the Hitchhiker’s guide to the Circular Economy

Op het Nationaal Sustainability Congres 2011 organiseerden The Natural Step NL en het One Planet Architecture institute in samenwerking met DHV, een workshop over de impact en aanpak van concepten als The Natural Step, Cradle to Cradle, Biomimicry en TurnToo voor Nederland: bedrijven, overheden, onderwijs en andere organisaties en personen. Te kort natuurlijk, zo’n workshop en de belangstelling was overweldigend. Deze workshop was eenmooie stap om de onderwerpen en kansen voor verschillende spelers te identificeren. Er is nu merkbaar ruimte voor ondernemerschap en vooral leiderschap met visie op een duurzame toekomst. We krijgen samen een kans om vorm te geven aan een nieuwe, duurzame, economie. Voor de partijen die er in slagen de nieuw ontstane koppelingen te maken en samen met anderen hier vorm aan geven is er de belofte van onderscheidende business modellen en bijbehorende
waardecreatie.
De oorspronkelijke titel van dit rapport was ‘Verslag Workshop’ en naarmate het schrijven van dit rapport steeds weer nieuwe perspectieven aan het licht bracht, werd het duidelijk dat deze titel de lading al lang niet meer dekte. Na het voltooien van het rapport kwamen we tot de ontdekking dat de inhoud en vooral de ontwikkelingen rondom de Circulaire Economie steeds meer gelijkenis vertoonde met de ontwikkelingen rondom het boek ‘The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy’ van Douglas Adams. Alle media en bewerkingen van dit boek volgen in grote lijnen dezelfde plot, maar wijken toch in veel details van elkaar af. Dit omdat Adams het verhaal voor elke bewerking herschreef. Belangrijke verschillen zijn vaak dat bepaalde gebeurtenissen in de verschillende bewerkingen in een andere volgorde of binnen een andere context plaatsvinden.
Dit zien de auteurs ook terug in de ontwikkelingen rondom de circulaire economie. De plot, in onze context een duurzame samenleving, blijft hetzelfde maar de manier waarop we daar gaan komen blijft onderhevig aan ontwikkelingen door innovaties, economische veranderingen, politiek klimaat en de urgentie die zich in de komende jaren rondom bepaalde deelonderwerpen (grondstofschaarste, natuurrampen, conjunctuurschommelingen) zullen manifesteren. Gebeurtenissen en feedback-loops met positieve en negatieve lading. OPAI gaat daarbij sterk uit van de mogelijkheden om de toekomst mee vorm te geven: rethink and redesign is het motto. Vooruitkijken en opnieuw beginnen, zo lijkt het. Dat is niet helemaal waar. Het opnieuw beginnen is in onze optiek vooral een zaak van herontwerpen van bestaande producten en systemen. De beschaving van de afgelopen eeuwen heeft veel goeds gebracht, de uitdaging is er nog veel meer goeds aan toe te voegen. Dat vraagt nieuwe manieren van kijken. Een omslag in denken die voor OPAi belangrijk is om tot de circulaire economie te komen is: van eigendom naar gebruik. De eindgebruiker krijgt grondstoffen in de vorm van een product, tijdelijk, in gebruik voor een bepaalde prestatie: u krijgt licht in plaats van een lamp, is daarvan een sprekend voorbeeld.

Dit rapport geeft een inkijk in de uitdagingen die een circulaire economie met zich meebrengt. De zienswijzen, acties, doelen en strategieën zullen in de komende jaren zeker veranderen maar de ‘end game’ blijft hetzelfde. Een duurzame samenleving met een circulaire economie kan alleen vorm krijgen als deze zich ontwikkelt binnen de grenzen van het systeem aarde: one planet. Met andere woorden; dat we nieuwe zienswijzen hanteren bij iedere ontwikkeling die tot doel heeft om een circulaire economie mogelijk te maken. Door deze open houding is het mogelijk om steeds meer zienswijzen en invloeden van diverse belanghebbenden in deze transitie mee te nemen. Diversiteit en flexibiliteit zijn kenmerken die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken en ,principieel, dat we daarbij steeds werken aan de waarde die onze acties toevoegen aan de maatschappij – sociaal, maatschappelijk, ecologisch en economisch -.
Hett rapport is samengesteld door stichting The Flexible Platform /The Natural Step NL in samenwerking met het One Planet Architecture institute (OPAi) en DHV.

opvragen van het rapport ‘The Hitchhiker’s Guide to the Circular Economy via mail: djj@opai.eu

tijdelijk ook hier te downloaden

Circulaire economie, perspectief

Een kans om onze economische toekomst te heroverwegen, zo introduceert Ellen MacArthur het rapport over circulaire economie dat deze week is verschenen. Zij nodigt de lezers uit, zich voor te stellen dat een nieuwe economie mogelijk is. Een economie waarin de goederen van morgen de middelen zijn die de vorming van een positieve spiraal realiseert, die welvaart bevordert in een wereld van eindige hulpbronnen.

Deze verandering in perspectief is belangrijk om veel van de fundamentele hedendaagse uitdagingen aan te pakken. Traditionele lineaire consumptiepatronen (‘take-make-dispose”) lopen nu aan tegen de beperkingen van de beschikbaarheid van grondstoffen. De uitdagingen worden nog verergerd door de stijgende vraag van de groeiende wereldbevolking en een steeds welvarender bevolking. Als gevolg hiervan zien we een niet-duurzaam overmatig gebruik van grondstoffen, hogere prijsniveaus en nog veel meer volatiliteit in de vele markten.

Als onderdeel van ‘onze’ strategie voor Europa 2020, heeft de Europese Commissie gekozen om op deze uitdagingen te reageren door te streven naar een economisch systeem dat aanzienlijke en duurzame verbeteringen van onze productiviteit aanjaagt, met oog voor grondstoffen. Het is ook onze keuze hoe, en hoe snel, we deze onvermijdelijke overgang willen en kunnen realiseren. Goed beleid biedt op korte en lange termijn economische, sociale en ecologische voordelen. Maar succes in het vergroten van onze algemene veerkracht hangt uiteindelijk af van het vermogen van de private sector om deze uitdaging op te pakken en het winstgevend ontwikkelen van relevante nieuwe business modellen.

De Ellen MacArthur Foundation (EMF) schetst in het rapport een duidelijk beeld: onze lineaire ‘take-make-dispose’ aanpak leidt tot schaarste, volatiliteit, en prijsstelling niveaus voor grondstoffen die onbetaalbaar zijn voor productie en de kwaliteit van onze economie.

Als een overtuigende antwoord op deze uitdagingen pleit het rapport voor het realiseren van een circulaire economie. Het biedt een breed palet aan praktijkvoorbeelden, het geeft een stevig kader en een aantal leidende principes om dat te doen. Door middel van analyse van een aantal specifieke (praktijk-)voorbeelden geeft het onderzoek ook directe, en relatief gemakkelijk te implementeren, mogelijkheden. Een schatting op basis van de huidige technologieën en trends, van de netto materiële kostenbesparende voordelen van een meer circulaire benadering, behelst meer dan USD 600 miljard dollar per jaar in 2025, na aftrek van de materiaalkosten opgelopen tijdens de ‘reverse-cycle’ aanpak. MacArthur signaleert daarbij een verschuiving van kopen en verkopen naar ‘performance’. Het is niet meer eigendom dat telt, de gevraagde en geleverde prestatie staat centraal. Het initiatief van Thomas Rau, OPAi en anderen wordt gezien als een zeer sterk model. Het ontwerpen van producten voor de regeneratie van grondstoffen en het leveren van prestatie, kent ook positieve secundaire effecten: een golf van innovaties en werkgelegenheid in groeisectoren van de economie.
Veel bedrijfsleiders geloven dat de innovatie-inspanning van deze eeuw zal zijn om de welvaart te bevorderen in een wereld van eindige hulpbronnen. Het bedenken van antwoorden op deze uitdaging leidt tot concurrentievoordeel.

Het rapport van de EMF heeft een Europees perspectief, alhoewel ik denk dat de lessen van belang zijn op een mondiaal niveau. Het zal niet mogelijk zijn voor de opkomende economieën van de ontwikkelde wereld het niveau van de levensstandaard te delen en voor toekomstige generaties te bieden, tenzij we drastisch veranderen de manier waarop we nu werken in de wereldwijde economie.

Het rapport biedt een frisse kijk op wat een transitiepad naar een circulaire economie op wereldschaal zou kunnen zijn. Het is tijd om ‘mainstream’ van de circulaire economie als een geloofwaardig, krachtig en duurzaam antwoord op onze huidige en toekomstige groei en grondstofgebruik neer te zetten.

Ellen MacArthur nodigt u uit om na te gaan op welke wijze u (waar en hoe) kunt bijdragen aan een nieuw tijdperk van economische kansen.

Nederlandse bedrijven werken ook aan ‘de omslag’ en worden ook gepresenteerd op de bijbehorende website: TurnToo, Oneplanet architecture institute en bijvoorbeeld ook Except. Zie hier

OPAi Douwe Jan Joustra, is aanspreekpunt voor de activiteiten van de Ellen MacArthur Foundation in Nederland. Neem voor meer informatie contact met hem op.

Evaluation (local) sustainability

AN INTER-SUBJECTIVE APPROACH

–below in dutch–

Review of policies is presently done in several ways: monitoring, evaluating qualitative and quantitative results, scientific research and policy analysis. Municipalities invest in these monitoring tools which can contribute to gaining insight into the effectiveness of policies. These instruments have a common characteristic, namely the pursuit of an objective analysis. For the ‘public review’ and ‘public debate’ these instruments hardly give the appropriate information and at least need an adequate communicative translation.

What authorities persue is an interaction with society. Then feelings, individual value and estimations of results do effect the debate. Thus I will give a new, specific, way of looking at this evaluation. An instrument that uses these estimations, feelings and results. This creates a form of ‘inter-subjective testing’, which seems to be consistent with the administrative and social reality of the “energetic society”. Energetic because people, organizations and businesses are not waiting anymore: they start acting!

Sustainability
In this blog I see local sustainability and local climatepolicies as interconnected.
Both are ill-defined concepts, which means that there is no scientific (hard) definition. It is the context in which the terms are used, that determines the content, depth and quality of interpretation. This makes sustainable development and climatepolicies not only ill-defined but also multifaceted: the diversity of definitions, approaches, translated into daily practice (thinking and acting) make it to relatively elusive concepts.

Local, sustainable and climateproof
What are the main issues in working on sustaining the city and making the city climateneutral? For local governments, the following six basic criteria are important to assess:

* use of good materials and their re- or upcycling;
* use renewable energy
* strengthening local involvement through citizenship en entrepreneurship;
* enhancing quality of life: cultural and biological diversity;
* contribution to learning of life’s principles and
* enhancement of the circular economy.

These issues are a good basis for dialogue between citizens and government. Nowadays we think it is essential for the ‘energy of the city’ to gain cooperation between citizens, institutions and businesses.
This approach is largely still in its infancy.
The choice of a multi-track approach makes it difficult to recognize whether the municipality is actually on its way to sustainability, or are only at level of detail involved in nice, but harmless, activities. Existing instruments have mostly a focus on benchmarks of municipalities and are aimed at monitoring results (administrative concept). Instruments that meet the basic principles of sustainable development and lead to a public debate on current developments in the Netherlands are not available. I see that a more public debate on progres is needed.

Keys in the public debate
To opt for an inter-subjective approach leads to debate. This prevents discussion to arise about the naming of parameters for an effective review of the results of the sustainability policy. The real review is in the opinion of different stakeholders on the percieved progres. Find these, compare them, bring the results in the public debate through newspapers or internet and the discussion will start.

Basis for such an approach is a relatively simple assessment tool with which opinions on progres are identified. The basis for this is found in the methodology used in Seattle (USA) in the early nineties. Through questions and displaying opinions, the sustainability progres is pinpointed.

Method
It is logical to assume four phases as the basis for the described method of testing in the public debate.
Phase 1: the first verdict: Capturing assessment of progress with sustainable development by representatives of local-council, residents, community organizations and businesses;
Phase 2: enlarge: publication of the opinions expressed by a global analysis of the differences in evaluation;
Stage 3: the reaction: Initiate public debate, focused on analysis, appraisal, exchanging views and providing areas for improvement based on dialogue and
Phase 4: the current view: displays the results of the debate in the press and in a report to the council.

the first assessment
A selected group of local representatives will receive a brief scorecard presented which prompted positive / negative scoring (scale 0 – 10) on a number of areas relating to the proposed local sustainable development.
These areas should be related to these six issues:
* use of good materials and their re- or upcycling;
* use renewable energy
* strengthening local involvement through citizenship en entrepreneurship;
* enhancing quality of life: cultural and biological diversity;
* contribution to learning of life’s principles and
* enhancement of the circular economy.

Magnify
In a journalistic approach, the above assessment of Representatives will be published. Identifying salient differences, analyzing the data relating them to formulated policy goals and commitment to sustainable development. Goal is an active search for public input (dynamic) in the analysis.

Reaction: public debate
The debate focuses on starting a public dialogue that is not going to condemn, but to assess and improve policy and implementation. The public debate can be arranged in different ways.

Display
Based on the appraisals and the substantive discussion taking place in the ‘debate’ a report on sustainable development of the municipality (or county or ..) in the past year can be made. This report provides an analysis of the results and a reflection of a consultant / expert on the data results and sustainable perspective that emerges.
This report can then be presented to the City Council, the local press and other relevant fora.

The KEY
The effect of the evaluation is done based on the local characteristics that are important for the desired progress of policies and through this approach it bring an inter-subjective result. Valuable for (local) politicians and policymakers. Ofcourse it is possible to take more along in the evaluation: the activities of civilians, companies, schools and other local institutions.
A powerful tool for enhancing the quality of sustainable development.

Douwe Jan Joustra

——–DUTCH——

TOETSEN VAN DUURZAAMHEID: LOKAAL
via inter-subjectieve toetsing

Toetsen
Toetsing van beleid kan op verschillende manieren plaatsvinden: monitoring, evaluatie kwalitatief en kwantitatief, wetenschappelijk onderzoek en beleidsanalyses. In gemeenten worden hiervoor monitoringsinstrumenten ontwikkeld die kunnen bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in de effectiviteit van beleid. Instrumenten die een gemeenschappelijk kenmerk in zich hebben, namelijk het streven naar een objectieve analyse (als beleidsinstrument). Voor de ‘publieke beoordeling’ en het ‘publieke debat’ zijn deze instrumenten echter nauwelijks geschikt . Beter lijkt het om het debat te benutten voor toetsing van vooruitgang.

Er ontstaat dan een vorm van ‘inter-subjectieve toetsing’, die lijkt aan te sluiten bij de bestuurlijke en maatschappelijke werkelijkheid van de energieke samenleving.

Duurzaamheid
Duurzaamheid is het streven naar een duurzame ontwikkeling, waar het gaat om het vinden van een balans tussen economische-, ecologische- en sociaal-maatschappelijke belangen. Belangrijk daarbij is het element tijd als vormende factor. Duurzaamheid wordt beschouwd als een ill-defined concept, hetgeen zoveel wil zeggen als dat er geen wetenschappelijke (harde) definitie is. Het is de context waarin de term gehanteerd wordt, die mede bepalend is voor de inhoud, diepgang en kwaliteit van de invulling. Daarmee is het niet alleen ill-defined maar ook pluriform: de diversiteit aan definities, benaderingswijzen, vertaling naar de dagelijkse praktijk (denken en handelen) maakt dat het een betrekkelijk ongrijpbaar concept is.

Lokaal duurzaam
In de discussies rondom duurzaamheid op lokaal niveau wordt veel gebruik gemaakt van de volgende invalshoeken als referentie voor beleid. Lokale duurzaamheid draagt bij aan:
* gebruik van goede materialen en beheer van grondstoffen;
* gebruik van duurzame energie;
* versterken van de ‘energieke samenleving’;
* versterken van kwaliteit van leven door culturele- en biodiversiteit;
* bijdragen aan het leren (life’s principles) en
* realiseren van de circulaire economie.

Dat laat zich ook vertalen in een aantal basisreferenties die benut kunnen worden om tot goede toetsingscriteria te komen voor de duurzame lokale ontwikkeling.

Daarnaast lijkt duurzaamheid ook een werkwijze in de relatie tussen burger en bestuur te omvatten. De gemeente Tilburg constateerde in haar reeks gesprekken over duurzaamheid dat ‘de winst ligt bij anderen’. Het is de samenleving die het streven naar duurzaamheid heeft opgenomen. De keuze voor een meersporen-aanpak (bestuurlijk op politiek niveau en maatschappelijk) maakt het moeilijk om vooruitgang te herkennen. Is de gemeente daadwerkelijk op weg naar duurzaamheid of slechts op detailniveau bezig met leuke, doch ongevaarlijke, activiteiten. Bestaande instrumenten richten zich of op vergelijking tussen gemeenten of zijn gericht op het monitoren van resultaten (bestuurlijk concept).
Instrumenten die tegemoet komen aan de basisprincipes van duurzame ontwikkeling en die leiden tot een publiek debat over de actuele ontwikkelingen worden in Nederland nog niet toegepast. Toetsing van de voortgang van de lokale duurzame ontwikkeling hoeft niet objectief gemaakt te worden, een inter-subjectieve benadering, waarbij meningen expliciet worden gemaakt lijkt effectiever.

Toetsen in publiek debat
Bewust kiezen voor een inter-subjectieve aanpak heeft tot gevolg dat debat mogelijk wordt. Daarmee wordt voorkomen dat discussie blijft ontstaan over het benoemen van effectieve parameters voor toetsing van de doelmatigheid van het duurzaamheidsbeleid. Het publieke debat is het instrument waarmee communicatie tussen verschillende partners over de voortgang van duurzame ontwikkeling mogelijk wordt. Daarbij heeft dit als effect dat bewustwording van de effectiviteit van maatregelen en besluitvorming ontstaat.

Grondslag voor een dergelijke benadering is een betrekkelijk eenvoudig toetsingsinstrument waarmee meningen worden gevraagd. De basis hiervoor is te vinden in de werkwijze die in Seattle (USA) in het begin van de jaren negentig. Door middel van het vragen en weergeven van meningen, krijgt de duurzaamheidstoets inhoud. Daarmee ontstaat een werkwijze die op langere termijn een steeds verfijndere toepassing krijgt, doordat de motivatie van de meningen in belang groeit. De reflectie op de effectiviteit van het beleid, via een openbaar debat, maakt zorgvuldigheid in meningen noodzakelijk.

Over de werkwijze en uitvoering, is een uitgebreidere versie van dit blog op te vragen bij

Douwe Jan Joustra
djj@opai.eu

deze methode is bedacht door Douwe Jan Joustra en Wil Ronken (toen beiden: novioconsult)

Cradle to Cradle in motion

Towards an action program Cradle to Cradle (C2C) was the theme of the conference in the provincial house in Leuven (B) on 26 October 2011. About 60 people from business, government, research institutions, civil society and education met. It provided interesting conversations about topics such as the role of government), education programs, area development, the power of networks and the roles of the various ‘parties’. Some topics were discussed and the key was:

  • Governance: let it go and be supporter instead of an attendant;
  • Education: focus on basic knowledge (learning from nature?)

  • Areal development: the search for new approaches, connect people and areas;
  • Networks: active learning and activating;

  • Knowledge institutions: Find the fundamental values that strengthen the quality of work on C2C;

    Actually, it’s mostly a matter of learning from each other, organise it as a social learning process: open, communicative, in depth, reflective and a mutual search for meaning and renewal.

    Looking and listening to the debates, I heard some elements that I like to clarify. In the form of four questions in the background (and sometimes very directly in the foreground) these insights emerged:

    1. C2C is a truth and the sole solution?

    The message of Michael Braungart is still very literally taken in Flanders. This makes the discussions sometimes unnecessarily harsh. Cradle to Cradle is a powerful concept, for people and companies because it provides a perspective for direct action. A product can be redesigned in a C2C approach, quite directly: clean, re-useable resources and further high-quality use. The C2C lab Venlo has a seven-step approach, which works instantly for users. This approach, says Roy Vercoulen (roy@c2cexpolab.eu) of the C2C-lab, is available to interested parties. Work with these seven steps is quite different from C2C certification, but for a company is the first possibility to move forward.
    For me, the strength of Cradle to Cradle is above all:
    Learning to see: a linear to a circular approach;
    change: from guilt management to value orientation (what value do you/your product add to the system?)
    Reflection: work on efficiency (bit better) becomes working on effectiveness (doing good) and
    thinking: new solutions, different design or innovation at the system level.

    2 Trust?
    Classic environmental policy is based on distrust and thus has much controlling instruments. What does ‘trust’ in the C2C approach mean for me:
    trust in the power of natural processes
    trust in the creative power of people and
    trust in the power or impact of C2C.
    This allows us to let the strategy of defending or attacking behind us. Growth is the natural process, inspiration reinforces thinking about new forms of creation (and redesign) and the effect will be as a “slow tsunami” development.

    3 Tools?
    Many policies are built on piles of legislation or other directive policies. That’s what some of the discussion was about: finding databases, regulatory and financing. In my opinion C2C enables us to focus on socially useful tools:
    a new way of thinking requires a new approach (which shows the traditional instruments they are;
    See, hear and recognize gives understanding, and it enhances often a kind of “enlightened self-interest” feeling for companies and institutions;
    Funding is limited and focused on “accelerating transition interventions’ (from masterclass to pubications, field visits to design laboratory, etc);
    work on innovation, such as procurement of products and housing/infrastructure (now: Design, Build, Finance and Maintain (DBFM) but later also Service: DBFMS?) and
    The government as launching customer gives leaders in business an incentive for their efforts. This is also known as: innovative contracting. The importance is that this gives a market incentive to innovative and active organisations.

    4 roles & expectations?
    During the discussions in Leuven there were also talks about ‘the’ other. It is a line of thinking that does not really fit in the Belgian mores, so it was not very strong present. A few reflections fit in well here:
    government is not in the lead, entrepreneurs and enterprising citizens have (the Energetic Society);
    use knowledge that is highly available, but it probably requires some “reframing”;
    Create the conditions that enhance development of C2C (eg by working with area characteristics and principles);
    education has primarily a task when it comes to basic ecological knowledge (life’s principles, learning from nature) and only secondary as a display of C2C solutions
    businesses feel increasingly responsible on sustainability and innovation towards C2C: the circular economy is growing steadily.

    tell the story
    appreciate the wonder and
    The story focuses on the listener.

    Reading tip:
    Sense and Sustainability
    Ken Webster and Craig Johnson, 2008
    ISBN 978-0-9559831-0-8

  • IMF or EMF?

    The Ellen MacArthur Foundation (EMF) celebrates it’s one year anniversary these days. It seems much longer, but it is the exciting quantity and quality of work of the EMF that gives that impression. EMF stands for a new, circular, economy based on the principles of Cradle to Cradle. So it is one of the potential founders of the new economy and that makes is more exciting then the IMF that stands for the ‘old school economy’.
    This week Ellen MacArthur will be in the Netherlands for the opening of the new building of the National Institute of Ecologic Research (NIOO). It’s build as much as possible in a Cradle to Cradle way and we look forward to the opening and first visit to this beautifull new building.
    We will have a meeting with Ellen MacArthur and Ken Webster on the perspectives of TurnToo, the meaningfull way of working in a circular economy. Also we will discuss the project that OPAi runs on behalf of Agentschap NL, ‘learning by nature’.

    One of the public activities of the EMF is the Evening with Alex Steffen and Ellen MacArthur, Royal Geographical Society, London. October 20th, 7-10pm

    “Alex Steffen, a designing optimist, lays out the blueprint for a successful century.”
    -The New York Times

    Alex Steffen, leading futurist and editor of the World Changing bestseller, will be giving an evening lecture at the Royal Geographical Society on October 20th. His talk will focus on innovative business practices and positive 21st century perspectives and there will be a follow up Q&A session with Ellen.

    More detail about this lecture and Alex’s work at
    the EMF-website