tijdens de workshop Ruimte blijkt dat deze nieuwe concepten niet eenvoudig toepasbaar zijn. Ze wijken af van de wijze waarop betrokkenen de afgelopen decennia zijn opgeleid in studie en praktijk. Zo is de reflex om te werken aan efficiency zeer sterk en het denken in termen van effectiviteit erg moeilijk. Het leidt regelmatig tot ‘verdedigende’ discussies, waarbij het bestaande beleid uitgangspunt is. De kern van een effctieve aanpak is dat door ingrepen de waarde van het gebied stijgt: in biodiversiteit, culturele diversiteit, landschappelijke kwaliteit en meer. Een complexe uitdaging, dat is zeker.

    Concepten
    De stap naar een werkelijk duurzame gebiedsontwikkeling vraagt naast kennis ook aandacht voor nieuwe, sturende concepten. De benadering die door de gemeenten Almere en Venlo is gekozen spreekt daarbij aan: Cradle to Cradle vertalen in principles die sturend zijn voor de wijze waarop de gebiedsontwikkeling invulling krijgt. Het conceptuele kader geeft richting aan de ontwikkeling en tevens kaders voor toetsing van de kwaliteiten die het gebied heeft en krijgt. De Almere principles vormen een belangrijk voorbeeld in Nederland. Het lijkt aan te bevelen om aan de hand van de principles te zoeken naar onderliggende patronen, die uiteindelijk bijdragen aan het creëren van een handelingsperspectief.

    Zes principes voor duurzame gebiedsontwikkeling
    1 Diversiteit als basis voor waardecreatie
    2 Flexibel bouwen voor ruimte in de toekomst
    3 Bestaande waarden vormen de context
    4 Grondstoffen blijven grondstoffen, energie is schoon en beschikbaar
    5 Combineer natuur en cultuur en creëer verbindingen tussen gebied en omgeving
    6 Ontwerp gezonde systemen

    Richtinggevend zijn deze principles zeker. Dergelijke principes geven een goed kader voor keuzes, maar geven geen oplossingsrichtingen, waardoor de creativiteit van gebiedsontwikkelaars, landschapsarchitecten, stedenbouwkundigen en architecten niet belemmerd wordt. Praktisch gezien heeft Almere gewerkt met vernieuwde vormen van aanbesteding om de principles ook als leidend kader te kunnen gebruiken. Projectontwikkelaars is gevraagd om hun eigen visie op de samenhang tussen principles en project aan te geven, als eerste toetsingskader in de selectie.

    Systeembenadering
    De optelsom die voort komt uit deze benadering leidt tot een samenhang die ik wil kenschetsen als:een systeembenadering voor Duurzame Gebieds Ontwikkeling.
    Dit draagt vooral bij aan het inzicht op gebiedsniveau van het bestaande systeem en kan benut worden om indicaties te vinden voor het ontwerp van het gebied in ontwikkeling. Dan liggen daaronder de basisbegrippen van Cradle to Cradle ten grondslag als basis:
    sluit kringlopen
    gebruik schone energie (van de zon) en
    versterk diversiteit.

    Natuurlijk is het primaire advies om voor ieder gebied een reeks ‘principles’ te benoemen. Dat is een vorm van werken die een toetsingskader biedt voor ontwerp, uitvoering en realisatie.

    Hoofdlijn
    In de discussies bleek dat veel uitvoerders en beleidsmakers relatief ‘vast’ zitten in het adagium: Resultaat en Rekenschap. Dat is de positie die veel overheden en andere organisaties de afgelopen decennia hebben gekozen. Het is de werkwijze/houding die bepalend is voor de kwantitatief georienteerde projectaanpak. De doelen, oplossingen en beschikbare middelen zijn sturend. Op zich is dat een adequate houding voor een projectleider, maar de vraag is of gebiedsontwikkeling als een project kan worden gezien. Het zijn de complexiteit van de aanpak, de onzekerheid over te behalen resultaten, de diversiteit in oplossingen en dergelijke die maken dat gebiedsontwikkeling meer is.

    Richting en Ruimte zijn de basiselementen voor een sturing gericht op een effectieve performance. Richtinggevend een kader scheppen dat aangeeft welke kwalitatieve en kwantitatieve doelen er zijn. Ruimte geven om tot oplossingen te komen die passen bij het gebied, de richting versterkt realiseren en onverwachte uitkomsten, is voor een Cradle to Cradle benadering van groot belang.

    Uiteindelijk is een omdraaiing nodig: niet resultaat en rekenschap zijn leidend, de werkwijze gaat worden: Richting, Ruimte, Resultaat en Rekenschap. Natuurlijk kent iedere aanpak grenzen, maar de grenzen van vandaag zijn morgen de grenzen van gister. Het gaat er om een toekomstgerichte, ontwikkelende, strategie te hanteren.

    Houding
    Als vernieuwende houdingselementen lijken in de discussies naar voren te komen: flexibiliteit, creativiteit en toekomstgerichtheid. Dergelijke competenties worden vaak genoemd. Opvallend is dat de gesprekspartners ook blijk geven van sterke visies op de kwaliteiten die in het gebied tot ontwikkeling moeten komen. Nog vaak te sterk gekleurd door ‘oude’ waarden (minder…, minder …), maar regelmatig ook door te zoeken naar de vernieuwing (nieuwe waarden). Dan is de vraag welke houding van belang is voor een hoogwaardige, duurzame, gebiedsontwikkeling.

    Voor een Cradle to Cradle benadering lijken dan de volgende stappen als richtlijn te hanteren:

    herken de waarde van het gebied in zijn huidige vorm
    Alvorens ingrepen te doen in een gebied, kijken naar de manier waarop het nu functioneert. De patroontaal (het alfabet) geeft de basis voor analyse in het gebied op verschillende schaalniveaus. Erken de krachten die het systeem nu dragen en het herkennen van de waarde(n) betekent: ‘get native to the place’.

    voel het ritme van het leven (mens en natuur) in het gebied
    Identificeren van ruimtelijke en sociale patronen in het gebied helpt hierbij om tot een adequate ‘fact finding’ te komen, waarbij veldkennis en reeds bekende kennis vanuit karteringen, gebiedsanalyses, interviews en historische inzichten, leidt tot een gevoel voor het gebied. Het ritme van leven in het gebied geeft indicaties voor toekomstige ontwikkeling.

    werk buiten want het gebied is echt en dat geeft voeling
    Werken buiten bestaande kaders en de fysieke ervaring van aanwezigheid in het gebied gaan samen. De bestaande kaders bepalen heersende denkmodellen van betrokkenen. Openstaan voor de verschillen vraagt veel van allen. Naar buiten brengen, letterlijk en figuurlijk, maakt het bespreekbaar. Sommige modellen zullen om toetsbare redenen afvallen. Door debat en samen buiten analyseren komen de belangrijke waarden steeds meer in zicht.

    wees een lerende professional die indrukken verwerkt
    Gebieden zijn complexe systemen en die vragen om interpretatie. Sta open voor intuïtie en leer stap voor stap van het gebied, de patronen en de opvattingen/denkmodellen van anderen. Dat leerproces zal uit vele kleine stappen bestaan, waarbij ‘jumping to conclusions’ voorkomen moet worden. De wil om de denkrichtingen bij te stellen, gedurende het hele proces, is een belangrijke kwaliteit. Het vraagt de wil om te werken met onzekerheden en een fout-vriendelijke opstelling. Dat is de basis voor een lerende aanpak.

    Identificeer en waardeer kwaliteit
    ‘Meten is weten’ is een dominante benadering van onze samenleving. Het geeft het idee dat meten de wezenlijke informatie verschaft voor besluitvorming. Gebiedsontwikkeling gaat over kwaliteit: de schoonheid van het landschap, de leefbaarheid van een wijk of de sociale binding van mensen met hun omgeving. Waarden zijn niet meetbaar, het meten en weten vormt hooguit een onderlegger. Durf te benoemen wat werkelijk belangrijk is. Bestaande taal blokkeert soms ook het denken (‘brownfields’, ‘blackfields’ e.d.). Overigens is aandacht voor kleine elementen belangrijk, maar de kwaliteit van het geheel staat bij gebiedsontwikkeling centraal. Waardeer kwaliteit.

    kijk naar de horizon, kijk er ook overheen, zeker de tijdshorizon
    Details zijn de delen van het geheel. Gebiedsontwikkeling richt zich op het geheel met respect voor details. Over de bestaande horizon heen kijken en de omstandigheden (condities) creeren voor ontwikkeling over generaties heen. Wat er is, is gegroeid in de loop der tijd. Groei en ontwikkeling van waarden vraagt tijd en zal ook naar de toekomst toe, tijd moeten krijgen. Ingrepen zetten de toon voor generaties. In het gebied spelen acties van gisteren een rol, maar ook die van vorige generaties, tientallen jaren of zelfs honderden jaren geleden. Tegelijkertijd is het belangrijk om over je eigen horizon heen te kijken en te luisteren naar het perspectief van anderen: dat werkt verrijkend. Werk dus niet alleen aan de realisatie van vandaag of morgen maar houdt ruimte voor de toekomst (cq toekomstige ontwikkelingen).

    actuele opvattingen loslaten en zoek passende inzichten
    Systemen die wij identificeren, vormen we naar onze eigen mentale modellen. Door interdisciplinair te werken aan identificatie van patronen (alfabet) komen meerdere mentale modellen in beeld. Durven loslaten van vaststaande waardemodellen helpt om samen tot nieuwe, passende, inzichten te komen. Interdisciplinaire processen werken als er betrokkenheid is bij het zoeken naar gedeelde of gezamenlijke waarden. De kennis is belangrijk, het samenwerken en samen leren is belangrijker.

    herken complexiteit, voel de uitdaging om die aan te pakken
    Gebieden zijn complexe systemen. Het herkennen van die complexiteit leidt tot verschillende reacties: beheersen, sturen, versterken en creatie van condities. Het bestaande landschap is complex en niet geheel te doorgronden. Bij gebiedsontwikkeling speelt die complexiteit een rol. Hoe ontstaat zelfsturing in een gebied, wat maakt het mooi en wat maakt het straks tot een werkend systeem? Die complexiteit herkennen en een visie durven te ontwikkelen die daar recht aan doet, inclusief de onzekerheden die er bij horen, is de grote opgave van duurzame gebiedsontwikkeling.

    hanteer een richtinggevend concept
    Kennis van het gebied, analyse van patronen en herkenning van interne en externe relaties leidt tot inzicht. Om tot een betekenisvolle gebiedsontwikekling te komen, is een richtinggevend ‘concept’ van belang. Dat kan een breed gekend concept zijn als Cradle to Cradle (Almere, Venlo, Haarlemmermeer) of een meer specifiek concept als het gebied daar om vraagt. Door een eigen set ‘principles’ te ontwikkelen wordt een gebiedsgebonden richtinggevend concept gegeven.

    choose elegantly, be decicive in realisation
    Eenzijdigheid, dominantie of directieve besluitvorming past niet bij een systeemgerichte gebiedsaanpak die een duurzame ontwikkeling mogelijk maakt. Gedragen keuze voor de richtinggevende ‘principles’ en nadere uitwerkingen is een eerste voorwaarde voor duurzame gebiedsontwikkeling. Het is zaak om vasthoudend (compromisloos maar flexibel ten aanzien van de detailoplossingen) tot realisatie te komen.

    De workshop Cradle to Cradle en Ruimte (Antwerpen 15 september 2011), gaf aanleiding tot deze bespiegelingen. De discussies varieerden van fundamenteel tot zeer oplossingegerichte vragen en dilemma’s. Een inspirerende bijeenkomst voor de toehoorder en participanten. Opvallende eigenschap gedurende de dag: deelnemers die open staan voor vernieuwing in denken en doen. De doorwerking zal nog veel tijd en inspanning vragen voor ieder. Daarbij is het goed te bedenken dat in het werken aan Cradle to Cradle altijd wordt uitgegaan van tijd als een belangrijke factor. Niet vandaag zal alles veranderen, maar de eerste stappen zijn gezet.

    Douwe Jan Joustra
    One Planet Architecture institute

    IMF or EMF?

    The Ellen MacArthur Foundation (EMF) celebrates it’s one year anniversary these days. It seems much longer, but it is the exciting quantity and quality of work of the EMF that gives that impression. EMF stands for a new, circular, economy based on the principles of Cradle to Cradle. So it is one of the potential founders of the new economy and that makes is more exciting then the IMF that stands for the ‘old school economy’.
    This week Ellen MacArthur will be in the Netherlands for the opening of the new building of the National Institute of Ecologic Research (NIOO). It’s build as much as possible in a Cradle to Cradle way and we look forward to the opening and first visit to this beautifull new building.
    We will have a meeting with Ellen MacArthur and Ken Webster on the perspectives of TurnToo, the meaningfull way of working in a circular economy. Also we will discuss the project that OPAi runs on behalf of Agentschap NL, ‘learning by nature’.

    One of the public activities of the EMF is the Evening with Alex Steffen and Ellen MacArthur, Royal Geographical Society, London. October 20th, 7-10pm

    “Alex Steffen, a designing optimist, lays out the blueprint for a successful century.”
    -The New York Times

    Alex Steffen, leading futurist and editor of the World Changing bestseller, will be giving an evening lecture at the Royal Geographical Society on October 20th. His talk will focus on innovative business practices and positive 21st century perspectives and there will be a follow up Q&A session with Ellen.

    More detail about this lecture and Alex’s work at
    the EMF-website