Zeeland circulair?

Hoe gaan we dat aanpakken? En wat kan de Circulaire Economie betekenen voor Zeeland?  De provincie Zeeland bruist als het gaat om de ontwikkeling van de circulaire economie. In het college van Gedeputeerde Staten is het besproken en als thema vastgelegd voor de inzet van het programma Duurzaam Door. Maar wat bruist er dan verder? En: wat is die Circulaire Economie?

De provincie Zeeland werkt samen met het One Planet Architecture institute (OPAi) aan dit thema. Doel is het bouwen van een economisch system waarin grondstoffen rouleren, gebruik gemaakt wordt van groene energie en ecologische principes leidend zijn.

Samen met beleidsmakers van de Provincie Zeeland en met deskundigen uit de Zeeuwse natuur en milieueducatie heeft OPAi zich in de afgelopen weken gedurende twee masterclasses over de vragen gebogen.

We begonnen telkens met een introductie van onze eigen visie op de circulaire economie. Daarna hebben de groepen in meerdere stappen zelf het thema verkend. Samen hebben we vervolgens de circulaire economie in de Zeeuwse context geplaatst.

Wat betekent het nu voor de Zeeuwse economie? Om die vraag te beantwoorden is eerst een verdere verkenning nodig van de betekenis van circulaire economie. Wij hebben een paar inzichten gedeeld:

zorg voor verantwoordelijkheid. Wie is nu eigenlijk verantwoordelijk voor de prestatie van een product en de verwerking aan het eind van de levensduur of gebruiksduur?

vergeet afval, werk met grondstoffen. Dat vraagt nieuwe ontwerpen van producten, zodat de grondstoffen herwonnen kunnen worden aan het eind van de levensduur of gebruiksduur van een product;

3 wat is er nodig om een circulaire economie draaiende te houden: nieuwe verdienmodellen, samenwerking en energie, veel energie.

In beide sessies kwam over deze punten al snel discussie los en vanaf dat moment waren de groepen nauwelijks nog te stoppen. Het onderwerp raakt mensen en de reacties zijn vrijwel unaniem positief.

Een van de belangrijkste kenmerken van de circulaire economie is volgens ons het verleggen van eigendom van consument naar producent. Pionier Thomas Rau noemt dit ‘performance-based contracting.’ Producenten bieden producten als dienst aan die door mensen wordt gebruikt in plaats van geconsumeerd. Als voorbeeld: de klant koopt geen lampen meer, maar Philips (of een andere producent) zorgt voor ‘licht op tafel’.

In beide sessies leidt deze insteek tot verbazing en vragen. Men is gewend om spullen te bezitten, ze maken onderdeel uit van onze identiteit, zo is de veronderstelling. Waarom zou men eigendom loslaten?

Dit is een interessante discussie, waarop geen eenduidig antwoord mogelijk is. Eigendom blijkt vaak niet echt nodig om toch trots of identiteit te kunnen hebben. Het digitale kastje van de provider is ook niet uw eigendom, maar goed internet of vele TV-zenders bieden u wel een goed leven. Intussen kan iedereen nog steeds zelf kiezen wat er mee gedaan wordt of waar naar gekeken wordt.

Voor het sluiten van grondstoffen kringlopen is het verleggen van eigendom naar de producent een essentiële stap. Maar er zullen waarschijnlijk altijd spullen zijn waarvan mensen en niet producenten eigenaar zullen blijven.

Naast de eigendomsvraag hebben we ook tijd besteed aan andere belangrijke vragen. Is de circulaire economie relevant voor Zeeland? En zo ja, wat is de potentie en hoe kunnen ondernemers, beleidsmakers en onderwijzers er mee aan de slag?

Er is vrijwel direct een link gelegd met reeds een aantal jaren lopende initiatieven omtrent Cradle to Cradle en de groeiende Zeeuwse biobased economy. Cradle to Cradle en biobased economy zijn op dit moment op het niveau van productontwikkeling en materiaalgebruik bezig. De toegevoegde waarde van de circulaire economie ligt bij Cradle to Cradle vooral bij het ontwikkelen van business cases. In relatie met de biobased economy zorgt aandacht voor de circulaire economie voor sluiting van materiaal kringlopen in de technische sfeer.

De grootste innovatiekracht zien de deelnemers bij het Zeeuwse mkb. Om ondernemers te informeren over de kansen van de circulaire economie ligt hier een rol voor de overheid en de NME sector. Een mooi voorbeeld hiervan is het Tholense cradle-to-cradle ondernemersoverleg onder leiding van de gemeente. Zo raakte bijvoorbeeld het Tholense bedrijf Deltaglas zodanig geïnspireerd dat zij inmiddels hun productieafval hebben geëlimineerd. Alle productierestanten worden nu zodanig opgewerkt op eigen terrein dat andere bedrijven deze als input voor hun productie kunnen gebruiken.

Op overheidsniveau worden op dit moment vooral kansen gezien op het gebied van inkoop en aanbesteding. Door de schaal van overheidsinkopen kunnen andere keuzes tot een kwalitatieve verschuiving van marktvraag leiden, waardoor bedrijven gestimuleerd worden om de veranderde vraag op innovatieve manieren te beantwoorden.

Tenslotte is er een belangrijke rol voor educatie. Enerzijds binnen het reguliere onderwijs, beroepsopleidingen van MBO tot University College, anderzijds voor NME voor een breed publiek van alle leeftijden. Dit vraagt nog wel een inhoudelijke discussie over de te kiezen inzet van de educatie en informatie.

Dit haakt aan bij een belangrijke conclusie van de twee sessies. De circulaire economie is van iedereen en kan alleen met z’n allen waar worden gemaakt. De meerderheid van de ondernemers is nog niet met circulaire ideeën in aanraking gekomen. De deelnemers van de twee masterclasses zijn koplopers en zitten bovendien in sleutelposities voor verandering. Tot zich een meerderheid van de Zeeuwse bevolking bewust is van de circulaire economie is de belangrijkste taak het informeren van ondernemers, burgers, overheid en onderwijs.

Op zoek naar Zeeuwse kansen en de betekenis voor beleid van de provincie Zeeland. Dat is de opgave voor de komende maanden. Het gaat om een mooie combinatie van de basis ontwikkelen en de (eerste) toepassingen realiseren in Zeeland.

Zeeland koploper in de circulaire economie: het kán en dus gaan we dat doen!

 

Ecologie van economie

Zichtbaar wordt dat een nieuwe economie mogelijk  is. Een economie waarin de goederen van vandaag de basis vormen voor de producten van morgen. Een economie die ‘draait’ op hernieuwbare, schone, energie. Een economie waarin de verantwoordelijkheid voor economie, ecologie en samenleving gekoppeld wordt. Een economie waarin waardecreatie, zowel in economisch als in ecologisch en sociaal opzicht telt. Dat is een economie waarin de producent niet alleen een product levert (verkoopt) maar ook verantwoordelijkheid neemt voor de prestatie van het  product.

Dit zijn enkele van de kenmerken van de circulaire economie, die zich ontwikkelt als ‘opvolger’ van de lineaire economie die de afgelopen eeuwen, vanaf de industriële revolutie karakteriseert. 

De circulaire economie realiseert een positieve spiraal, die welvaart bevordert in een wereld van eindige hulpbronnen.

Hierover schreef Douwe Jan Joustra voor het One Planet Architecture instituut de notitie ‘Ecologie van economie’. Deze notitie schetst enkele educatieve  perspectieven voor de burger en professional van de toekomst in een circulaire economie. Dat leidt tot herijking van competentieprofielen, herijking van benodigde basiskennis maar ook de vraag ‘wat kunnen we leren van de natuur’ en welke leerstrategieën zijn passend? 

Een eerste discussie vond plaats met vertegenwoordigers uit onderwijs, natuur- en milieueducatie, bedrijfsleven, overheid en onderzoek (Kasteel Groeneveld 30 januari 2013). Het resultaat is geen leerprogramma, lespakket of methode. Het is een analyse van nieuwe en bestaande inhouden en ontwikkelrichtingen. Het vormt de basis waarop leerprocessen kunnen worden ingericht, zowel in het primair en secundair onderwijs als in beroepsgerichte opleidingen. 

Dit document is te beschouwen als een ‘map bouwelementen’ voor educatieve programmering voor de circulaire economie: basiskennis met doorkijkjes naar toepassingsgerichte kennis. Voor praktijkvoorbeelden van nieuwe businessmodellen, zie de bronnen: www.ellenmacarthurfoundation.org en www.circleeconomy.nl 

Download rapport hier: Ecologie van economie

Leren van de Natuur

Voor Agentschap NL heeft het One Planet Architecture institute vorig jaar een verkenning gedaan naar de mogelijkheden om te leren van de natuur als weg naar de circulaire economie. Dit rapport laat zien dat er breed nagedacht wordt over de principes uit de natuur die de basis kunnen vormen voor een circulair functionerende economie. Het vraagt ondermeer een herijking van de wijze waarop we kijken naar de natuur: kringlopen zijn niet alleen een belangrijk fenomeen in de ecologie, maar vormen een bron van inspiratie voor onze productie en consumptiesystemen. De wijze waarop materialen in de natuur, maar vooral ook in de fysica, hun waarde behouden is een belangrijk thema.
Het rapport is hier beschikbaar: rapport LvdN defin

Biomimicry and “back to the basics”

“The more our world functions like the natural world, the more likely we are to endure on this home that is ours, but not ours alone.”~ Janine M. Benyus

‘BIOMIMICRY – Innovation inspired by Nature’, geschreven door Janine M. Benyus, werpt een nieuw inzicht op duurzame ontwikkeling.
Door het bestuderen van modellen, systemen, processen en elementen uit de natuur, is het mogelijk om levensvatbare ontwerpen voor menselijke problemen te realiseren. De vraag die wij ons nu stellen is: Kunnen wij biomimicry gebruiken in het ontwerpproces van de architect?

De natuur onderzoekt en ontwikkelt zich al ruim 3,8 miljard jaar en heeft een gesloten systeem gecreëerd waarin alles, op efficiënte manier, wordt hergebruikt. Het model van de natuur heeft succes. Wat is het verschil met onze manier van handelen?

De werkwijze van de natuur is omschreven in “Life’s Principles”. Deze principes zijn de basis voor het natuurlijke systeem. Kunnen wij dit gebruiken om onze wereld vorm te geven? Wij denken van wel en we zijn op zoek naar een manier om deze principes aan het ontwerp van een gebouw te koppelen.

De methode is toe te passen op verschillende niveaus:
Als model; voor vorm, proces, systeem en strategie. Als maatstaf; binnen welke kaders kan men opereren, de natuur werkt en is blijvend. Als mentor; kijk naar wat we van de natuur kunnen leren, niet wat er uit kunnen halen. De uitdaging is om de methode te doorgronden en toe te passen op elk niveau van het vakgebied. Wij houden ons bezig met het ontwerpproces tot het ontwerp.

De vitale vraag waar biomimicry uit voorkomt is natuurlijk het volgende: Hoe houden we deze aarde levensvatbaar?

Het is tijd om breder te kijken dan een aanpassing op het huidige. Het is tijd om bij elke oplossing opnieuw de essentiële vraag te stellen. Wat wil ik dat mijn ontwerp gaat doen? En hoe heeft de natuur hier een oplossing voor gevonden?

Uiteindelijk gaat dit alles niet om het vinden van één oplossing. Het gaat om een verandering in de fundamentele denkwijze van de mensen. Deze verandering is niet alleen in de bouw noodzakelijk, maar ook in onze economie en maatschappij. De enige oplossing is een integrale oplossing. Hopelijk kunnen wij u de komende maanden inspireren om hierover na te denken!

Wij zijn Patrick Ooms en Jurre machielsen. Sinds februari werken wij aan onze afstudeerscriptie ‘Biomimicry in the built environment’. De vraag die wij ons hebben gesteld is: kan een gebouw aan de hand van de principes van biomimicry worden ontworpen en gerealiseerd?

Om deze vraag te beantwoorden proberen we het principe van biomimicry te doorgronden en deze te herschrijven voor het bouwproces. Dit blog is een weergave van de bevindingen die wij tijdens ons afstudeeronderzoek doen.
Het eerste artikel is een korte samenvatting van de methode biomimicry en wat wij ermee willen bereiken. Wij hopen u hiermee te inspireren en motiveren om opnieuw stil te staan bij alledaagse handelingen. Voor advies of vragen kunt u mailen naar djj@opai.eu. Wij zijn benieuwd naar uw reactie!

Leren van de natuur

In opdracht van Agentschap NL begint OPAi aan het opbouwen van een ‘consortium’ rond het thema ‘Leren van de natuur’. Hierbij kijken we naar de natuur als leermeester. Zoals in biomimicry wordt gekeken naar biologische fenomenen die als voorbeeld kunnen dienen voor product- of materiaalontwikkeling. In Cradle to Cradle wordt gebruik gemaakt van een reeks fundamentele ecologische processen (kringloop, successie, diversiteit en resilience), voor produktontwikkeling en bouw/architectuur. Ook op systeemniveau kunnen we nog veel leren van de natuur: stedelijke ontwikkelingen en gebiedsontwikkeling. Daarbij staan fundamentele en functionele ontwikkelingen centraal: welke oplossingen en mechanismen functioneren in de natuur, die ons inzicht kunnen geven voor hoogwaardige, duurzame, ontwikkelingen.

Er is een omslag gaande in de relatie tussen duurzame ontwikkeling en economie. Tot eind 20e eeuw stond de technologische ontwikkeling centraal met daarnaast aandacht voor behoud en beheer van sociale en ecologische waarden. Nu vormen discussies over een circulaire economie en een nieuwe verhouding van cultuur, natuur en techniek vrijwel dagelijks een punt van aandacht. Vooral de verhouding economie-ecologie lijkt een basis voor maatschappelijke vernieuwing. Daarbij is de vraag op welke wijze de verhouding invulling krijgt. Beheer en behoud (wise-use) krijgen veel aandacht terwijl ontwikkelingsgerichte discussies veel minder prominent zijn.

Ken Webster en Craig Johnson publiceerden hun boek Sense & Sustainablity in het Verenigd Koninkrijk in 2009, waarna de Nederlandse vertaling in 2010 verscheen onder de titel ‘Leren van de natuur, inspiratie voor een duurzame toekomst’. Die laatste titel vraagt om meer. Daarvoor wordt de aanzet in het boek nadrukkelijk gegeven, maar nu vraagt om implementatie in de Nederlandse samenleving en economie. Er zijn verschillende manieren om van de natuur te leren. Daarin hebben we in Nederland nog niet een echte traditie. Natuurlijk zijn er incidentele voorbeelden te noemen, zoals het ‘haaienpak’ voor wedstrijdzwemmers, het ontwerp voor een energy-sufficient datacentrum (Ozzo: inspiratie bijenkorf) en andere.

Agentschap NL, het programma LvDO en NME, liet het boek van Webster en Johnson vertalen en voorziet dat er in de komende jaren veel tijd en energie nodig is om tot een nieuwe Nederlandse traditie te komen. Het ontwikkelen van zo’n nieuwe traditie vraagt investeringen in kennis en ervaring, innovatie en vooral in het verbinden van mensen en organisaties.

OPAi ziet mogelijkheden om tot deze nieuwe verbindingen te komen.