De Olympische aanpak

Tussen droom en daad, staat de werkelijkheid. Dat karakteriseert de discussie die we op de laatste dag van de Olympische Spelen in Londen, voerden met een groep van zo’n 70 inspirerende denkers, doeners en sporters. Een bijzondere combinatie van wetenschappers, ondernemers, ambtenaren, sporters en anderen. Op initiatief van het Rijk, dat een sterke rol ziet voor zichzelf. We zoeken de weg die kan leiden tot een succesvol ‘bid’ ergens rond 2020, voor de spelen in 2028.

Het lijkt een ‘Big Hairy Goal‘: het voelt goed, knuffelbaar, we hebben nog weinig misverstanden en de energie stroomt volop. Toch zit er ook wel wrijving onder de oppervlakte. Sprekers die het hebben over versnippering in plaats van de waarde van diversiteit. Ook in de discussies zit het nodige. Zo wordt de burger nog al eens genoemd en niet altijd als een bron van inspiratie en vol competenties. Not in my Backyard (NIMBY) is een gevreesd verschijnsel. Gelukkig ging het al snel over de vraag hoe dat kan omdraaien naar het uitgangspunt ‘In everybodies Backyard’ (IEBY) of zelfs PIMBY (Please in my Backyard)? Iedere burger zal begrijpen dat er een Olympisch Plan zal moeten komen, waarbij niet iedereen een actieve rol kan of zal spelen. Zestien miljoen bondscoaches begrijpen tenslotte ook wel dat er maar één echte bondscoach is. Maar als er dan vervolgens wordt gesproken over ‘draagvlak‘, dan begint de rechtgeaarde Nederlander al attent te worden: kennelijk is er iets gaande dat omstreden is…
Natuurlijk is er ook nu al veel weerstand, om een drietal redenen voor zover ik kan nagaan. Over alle drie geef ik graag een mening:
  1. Het kost geld, veel geld: dat is natuurlijk zo. Maar dat wil niet zeggen dat het allemaal ons spaargeld is of weggegooid geld. Laat ik er een paar, wellicht relativerende, opmerkingen over maken. Allereerst is het zo, dat waar veel geld stroomt er ook veel gerealiseerd moet worden en dat betekent “werk” voor velen. Ten tweede is het voor een groot deel ook investeren in blijvende zaken, die ons ten goede komen op lange termijn (in 1928 was dat de ring die we nog steeds gebruiken rond Amsterdam, in 2028 welllicht de vaste oeververbinding tussen Amsterdam en Almere of de bebouwing van de Rotterdamse Stadshavens). Ten derde krijgen we een evenement waar we nog decennia trots op kunnen zijn, zeker als we het ‘the Dutch way’ kunnen doen. Overigens staan er ook heel behoorlijke inkomsten tegenover.
  2. Nederland is al vol en het nieuwe is geen garantie voor beter: ook dat is natuurlijk allebei in zekere zin waar. Maar we kunnen veel doen op tijdelijke basis, een paar weken wat voller is niet heel erg, dat kunnen we wel aan. Het vraagt natuurlijk zorgvuldige ontwerpen, creatieve oplossingen en laat dat nu een kracht van ons land zijn. Natuurlijk moet het nieuwe ook waarde toevoegen aan het bestaande. Dat is een principe uit de Cradle to Cradle benadering die ook al is toegepast in de wereldtentoonstelling, de Floriade, en zal over 10-16 jaar nog veel beter tot zijn recht kunnen komen. Het nieuwe is gegarandeerd beter dan het bestaande, lijkt mij de opgave die we aankunnen en aan willen gaan.
  3. Het is een speeltje voor mensen die het toch al goed hebben: tja, die vervelende topsporters? Of de bobo’s van IOC of NOC? Of …? Natuurlijk gaat het hier niet over een noodsituatie die offers vraagt van iedereen. De vraag is of we hier moeten spreken over offers, het gaat hier om een aanpak die goed is voor de ‘jeugd van tegenwoordig’, zij zijn de sporters van 2028! Daar kunnen we nu al aan werken en ook de vruchten van plukken. Iedere sportvereniging kan een Olympische uitstraling krijgen, ook nu al! En die bobo’s? Tja die maken het ook voor een belangrijk deel mogelijk dat de Olympische Spelen zijn uitgegroeid tot het belangrijkste sportevenement voor sporters, kijkers, professionals en eigenlijk voor ons allemaal. Het volk wil brood en spelen, is de spreekwijze. Het brood hebben we, de spelen kunnen we verdienen.
Tijdens de genoemde bijeenkomst gaf ik de Elfstedentocht als voorbeeld. Ook omdat dat een tijdelijk iets is, waar de kracht van de Nederlander zichtbaar wordt. 16000 sporters hebben ineens onderdak of vervoer naar het startpunt, honderdduizenden vinden hun weg naar het parcours en het is een groot feest dat deskundig in beeld wordt gebracht. De tijdelijkheid wordt alleen doorbroken door de brug bij Bartlehiem, die kunt u vandaag ook bekijken.
OPAi heeft het initiatief genomen om te komen tot een “New Olympics Incubator”, de broedplaats waar we innovaties ontwikkelen, advies geven aan maatschappeljke organisaties en overheden of bedrijven. Natuurlijk hanteren we daarbij een paar uitgangspunten, die u vast niet zullen verrassen:
- werk met de ‘energieke samenleving’, mensen maken het verschil;
- gebruik energie van de zon;
- werk met hernieuwbare of herbruikbare grondstoffen;
- kies voor de circulaire economie als basis;
- voeg waarde toe aan het bestaande en
- geniet van diversiteit en versterk het.
Daarmee kunnen we de mooiste ontwerpuitdaging aanpakken die er in het verschiet ligt voor Nederland, dat kunnen we, dat willen we (hopelijk) en wie weet, mogen we het ook daadwerkelijk gaan doen!