Ondernemen in de circulaire economie

Koning Willem-Alexander ontvangt eerste exemplaar rapport ‘Ondernemen in de circulaire economie’

Overstappen op de circulaire economie kan Nederland ruim €7 miljard per jaar en 50.000 nieuwe banen opleveren gaf onderzoek van TNO aan. In het rapport ‘Ondernemen in de circulaire economie’ krijgen ondernemers praktische adviezen hoe zij deze kansen kunnen verzilveren in hun eigen bedrijf. Koning Willem-Alexander nam het rapport op 30 januari 2014 in ontvangst op de nieuwjaarsbijeenkomst van MVO Nederland. Het rapport is een initiatief van OPAi in samenwerking met MVO-Nederland.

Het rapport Ondernemen in de circulaire economie toont bedrijven hoe zij circulair kunnen werken. In de circulaire economie worden producten, componenten en grondstoffen hergebruikt waardoor hun waarde zoveel mogelijk behouden blijft. De schrijvers van het rapport benoemen de keuzemogelijkheden voor ondernemers. Zij zetten vijftien variabelen (KPI’s) op een rij waarop bedrijven kunnen sturen, waarmee zij kringlopen kunnen sluiten en nieuwe product-service combinaties kunnen ontwikkelen. Denk aan: de inkomsten uit verkochte gerepareerde producten vergeleken met de totale inkomsten, de technische levensduur van producten, de mate waarin die ontleedbaar zijn en het gehalte aan toxische stoffen in een product of nodig voor de fabricage daarvan. De aanbevelingen worden geïllustreerd met veel voorbeelden en concreet uitgewerkt voor een onderdeel van de bouwsector.

Waardevolle grondstoffen behouden

Het rapport laat zien ondernemers kunnen inzetten op thema’s als de technische levensduur van producten, hergebruik en omzet uit gerepareerde producten. Al bij het ontwerp van nieuwe producten kunnen zij rekening houden met reparatie en hergebruik. Nu worden veel producten zoals mobiele telefoons als afval afgevoerd, terwijl er nog veel waarde in zit als component of grondstof. In de circulaire economie ontstaan ook nieuwe businessmodellen rond gedeeld gebruik en andere vormen van samenwerking. Voorbeelden hiervan zijn de Smart Meter (smart grid) van Alliander en de samenwerking tussen Waternet en AEB Amsterdam om stoffen terug te winnen uit afvalwater.

Ondernemen in de circulaire economie

partners

Het rapport ‘Ondernemen in de circulaire economie’ is een initiatief van One Planet Architecture institute (OPAi) en kwam tot stand in samenwerking met MVO Nederland. Het rapport werd geschreven door PwC, DRIFT, SITA en OPAi.

Zowel Henk Kamp (minister van Economische Zaken) als Wiebe Draijer (voorzitter van de Sociaal Economische Raad) schreven er een voorwoord bij.
Partners: Rabobank, SITA/Suez Environment, Alliander, Vereniging Nederlandse Chemische Industrie (VNCI), Waternet, AEB Amsterdam, Wereld Natuur Fonds (advies), Ministerie van Economische Zaken, TurnToo (inkind) en Planbureau voor de Leefomgeving (advies). Mede mogelijk gemaakt door de Stichting DOEN.

Het rapport is hier te downloaden: ondernemen in de circulaire economie

De printversie treft u hier aan: ondernemen in de circulaire economie printversie

Ecologie van economie

Zichtbaar wordt dat een nieuwe economie mogelijk  is. Een economie waarin de goederen van vandaag de basis vormen voor de producten van morgen. Een economie die ‘draait’ op hernieuwbare, schone, energie. Een economie waarin de verantwoordelijkheid voor economie, ecologie en samenleving gekoppeld wordt. Een economie waarin waardecreatie, zowel in economisch als in ecologisch en sociaal opzicht telt. Dat is een economie waarin de producent niet alleen een product levert (verkoopt) maar ook verantwoordelijkheid neemt voor de prestatie van het  product.

Dit zijn enkele van de kenmerken van de circulaire economie, die zich ontwikkelt als ‘opvolger’ van de lineaire economie die de afgelopen eeuwen, vanaf de industriële revolutie karakteriseert. 

De circulaire economie realiseert een positieve spiraal, die welvaart bevordert in een wereld van eindige hulpbronnen.

Hierover schreef Douwe Jan Joustra voor het One Planet Architecture instituut de notitie ‘Ecologie van economie’. Deze notitie schetst enkele educatieve  perspectieven voor de burger en professional van de toekomst in een circulaire economie. Dat leidt tot herijking van competentieprofielen, herijking van benodigde basiskennis maar ook de vraag ‘wat kunnen we leren van de natuur’ en welke leerstrategieën zijn passend? 

Een eerste discussie vond plaats met vertegenwoordigers uit onderwijs, natuur- en milieueducatie, bedrijfsleven, overheid en onderzoek (Kasteel Groeneveld 30 januari 2013). Het resultaat is geen leerprogramma, lespakket of methode. Het is een analyse van nieuwe en bestaande inhouden en ontwikkelrichtingen. Het vormt de basis waarop leerprocessen kunnen worden ingericht, zowel in het primair en secundair onderwijs als in beroepsgerichte opleidingen. 

Dit document is te beschouwen als een ‘map bouwelementen’ voor educatieve programmering voor de circulaire economie: basiskennis met doorkijkjes naar toepassingsgerichte kennis. Voor praktijkvoorbeelden van nieuwe businessmodellen, zie de bronnen: www.ellenmacarthurfoundation.org en www.circleeconomy.nl 

Download rapport hier: Ecologie van economie

C2C gebiedsontwikkeling

Sorry for the english readers, this post is in Dutch….

Workshop Ruimte
Donderdag 15 september 2011 in Antwerp Expo (Antwerpen, BE)

Invulling van ruimte is een complex proces. Het behelst verschillende thema’s als lucht, water, bodem, energie, materialen, openbare ruimte, werk en welzijn. De beslissingen over de invulling van ruimte worden op verschillende niveaus genomen in overleg met vele belanghebbenden. Onze droom, een gebied, een stadsdeel of bedrijventerrein volledig cradle-to-cradle (C2C) maken, is op dit moment nog niet mogelijk. Bestaande inzichten, processen, structuren of historische verontreiniging beperken de mogelijkheden. Toch willen we ‘denken in continue kringlopen’ ook vanuit een ruimtelijk perspectief realiseren. Deze dag werd georganiseerd door OVAM vanuit de twee europese programma’s C2C-Network en CityChlor.
Douwe Jan Joustra (One Planet Architecture institute) was er bij en geeft een (inhoudelijke) reflectie.

Inhoud/kennis
De Cradle to Cradle benadering van ‘Duurzame Gebieds Ontwikkeling’ is gebaseerd op het idee dat een gebied een systeem vormt. Om het systeem te begrijpen, te doorgronden, is een nieuwe manier van kijken nodig. Er worden inzichten mee vastgelegd die kunnen bijdragen aan de vormgeving van de toekomstige gebiedskwaliteit. Zeker omdat de denkwijze van C2C ook handreikingen geeft voor de processen die spelen, kan de stap naar begrip en toepassing gemaakt worden.
In de discussies tijdens de workshop Ruimte blijkt dat deze nieuwe concepten niet eenvoudig toepasbaar zijn. Ze wijken af van de wijze waarop betrokkenen de afgelopen decennia zijn opgeleid in studie en praktijk. Zo is de reflex om te werken aan efficiency zeer sterk en het denken in termen van effectiviteit erg moeilijk. Het leidt regelmatig tot ‘verdedigende’ discussies, waarbij het bestaande beleid uitgangspunt is. De kern van een effctieve aanpak is dat door ingrepen de waarde van het gebied stijgt: in biodiversiteit, culturele diversiteit, landschappelijke kwaliteit en meer. Een complexe uitdaging, dat is zeker.

Concepten
De stap naar een werkelijk duurzame gebiedsontwikkeling vraagt naast kennis ook aandacht voor nieuwe, sturende concepten. De benadering die door de gemeenten Almere en Venlo is gekozen spreekt daarbij aan: Cradle to Cradle vertalen in principles die sturend zijn voor de wijze waarop de gebiedsontwikkeling invulling krijgt. Het conceptuele kader geeft richting aan de ontwikkeling en tevens kaders voor toetsing van de kwaliteiten die het gebied heeft en krijgt. De Almere principles vormen een belangrijk voorbeeld in Nederland. Het lijkt aan te bevelen om aan de hand van de principles te zoeken naar onderliggende patronen, die uiteindelijk bijdragen aan het creëren van een handelingsperspectief.

Zes principes voor duurzame gebiedsontwikkeling
1 Diversiteit als basis voor waardecreatie
2 Flexibel bouwen voor ruimte in de toekomst
3 Bestaande waarden vormen de context
4 Grondstoffen blijven grondstoffen, energie is schoon en beschikbaar
5 Combineer natuur en cultuur en creëer verbindingen tussen gebied en omgeving
6 Ontwerp gezonde systemen

Richtinggevend zijn deze principles zeker. Dergelijke principes geven een goed kader voor keuzes, maar geven geen oplossingsrichtingen, waardoor de creativiteit van gebiedsontwikkelaars, landschapsarchitecten, stedenbouwkundigen en architecten niet belemmerd wordt. Praktisch gezien heeft Almere gewerkt met vernieuwde vormen van aanbesteding om de principles ook als leidend kader te kunnen gebruiken. Projectontwikkelaars is gevraagd om hun eigen visie op de samenhang tussen principles en project aan te geven, als eerste toetsingskader in de selectie.

Systeembenadering
De optelsom die voort komt uit deze benadering leidt tot een samenhang die ik wil kenschetsen als:een systeembenadering voor Duurzame Gebieds Ontwikkeling.
Dit draagt vooral bij aan het inzicht op gebiedsniveau van het bestaande systeem en kan benut worden om indicaties te vinden voor het ontwerp van het gebied in ontwikkeling. Dan liggen daaronder de basisbegrippen van Cradle to Cradle ten grondslag als basis:
sluit kringlopen
gebruik schone energie (van de zon) en
versterk diversiteit.

Natuurlijk is het primaire advies om voor ieder gebied een reeks ‘principles’ te benoemen. Dat is een vorm van werken die een toetsingskader biedt voor ontwerp, uitvoering en realisatie.

Hoofdlijn
In de discussies bleek dat veel uitvoerders en beleidsmakers relatief ‘vast’ zitten in het adagium: Resultaat en Rekenschap. Dat is de positie die veel overheden en andere organisaties de afgelopen decennia hebben gekozen. Het is de werkwijze/houding die bepalend is voor de kwantitatief georienteerde projectaanpak. De doelen, oplossingen en beschikbare middelen zijn sturend. Op zich is dat een adequate houding voor een projectleider, maar de vraag is of gebiedsontwikkeling als een project kan worden gezien. Het zijn de complexiteit van de aanpak, de onzekerheid over te behalen resultaten, de diversiteit in oplossingen en dergelijke die maken dat gebiedsontwikkeling meer is.

Richting en Ruimte zijn de basiselementen voor een sturing gericht op een effectieve performance. Richtinggevend een kader scheppen dat aangeeft welke kwalitatieve en kwantitatieve doelen er zijn. Ruimte geven om tot oplossingen te komen die passen bij het gebied, de richting versterkt realiseren en onverwachte uitkomsten, is voor een Cradle to Cradle benadering van groot belang.

Uiteindelijk is een omdraaiing nodig: niet resultaat en rekenschap zijn leidend, de werkwijze gaat worden: Richting, Ruimte, Resultaat en Rekenschap. Natuurlijk kent iedere aanpak grenzen, maar de grenzen van vandaag zijn morgen de grenzen van gister. Het gaat er om een toekomstgerichte, ontwikkelende, strategie te hanteren.

Houding
Als vernieuwende houdingselementen lijken in de discussies naar voren te komen: flexibiliteit, creativiteit en toekomstgerichtheid. Dergelijke competenties worden vaak genoemd. Opvallend is dat de gesprekspartners ook blijk geven van sterke visies op de kwaliteiten die in het gebied tot ontwikkeling moeten komen. Nog vaak te sterk gekleurd door ‘oude’ waarden (minder…, minder …), maar regelmatig ook door te zoeken naar de vernieuwing (nieuwe waarden). Dan is de vraag welke houding van belang is voor een hoogwaardige, duurzame, gebiedsontwikkeling.

Voor een Cradle to Cradle benadering lijken dan de volgende stappen als richtlijn te hanteren:

herken de waarde van het gebied in zijn huidige vorm
Alvorens ingrepen te doen in een gebied, kijken naar de manier waarop het nu functioneert. De patroontaal (het alfabet) geeft de basis voor analyse in het gebied op verschillende schaalniveaus. Erken de krachten die het systeem nu dragen en het herkennen van de waarde(n) betekent: ‘get native to the place’.

voel het ritme van het leven (mens en natuur) in het gebied
Identificeren van ruimtelijke en sociale patronen in het gebied helpt hierbij om tot een adequate ‘fact finding’ te komen, waarbij veldkennis en reeds bekende kennis vanuit karteringen, gebiedsanalyses, interviews en historische inzichten, leidt tot een gevoel voor het gebied. Het ritme van leven in het gebied geeft indicaties voor toekomstige ontwikkeling.

werk buiten want het gebied is echt en dat geeft voeling
Werken buiten bestaande kaders en de fysieke ervaring van aanwezigheid in het gebied gaan samen. De bestaande kaders bepalen heersende denkmodellen van betrokkenen. Openstaan voor de verschillen vraagt veel van allen. Naar buiten brengen, letterlijk en figuurlijk, maakt het bespreekbaar. Sommige modellen zullen om toetsbare redenen afvallen. Door debat en samen buiten analyseren komen de belangrijke waarden steeds meer in zicht.

wees een lerende professional die indrukken verwerkt
Gebieden zijn complexe systemen en die vragen om interpretatie. Sta open voor intuïtie en leer stap voor stap van het gebied, de patronen en de opvattingen/denkmodellen van anderen. Dat leerproces zal uit vele kleine stappen bestaan, waarbij ‘jumping to conclusions’ voorkomen moet worden. De wil om de denkrichtingen bij te stellen, gedurende het hele proces, is een belangrijke kwaliteit. Het vraagt de wil om te werken met onzekerheden en een fout-vriendelijke opstelling. Dat is de basis voor een lerende aanpak.

Identificeer en waardeer kwaliteit
‘Meten is weten’ is een dominante benadering van onze samenleving. Het geeft het idee dat meten de wezenlijke informatie verschaft voor besluitvorming. Gebiedsontwikkeling gaat over kwaliteit: de schoonheid van het landschap, de leefbaarheid van een wijk of de sociale binding van mensen met hun omgeving. Waarden zijn niet meetbaar, het meten en weten vormt hooguit een onderlegger. Durf te benoemen wat werkelijk belangrijk is. Bestaande taal blokkeert soms ook het denken (‘brownfields’, ‘blackfields’ e.d.). Overigens is aandacht voor kleine elementen belangrijk, maar de kwaliteit van het geheel staat bij gebiedsontwikkeling centraal. Waardeer kwaliteit.

kijk naar de horizon, kijk er ook overheen, zeker de tijdshorizon
Details zijn de delen van het geheel. Gebiedsontwikkeling richt zich op het geheel met respect voor details. Over de bestaande horizon heen kijken en de omstandigheden (condities) creeren voor ontwikkeling over generaties heen. Wat er is, is gegroeid in de loop der tijd. Groei en ontwikkeling van waarden vraagt tijd en zal ook naar de toekomst toe, tijd moeten krijgen. Ingrepen zetten de toon voor generaties. In het gebied spelen acties van gisteren een rol, maar ook die van vorige generaties, tientallen jaren of zelfs honderden jaren geleden. Tegelijkertijd is het belangrijk om over je eigen horizon heen te kijken en te luisteren naar het perspectief van anderen: dat werkt verrijkend. Werk dus niet alleen aan de realisatie van vandaag of morgen maar houdt ruimte voor de toekomst (cq toekomstige ontwikkelingen).

actuele opvattingen loslaten en zoek passende inzichten
Systemen die wij identificeren, vormen we naar onze eigen mentale modellen. Door interdisciplinair te werken aan identificatie van patronen (alfabet) komen meerdere mentale modellen in beeld. Durven loslaten van vaststaande waardemodellen helpt om samen tot nieuwe, passende, inzichten te komen. Interdisciplinaire processen werken als er betrokkenheid is bij het zoeken naar gedeelde of gezamenlijke waarden. De kennis is belangrijk, het samenwerken en samen leren is belangrijker.

herken complexiteit, voel de uitdaging om die aan te pakken
Gebieden zijn complexe systemen. Het herkennen van die complexiteit leidt tot verschillende reacties: beheersen, sturen, versterken en creatie van condities. Het bestaande landschap is complex en niet geheel te doorgronden. Bij gebiedsontwikkeling speelt die complexiteit een rol. Hoe ontstaat zelfsturing in een gebied, wat maakt het mooi en wat maakt het straks tot een werkend systeem? Die complexiteit herkennen en een visie durven te ontwikkelen die daar recht aan doet, inclusief de onzekerheden die er bij horen, is de grote opgave van duurzame gebiedsontwikkeling.

hanteer een richtinggevend concept
Kennis van het gebied, analyse van patronen en herkenning van interne en externe relaties leidt tot inzicht. Om tot een betekenisvolle gebiedsontwikekling te komen, is een richtinggevend ‘concept’ van belang. Dat kan een breed gekend concept zijn als Cradle to Cradle (Almere, Venlo, Haarlemmermeer) of een meer specifiek concept als het gebied daar om vraagt. Door een eigen set ‘principles’ te ontwikkelen wordt een gebiedsgebonden richtinggevend concept gegeven.

choose elegantly, be decicive in realisation
Eenzijdigheid, dominantie of directieve besluitvorming past niet bij een systeemgerichte gebiedsaanpak die een duurzame ontwikkeling mogelijk maakt. Gedragen keuze voor de richtinggevende ‘principles’ en nadere uitwerkingen is een eerste voorwaarde voor duurzame gebiedsontwikkeling. Het is zaak om vasthoudend (compromisloos maar flexibel ten aanzien van de detailoplossingen) tot realisatie te komen.

De workshop Cradle to Cradle en Ruimte (Antwerpen 15 september 2011), gaf aanleiding tot deze bespiegelingen. De discussies varieerden van fundamenteel tot zeer oplossingegerichte vragen en dilemma’s. Een inspirerende bijeenkomst voor de toehoorder en participanten. Opvallende eigenschap gedurende de dag: deelnemers die open staan voor vernieuwing in denken en doen. De doorwerking zal nog veel tijd en inspanning vragen voor ieder. Daarbij is het goed te bedenken dat in het werken aan Cradle to Cradle altijd wordt uitgegaan van tijd als een belangrijke factor. Niet vandaag zal alles veranderen, maar de eerste stappen zijn gezet.

Douwe Jan Joustra
One Planet Architecture institute