Evaluation (local) sustainability


–below in dutch–

Review of policies is presently done in several ways: monitoring, evaluating qualitative and quantitative results, scientific research and policy analysis. Municipalities invest in these monitoring tools which can contribute to gaining insight into the effectiveness of policies. These instruments have a common characteristic, namely the pursuit of an objective analysis. For the ‘public review’ and ‘public debate’ these instruments hardly give the appropriate information and at least need an adequate communicative translation.

What authorities persue is an interaction with society. Then feelings, individual value and estimations of results do effect the debate. Thus I will give a new, specific, way of looking at this evaluation. An instrument that uses these estimations, feelings and results. This creates a form of ‘inter-subjective testing’, which seems to be consistent with the administrative and social reality of the “energetic society”. Energetic because people, organizations and businesses are not waiting anymore: they start acting!

In this blog I see local sustainability and local climatepolicies as interconnected.
Both are ill-defined concepts, which means that there is no scientific (hard) definition. It is the context in which the terms are used, that determines the content, depth and quality of interpretation. This makes sustainable development and climatepolicies not only ill-defined but also multifaceted: the diversity of definitions, approaches, translated into daily practice (thinking and acting) make it to relatively elusive concepts.

Local, sustainable and climateproof
What are the main issues in working on sustaining the city and making the city climateneutral? For local governments, the following six basic criteria are important to assess:

* use of good materials and their re- or upcycling;
* use renewable energy
* strengthening local involvement through citizenship en entrepreneurship;
* enhancing quality of life: cultural and biological diversity;
* contribution to learning of life’s principles and
* enhancement of the circular economy.

These issues are a good basis for dialogue between citizens and government. Nowadays we think it is essential for the ‘energy of the city’ to gain cooperation between citizens, institutions and businesses.
This approach is largely still in its infancy.
The choice of a multi-track approach makes it difficult to recognize whether the municipality is actually on its way to sustainability, or are only at level of detail involved in nice, but harmless, activities. Existing instruments have mostly a focus on benchmarks of municipalities and are aimed at monitoring results (administrative concept). Instruments that meet the basic principles of sustainable development and lead to a public debate on current developments in the Netherlands are not available. I see that a more public debate on progres is needed.

Keys in the public debate
To opt for an inter-subjective approach leads to debate. This prevents discussion to arise about the naming of parameters for an effective review of the results of the sustainability policy. The real review is in the opinion of different stakeholders on the percieved progres. Find these, compare them, bring the results in the public debate through newspapers or internet and the discussion will start.

Basis for such an approach is a relatively simple assessment tool with which opinions on progres are identified. The basis for this is found in the methodology used in Seattle (USA) in the early nineties. Through questions and displaying opinions, the sustainability progres is pinpointed.

It is logical to assume four phases as the basis for the described method of testing in the public debate.
Phase 1: the first verdict: Capturing assessment of progress with sustainable development by representatives of local-council, residents, community organizations and businesses;
Phase 2: enlarge: publication of the opinions expressed by a global analysis of the differences in evaluation;
Stage 3: the reaction: Initiate public debate, focused on analysis, appraisal, exchanging views and providing areas for improvement based on dialogue and
Phase 4: the current view: displays the results of the debate in the press and in a report to the council.

the first assessment
A selected group of local representatives will receive a brief scorecard presented which prompted positive / negative scoring (scale 0 – 10) on a number of areas relating to the proposed local sustainable development.
These areas should be related to these six issues:
* use of good materials and their re- or upcycling;
* use renewable energy
* strengthening local involvement through citizenship en entrepreneurship;
* enhancing quality of life: cultural and biological diversity;
* contribution to learning of life’s principles and
* enhancement of the circular economy.

In a journalistic approach, the above assessment of Representatives will be published. Identifying salient differences, analyzing the data relating them to formulated policy goals and commitment to sustainable development. Goal is an active search for public input (dynamic) in the analysis.

Reaction: public debate
The debate focuses on starting a public dialogue that is not going to condemn, but to assess and improve policy and implementation. The public debate can be arranged in different ways.

Based on the appraisals and the substantive discussion taking place in the ‘debate’ a report on sustainable development of the municipality (or county or ..) in the past year can be made. This report provides an analysis of the results and a reflection of a consultant / expert on the data results and sustainable perspective that emerges.
This report can then be presented to the City Council, the local press and other relevant fora.

The effect of the evaluation is done based on the local characteristics that are important for the desired progress of policies and through this approach it bring an inter-subjective result. Valuable for (local) politicians and policymakers. Ofcourse it is possible to take more along in the evaluation: the activities of civilians, companies, schools and other local institutions.
A powerful tool for enhancing the quality of sustainable development.

Douwe Jan Joustra


via inter-subjectieve toetsing

Toetsing van beleid kan op verschillende manieren plaatsvinden: monitoring, evaluatie kwalitatief en kwantitatief, wetenschappelijk onderzoek en beleidsanalyses. In gemeenten worden hiervoor monitoringsinstrumenten ontwikkeld die kunnen bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in de effectiviteit van beleid. Instrumenten die een gemeenschappelijk kenmerk in zich hebben, namelijk het streven naar een objectieve analyse (als beleidsinstrument). Voor de ‘publieke beoordeling’ en het ‘publieke debat’ zijn deze instrumenten echter nauwelijks geschikt . Beter lijkt het om het debat te benutten voor toetsing van vooruitgang.

Er ontstaat dan een vorm van ‘inter-subjectieve toetsing’, die lijkt aan te sluiten bij de bestuurlijke en maatschappelijke werkelijkheid van de energieke samenleving.

Duurzaamheid is het streven naar een duurzame ontwikkeling, waar het gaat om het vinden van een balans tussen economische-, ecologische- en sociaal-maatschappelijke belangen. Belangrijk daarbij is het element tijd als vormende factor. Duurzaamheid wordt beschouwd als een ill-defined concept, hetgeen zoveel wil zeggen als dat er geen wetenschappelijke (harde) definitie is. Het is de context waarin de term gehanteerd wordt, die mede bepalend is voor de inhoud, diepgang en kwaliteit van de invulling. Daarmee is het niet alleen ill-defined maar ook pluriform: de diversiteit aan definities, benaderingswijzen, vertaling naar de dagelijkse praktijk (denken en handelen) maakt dat het een betrekkelijk ongrijpbaar concept is.

Lokaal duurzaam
In de discussies rondom duurzaamheid op lokaal niveau wordt veel gebruik gemaakt van de volgende invalshoeken als referentie voor beleid. Lokale duurzaamheid draagt bij aan:
* gebruik van goede materialen en beheer van grondstoffen;
* gebruik van duurzame energie;
* versterken van de ‘energieke samenleving’;
* versterken van kwaliteit van leven door culturele- en biodiversiteit;
* bijdragen aan het leren (life’s principles) en
* realiseren van de circulaire economie.

Dat laat zich ook vertalen in een aantal basisreferenties die benut kunnen worden om tot goede toetsingscriteria te komen voor de duurzame lokale ontwikkeling.

Daarnaast lijkt duurzaamheid ook een werkwijze in de relatie tussen burger en bestuur te omvatten. De gemeente Tilburg constateerde in haar reeks gesprekken over duurzaamheid dat ‘de winst ligt bij anderen’. Het is de samenleving die het streven naar duurzaamheid heeft opgenomen. De keuze voor een meersporen-aanpak (bestuurlijk op politiek niveau en maatschappelijk) maakt het moeilijk om vooruitgang te herkennen. Is de gemeente daadwerkelijk op weg naar duurzaamheid of slechts op detailniveau bezig met leuke, doch ongevaarlijke, activiteiten. Bestaande instrumenten richten zich of op vergelijking tussen gemeenten of zijn gericht op het monitoren van resultaten (bestuurlijk concept).
Instrumenten die tegemoet komen aan de basisprincipes van duurzame ontwikkeling en die leiden tot een publiek debat over de actuele ontwikkelingen worden in Nederland nog niet toegepast. Toetsing van de voortgang van de lokale duurzame ontwikkeling hoeft niet objectief gemaakt te worden, een inter-subjectieve benadering, waarbij meningen expliciet worden gemaakt lijkt effectiever.

Toetsen in publiek debat
Bewust kiezen voor een inter-subjectieve aanpak heeft tot gevolg dat debat mogelijk wordt. Daarmee wordt voorkomen dat discussie blijft ontstaan over het benoemen van effectieve parameters voor toetsing van de doelmatigheid van het duurzaamheidsbeleid. Het publieke debat is het instrument waarmee communicatie tussen verschillende partners over de voortgang van duurzame ontwikkeling mogelijk wordt. Daarbij heeft dit als effect dat bewustwording van de effectiviteit van maatregelen en besluitvorming ontstaat.

Grondslag voor een dergelijke benadering is een betrekkelijk eenvoudig toetsingsinstrument waarmee meningen worden gevraagd. De basis hiervoor is te vinden in de werkwijze die in Seattle (USA) in het begin van de jaren negentig. Door middel van het vragen en weergeven van meningen, krijgt de duurzaamheidstoets inhoud. Daarmee ontstaat een werkwijze die op langere termijn een steeds verfijndere toepassing krijgt, doordat de motivatie van de meningen in belang groeit. De reflectie op de effectiviteit van het beleid, via een openbaar debat, maakt zorgvuldigheid in meningen noodzakelijk.

Over de werkwijze en uitvoering, is een uitgebreidere versie van dit blog op te vragen bij

Douwe Jan Joustra

deze methode is bedacht door Douwe Jan Joustra en Wil Ronken (toen beiden: novioconsult)